Hongarije wil af van internationale geldschieters

De Hongaarse regering probeert haar afhankelijkheid van internationale geldschieters te verminderen. Toen de financiële crisis in 2008 uitbrak was Hongarije, dat diep in de schulden zat, het eerste Europese land dat noodhulp kreeg. Het IMF, de EU en de Wereldbank garandeerden gezamenlijk een lening van 20 miljard euro. De regering denkt de economie inmiddels weer zo gezond te hebben dat het zonder het laatste deel van de lening kan.

Sinds april 2009 wordt het land geleid door technocraat en zakenman Gordon Bajnai, die zijn werk voor het symbolische salaris van 1 forint doet en bij de verkiezingen komende april niet herkiesbaar is. Hij heeft onder meer uitkeringen verlaagd, de dertiende pensioenmaand geschrapt en zwangerschapsverlof beperkt van drie naar twee jaar. De vorige regering had de ambtenarenlonen al bevroren.

De verbeteringen zijn merkbaar. De koers van de forint ten opzichte van de euro, die aan het begin van de financiële crisis kelderde en voor grote problemen zorgde, is grotendeels hersteld.

IMF-en EU-experts die de afgelopen weken in Boedapest waren om de hervormingen en de begroting onder de loep te nemen lieten gisteren tijdens een persconferentie weten dat het begrote tekort van 3,8 procent voor 2010 ‘haalbaar’ is, mits de uitgaven strikt beperkt blijven en voorzichtig wordt omgesprongen met reserves. „Het beleid over de afgelopen 1,5 jaar heeft het vertrouwen doen toenemen en Hongarije op de juiste weg naar stabiliteit en groei gezet”, zei James Morsink, hoofd van de IMF-missie. De Hongaarse economie kromp in 2009 met 6,3 procent, iets minder dan voorspeld. Voor 2010 wordt 0,2 procent krimp verwacht. Herstel van de economie is afhankelijk van de groei in Duitsland, waar een groot deel van de export heen gaat.