Miljoenen dode dieren in schatkamer van Darwin

Het nieuwe Nederlandse Centrum Biodiversiteit bevat zelfs een witte raaf. En honderden zoogdieren en miljoenen insecten. Het ontstond uit samenvoeging van vele collecties.

Het depot van het biodiversiteitscentrum van Naturalis: boven vleerhonden, linksonder de blauwbok en rechtsonder de blauwvleugelbergtangare. Foto's Willem Sluyterman van Loo
Het depot van het biodiversiteitscentrum van Naturalis: boven vleerhonden, linksonder de blauwbok en rechtsonder de blauwvleugelbergtangare. Foto's Willem Sluyterman van Loo

„Ik ben hier erg tuttig”, zegt Teun Baarspul. „Het liefst hou ik iedereen bij elkaar, en check ik constant of niemand ergens aan zit.” Ernstig kijkt de rondleider van museum Naturalis in Leiden zijn zes volgelingen aan. Baarspul heeft de journalisten net binnengelaten in de grote collectietoren van het biodiversiteitscentrum: twintig verdiepingen hoog, gevuld met vijftien miljoen dode planten en dieren. Vijf minuten eerder stapten de bezoekers de lift naast museum Naturalis in, passeerden ze het bordje ‘Quarantaine Zone’ en moesten ze in dertig seconden door een zware deur – omdat anders het alarm af zou gaan. Nu kijken ze verwonderd naar de vleermuizen die hen met uitgestrekte vleugels aanstaren. In grote aantallen staan ze tussen vele andere opgezette dieren in grijze archiefkasten opgesteld.

We hebben het hier over het enorme archief van Nederlands Centrum Biodiversiteit Naturalis, samengevoegd met dat van het Zoölogisch Museum Amsterdam en het opgeheven herbarium in Utrecht. Uiteindelijk moeten die in Leiden samensmelten tot een centrum, samen met de herbaria van Leiden en Wageningen. ‘Darwins schatkamer’ noemt Naturalis het archief. Nog altijd zijn bevlogen biologen dagelijks bezig de honderden zoogdieren, duizenden vogels en miljoenen insecten en planten te bestuderen. In het kader van het jaar van de biodiversiteit mag het publiek er onder begeleiding een kijkje nemen. De journalisten krijgen een voorproefje.

Baarspul wijst naar een geitachtig dier met grote hoorns vlak naast hem. „Dat is de blauwbok, een van de eerste dieren waarvan is gedocumenteerd dat-ie is uitgestorven. Rond 1800 is de laatste geschoten. Of dat deze is, weten we niet zeker.” Hij illustreert direct het unieke, maar ook macabere karakter van de rondleiding. Bijna alle items in de collectie zijn ‘doelbewust verzameld’ tijdens veldexpedities in de negentiende eeuw. Nadat koning Willem I in 1820 museum Naturalis had opgezet, stuurde hij een eerste expeditie naar Indonesië. Baarspul: „Dat waren allemaal jonge onverschrokken kerels. Eentje eindigde er op de hoorns van een stier, een aantal werd vermoord, anderen overleden aan tropische ziekten.”

Het zijn de verhalen die het bewonderen van de collectie – met de handjes op de rug – de moeite waard maken. Zo zijn er prachtige exemplaren van de grote paradijsvogel, die de naam Paradisaea apoda kreeg: paradijsvogel zonder poten. „Pas later kwamen de Nederlanders erachter dat de Papoea’s de poten van de vogels verwijderden.” En er is een witte raaf, geschoten op de Faerøer-eilanden, waarover decennialang werd gediscussieerd of hij een aparte soort vertegenwoordigde. Nee, was uiteindelijk de conclusie.

Slenterend tussen de stellingen vol nauwkeurig ingedeelde dieren rijst de vraag: waarom? En waarom zo veel? Baarspul: „Indertijd is er zo veel verzameld om de soorten in kaart te brengen op basis van kenmerken. Nu kunnen we dat met DNA uit bijvoorbeeld voetzolen nog beter doen.” Maar alleen DNA bewaren is volgens Baarspul niet verstandig. „We moeten oppassen voor arrogantie over de moderne technieken. Straks blijkt DNA helemaal niet zo betrouwbaar en dan zit je met je potjes.”

Het werk dat de biologen in het archief doen is nog lang niet af, benadrukt Baarspul. „De indeling van het dierenrijk is gewoon een heel moeilijke klus. Regelmatig worden er in de archiefzalen nog dieren van de ene naar de andere plank verplaatst – en weer terug, want biologen zijn eigenwijs.”

Naturalis wil meer met het archief gaan doen. Langzaam wordt de collectie gedigitaliseerd, zodat buitenlandse onderzoekers online kunnen zien of er iets interessants voor hen bij zit. Wetenschappers moeten flexibel aan het werk kunnen, ook in de weekends en avonduren. In het Linnaeusjaar 2007 werden al 750 mensen rondgeleid in het archief van Naturalis. In principe gaat de toren na het biodiversiteitsjaar weer op slot voor publiek. Naturalis wil wel structureel meer gaan doen met de collectie. Adjunct-directeur René Dekker: „Nu is maar 0,1 procent van onze collectie tentoongesteld. Dat is logisch, maar ook zonde. Maar helemaal open willen we de toren niet doen. Daarvoor is de collectie te kwetsbaar en bovendien is daar de leukigheid snel vanaf.”

Baarspul kijkt op zijn horloge. Na nog wat blikken in ladekasten vol kevers en vlinders doet hij het licht uit. „Willen jullie alsjeblieft komen? De rondleiding is voorbij.”