Staatsschuld en crisis

Het had het kwartaal moeten zijn waarin het economische herstel van de eurozone weer vaart kreeg, maar de laatste drie maanden van 2009 blijken tegen te vallen. Aan Nederland ligt dat dit keer niet: de economische groei bedroeg hier 0,3 procent ten opzichte van het derde kwartaal, toen de economie met 0,5 procent groeide. Dat is nog steeds mager, maar het gaat wel in de goede richting.

Voor de zestien eurolanden als geheel ziet het er minder goed uit. Na een expansie met 0,3 procent in het derde kwartaal van 2009, groeide de euro-economie in het vierde, met 0,1 procent, nauwelijks meer.

De onderlinge verschillen zijn groot: Duitsland, dat het vooral moet hebben van zijn export, stagneerde, terwijl Frankrijk het op basis van zijn binnenlandse bestedingen juist goed deed. In de zuidelijke eurolanden zijn, zoals te verwachten was, de tegenvallers het grootst. Japan op zijn beurt blijkt weer te zijn weggezakt in deflatie. En de gunstige Amerikaanse economische groei in het laatste kwartaal lijkt vooral te komen van het aanzuiveren van voorraden door de industrie. Zo’n effect is tijdelijk. De werkloosheid in de VS loopt intussen nog steeds op.

Het haperende herstel heeft gevolgen. Allereerst wordt duidelijk dat de stimuleringsmaatregelen, met name de opkoopregeling voor oude auto’s, hun kracht verliezen. Dat lag voor de hand. Maar de bedoeling was dat de vaart al weer zodanig in de bedrijvigheid zou zijn gekomen dat de economie zichzelf kon redden. Dat dreigt nu niet te zijn gebeurd. De industrielanden zullen nog steeds los met hun begroting om moeten gaan, want bezuinigingsmaatregelen geven het risico dat er een nieuwe recessie komt.

Tegelijkertijd kunnen de centrale banken hun zeer soepele monetaire beleid van de kredietcrisis en de daaropvolgende recessie niet tot in de eeuwigheid doorzetten.

Zowel in Europa als in de VS hebben de centrale banken al aangegeven de lage rentes niet op te schroeven, maar wel veel andere maatregelen, zoals het ruimhartig verschaffen van geld aan de financiële sector, langzaam terug te draaien.

Ook in landen waar de economie relatief ongeschonden is gebleven, zoals China, India en Brazilië, is er sprake van een verkrappend beleid, of voornemens daartoe.

Het resultaat is een economisch herstel dat er vooral in de traditionele industrielanden precair begint uit te zien. Dat slaat weer terug op het huidige probleem in de eurozone: de uit de hand lopende tekorten en schulden van veel landen.

Het zou niet verbazen dat, nu de economische groei over heel 2009 tegenvalt, ook de begrotingstekorten nog hoger gaan uitvallen. De uitweg voor de eurolanden, én voor de VS, blijft om niet al te snel en te hard te bezuinigen, maar wel te zorgen voor een geloofwaardig plan om de begroting op de middellange termijn op orde te krijgen.

Een gezonde economische groei is de beste manier om de schuldenlast te verlichten. Bij alle afwegingen moet dat op de korte termijn prioriteit blijven.