Waar is de pinautomaat? Staat dat huis te koop? En hoeveel...

Zie bij alles om je heen extra beelden en teksten op het scherm van je telefoon.

Dit is geen sciencefiction. Want ‘Toegevoegde Realiteit’ wordt al volop gebruikt.

Elk jaar wordt er een nieuw technologiewonder gepresenteerd. In 2007 was het Second Life, in 2008 Facebook en in 2009 Twitter.

De belofte van 2010? Augmented reality (AR). Volgens kenners wordt deze ‘Toegevoegde Realiteit’ binnenkort vast onderdeel van het dagelijks leven.

Al jaren fantaseren sciencefictionadepten over een techniek die de realiteit aanvult met extra beelden. Augmented reality maakt bijvoorbeeld zoeken naar een pinautomaat ouderwets. Zet gewoon de camera in je telefoon aan en op het beeldscherm verschijnen vanzelf pijltjes die automaten in de buurt aanwijzen.

Voor duizenden mensen is dit geen toekomstmuziek. Zij hebben een telefoon met gps en kompas en leggen vervolgens met AR een digitale informatielaag over de werkelijkheid heen. Via gps bepaalt de telefoon waar iemand staat, het kompas geeft door waar de telefooncamera op richt. AR verrijkt de directe omgeving vervolgens met praktische informatie. Staat een huis te koop? Dan zie je de vraagprijs op je telefoonscherm verschijnen. Richt op een restaurant en er verschijnt een recensie in beeld. Wat is de historie van een monument? Gewoon even je camera ervoor houden.

Die informatie over pinautomaten, huizen, restaurants en monumenten zie je niet allemaal tegelijk. Zoals je met Internet Explorer over het web kunt surfen, heb je voor AR browsers waarmee je verschillende informatielagen kan laden.

Net alsof je een websiteadres intikt.

Dus als je een fijn eetcafé zoekt, open je de informatielaag van Iens. Zoek je de dichtstbijzijnde bushalte? Daar is ook een laag voor. En als je in Londen The Beatles nog een keer over Abbey Road wilt zien lopen, klik je op de informatielaag van de Beatles.

Eén van de grootste AR-browsers is van Amsterdamse makelij: Layar. Inmiddels maken een miljoen mensen gebruik van de 375 informatielagen in de browser. Het is een open systeem, dat betekent dat bedrijven zelf een AR-laag kunnen maken. „Daar hebben wij dus geen werk aan”, zegt medeoprichter Maarten Lens-Fitzgerald.

„Wij verdienen er nu al aan”, zegt hij. „Bedrijven kunnen voor geld hun informatie in Layar onder de aandacht brengen.” Om die reden denkt ook Lens-Fitzgerald dat AR niet in de vergetelheid raakt, zoals bijvoorbeeld met Second Life gebeurde.

Door de commerciële mogelijkheden staken investeerders 2,5 miljoen euro in het Amsterdamse bedrijf. Dat is best bijzonder, want volgens Lens-Fitzgerald kan je de staat van AR nu vergelijken met een „embryo”. Net als computers in de jaren veertig. Toen zagen mensen ze als superrekenmachines, nu zitten zelfs in hoteldeuren computers.

Tijdens het telefonische interview verzint Lens-Fitzgerald meteen een laag voor nrc.next. „Koppel je nieuwsverhalen aan locaties. Dan kunnen lezers op straat zien wat zich daar ooit heeft afgespeeld.” Wanneer je op de Dam in Amsterdam bent en je telefooncamera op het Paleis richt, zou je daar bijvoorbeeld de balkonscène van het huwelijk tussen de kroonprins en Máxima kunnen zien. Of de laatste demonstratie die er plaatsvond.

Hoeveel kost zo’n simpele laag voor Layar? Freelance-ontwikkelaar Martijn Pannevis schat de kosten van het ontwikkelen van een standaardlaag zonder grafisch spektakel op 2.000 euro, „al hangt het er van af hoe de informatie beschikbaar is”. De gebruiker betaalt niets voor Layar.

„AR maakt de wereld begrijpelijker door wat abstractie weg te nemen”, zegt Melissa Coleman, medewerker van een speciale AR-werkgroep – het AR-lab – aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. „Het maakt nu niet meer uit of je slecht bent in kaartlezen. Je ziet de route vanzelf op je telefoonscherm verschijnen.”

Maar Coleman gelooft dat AR zonder telefoon nog beter is. Je wilt tenslotte niet de hele tijd met een telefoon voor je gezicht lopen. „Layar maakt net als andere AR-programma’s nog gebruik van video en een extra informatielaag. Wij werken met de Technische Universiteit Delft aan een bril die een extra informatielaag aanbrengt over wat je zélf ziet.”

Nu heb je nog een rugzak nodig om de computer die aan de bril vastzit mee te nemen. Maar zodra kleine computers snel genoeg zijn voor de zware berekeningen en grafische weergave, kan volgens Coleman de echte AR-revolutie beginnen. Ze noemt enkele voorbeelden: „We hebben laatst een meubelbeurs zonder meubelen georganiseerd. Zodra je de bril opzette, zag je digitale 3D-weergaven van de meubels. Dat bespaart verschepingskosten.”

Die vervanging van het voorstellingsvermogen is ook handig bij prototypes. Als je een bank uitzoekt en wilt weten hoe de bekleding eruit ziet, ben je niet meer afhankelijk van een lapje stof. Je zet gewoon de AR-bril op. Denk aan architecten. „Maquettes geven geen beeld van de schaal. Daar heb je nog voorstellingsvermogen voor nodig. Met AR hoeft dat niet meer. Zet de bril op en zie hoe hoog het gebouw in het ‘echt’ is.” Of aan automonteurs, die met een bril op kunnen zien waar in de motor welk onderdeel thuishoort.

Maar AR heeft ook nadelen. Doordat de techniek dingen laat zien die je anders niet ziet, kan gebruik confronterend zijn. Zo kunnen Layar-gebruikers met de informatielaag ‘BN’er verkenner’ de huizen van bekende Nederlanders opsporen. Even een dure buurt inlopen, de camera op een paar huizenblokken richten en je ziet wie waar woont. „Schending van de privacy”, schreef het bekende Amerikaanse gadgetblog Engadget. „Niet echt”, zegt Coleman. „De BN’er-verkenner creëert geen nieuwe informatie, maar laat bestaande informatie in de context van de realiteit zien. Daardoor wordt de drempel lager.” Eerst moest je bewust het adres van Marco Borsato opzoeken, met Layar word je met zijn woning geconfronteerd. Je beschikt nu veel makkelijker over al bestaande informatie.

Een ander gevaar dat in AR schuilt, is afleiding. Je zou bijvoorbeeld de informatie uit de tomtom op de voorruit kunnen projecteren. Handig, want je hoeft niet meer naar de kaarten te kijken. Wegwijzers zie je op de wegen verschijnen. Maar die beelden op de voorruit kunnen in het begin afleiden en tot ongelukken leiden. Mensen moeten er wel mee leren omgaan.

Lens-Fitzgeral van Layar: „Over een paar jaar weten mensen niet wat AR is, maar gebruiken ze het wel. Dan gaat het niet meer om de techniek, maar om de toepassing. De techniek van een fiets zegt je nu ook niks, zolang je maar op je werk komt.”

Heb je geen telefoon met een Augmented Reality-optie, maar wil je wel zien wat het is? Ga naar nrcnext.nl/augmented

    • Ernst-Jan Pfauth