Défago geeft Zwitsers weer status

Ineens was daar weer Didier Défago. Geen favoriet, maar wel de nieuwe olympisch kampioen op de afdaling. Eindelijk, na 22 jaar, weer goud voor een Zwitserse skiër.

Didier Défago wint zelden, maar áls hij wint zijn het grote wedstrijden. In die zin zat er logica in de olympische titel die de 32-jarige Zwitserse skiër gisteren op de afdaling behaalde. Het is een prachtige reeks: na de Lauberhornrennen in Wengen en de Hahnenkammrennen in Kitzbühel – de twee klassiekers – ook de afdaling bij de Winterspelen in Vancouver winnen. Dat vindt Défago zelf ook, vooral omdat hij na 22 jaar de opvolger is van de legendarische Pirmin Zurbriggen, de laatste Zwitser die de olympische afdaling won.

Maar de logica vooraf was een andere. Daarin behoorde Défago niet tot de favorieten. De druk voor de van zaterdag naar gisteren verplaatste wedstrijd in Whistler lag bij zijn landgenoten Didier Cuche en Carlo Janka, die dit seizoen de wereldbekerwedstrijden afdaling domineren. Of bij traditionele favorieten als de wispelturige Amerikaan Bode Miller en de stoïcijnse Noor Aksel Lund Svindal. En natuurlijk bij de Canadezen Manuel Osborne-Paradis, Erik Gauy en Robbie Dixon vanwege hun thuisvoordeel.

Ach, Défago hoort erbij, natuurlijk. Al jaren. Hij is zo’n skiër van wie je na een wedstrijd beseft: o ja, hij kan ook winnen. Of zoals Miller, die de bronzen medaille won, het op de persconferentie zei: „Didier is er altijd. En hij is goed, hè, vergis je niet. Je wint niet zomaar ‘Wengen’ en ‘Kitzbühel’. Mij heeft hij zeker niet verbaasd.”

Aardig, die loftuiting van Miller, maar het was lange tijd onzeker of Défago wel zou starten. Hij behoorde niet tot de eerste keus van bondstrainer Martin Rufener. Cuche en Janka stonden niet ter discussie, maar Défago moest zijn olympisch startbewijs bij trainingen in Whistler verdienen.

Tot zijn grote woede, want gelet op zijn zesde plaats in het wereldbekerklassement van de afdaling had Défago op meer krediet gerekend. Uiteindelijk kreeg Défago, na Ambrosi Hoffmann, de vierde startplek toegewezen. „Die selectieprocedure heeft me gefrustreerd.” Maar Défago vond niet dat aan die gevoelens zijn olympische titel moest worden toegeschreven. „Ik voelde me gewoon goed, ik was in vorm.”

Défago bevestigde in Whistler nogmaals de opleving van het Zwitserse skiën. Na Zurbriggen in Calgary 1988 was het decennia mis, omdat de nationale skibond te weinig aan talentontwikkeling deed. De houding was: de nieuwe skiërs dienen zich vanzelf aan in een land met een lange skitraditie. Het bleek ijdele waan der trotse zielen, want de gemotiveerde, talentvolle skiër weken uit naar de Oostenrijkse sportscholen, waar ze in tegenstelling tot Zwitserland wel hun sport met een studie kunnen combineren.

Naarmate de successen uitbleven en de rivalen uit Oostenrijk steeds dominanter werden, drong het besef voor verandering ook tot de Zwitserse skibestuurders door. Intussen is de situatie verbeterd en heeft de bond de opleiding serieus ter hand genomen. Er wordt weer geïnvesteerd in jonge skiërs, die nu ook in Zwitserland hun sport met een opleiding kunnen combineren. En met resultaat, want Janka bij de mannen en Lara Gut bij de vrouwen zijn jong en van een internationale standaard.

Eigenlijk is Défago een exponent van de lichting die aan haar lot werd overgelaten, maar hij raakte samen met zijn trainingsmaatje Cuche wel geïnspireerd door het nieuwe elan van de generatie Janka. De ‘oude’ mannen haakten aan en bleken nog steeds zeer competitief. Cuche wint in de herfst van zijn carrière veel wereldbekerwedstrijden en na ‘Wengen’ en ‘Kitzbühel’ sloeg Défago gisteren toe in Whistler.

Die generatiekloof prikkelt Défago en Cuche, die als Franstaligen ook nog een regionale strijd leveren met de Duitstalige jongeren Janka en Daniel Albrecht, die overigens herstellende is van een zware val, vorig jaar in Kitzbühel. De dertigers laten niet met zich sollen. Het was veelzeggend dat Cuche naar het podium kwam waar de leider van de wedstrijd wordt geposteerd om Défago met een omhelzing te feliciteren. Het was de knuffel van een soulmate.

Mooie overwinning van Défago, maar de verdeling van podiumplaatsen kwam pas na precisiewerk tot stand. De Zwitser had een voorsprong van zevenhonderdste seconden op de Noor Aksel Lund Svindal en negenhonderdste seconden op Miller. En ervaren podium, wat niet verwonderlijk was gezien de moeilijkheidsgraad van de piste.

Vooral de bronzen plak voor Miller was opvallend. Hij mag een grote naam hebben en meervoudig winnaar van de algemene wereldbeker zijn, dit seizoen presteert Miller matig. Verklaarbaar, want hij zou stoppen, kwam daar op terug, en begon met een achterstand aan het seizoen. Nu het ski-jaar er bijna opzit heeft Miller zijn oude vorm te pakken. Maar dat was gisteren net niet toereikend om zijn eerste gouden medaille te winnen. Maar de concurrentie is gewaarschuwd voor de Super G.