Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

'Ze vonden mijn strip te damesachtig'

Dochter Leontine stond model voor Karlijn, Andrea voor Catootje. Zo begon Jan Kruis de stripserie ‘Jan, Jans en de kinderen’. Eind deze maand krijgt hij de Marten Toonderprijs.

Striptekenaar Jan Kruis: „Libelle draait om het gezin, net als mijn strip.” Foto Sake Elzinga Nederland - Mantinge - ( Drenthe ) - 22-01-2010 Jan Kruis , striptekenaar bekend van Jan Jans en de kinderen en Woutertje Pieterse. Winnaar van de eerste Marten Toonderprijs in 2009 . Foto: Sake Elzinga
Striptekenaar Jan Kruis: „Libelle draait om het gezin, net als mijn strip.” Foto Sake Elzinga Nederland - Mantinge - ( Drenthe ) - 22-01-2010 Jan Kruis , striptekenaar bekend van Jan Jans en de kinderen en Woutertje Pieterse. Winnaar van de eerste Marten Toonderprijs in 2009 . Foto: Sake Elzinga

Uit een plastic mapje peutert Jan Kruis een nummer van het Tom Poes Weekblad, eerste jaargang, 1948. Bij de uitslag van de tekenwedstrijd onder lezers staat, bij de winnaars in de categorie ouder dan 14 jaar: ‘J. Kruis’. „Mijn eerste prijs”, zegt de tekenaar glunderend – in het blad van Marten Toonder, schepper van Tom Poes en Olivier B. Bommel.

Naar Toonder is de nieuwe, grote staatsprijs voor een stripoeuvre genoemd, die de 76-jarige tekenaar eind februari krijgt uitgereikt. Kruis verdiende hem voor zijn familiestrip Jan, Jans en de kinderen, die hij tekende voor het weekblad Libelle van 1970 tot en met 1999. Het is nog altijd de best verkopende strip van Nederland, met 45 duizend verkochte exemplaren per titel – al tekent Kruis de strip niet meer zelf. In 1999, na 1139 afleveringen, verkocht hij de rechten aan Sanoma. Een collectief tekenaars nam het werk over onder de naam Studio Jan Kruis.

„De prijs is een grote eer en een erkenning van mijn werk”, zegt Kruis, die tijdens de lunch drinkt uit een Bommel-beker en eet van borden met zijn stripfiguren in de rand: vader Jan, moeder Jans, de kinderen Cato en Karlijn en de drie huisdieren.

In zijn atelier, de verbouwde schuur naast zijn Drentse boerderij, vertelt Kruis over de eerste tekenlessen die hij in de oorlog kreeg van Wim Meuldijk, die later Pipo de Clown zou bedenken. „Hij gebruikte een instructieboek van Disney, dat liet zien hoe je poppetjes opzette. Vooral het sfeertje trok me aan: een studio met inkt, papier, potloden en boeken. Meuldijk tekende voor een krant en noemde zich journalistiek tekenaar. Dat wilde ik ook worden.”

Na de mulo bezocht Kruis de kunstacademie. „Mijn vader werkte in de haven en promootte mij door ‘per ongeluk’ tekeningen van mij uit zijn portefeuille te laten vallen, als iedereen rond de potkachel zat. Tot een keer iemand zei: die jongen moet je naar de academie sturen.” De academie noemt Kruis een „ouderwets degelijke opleiding”. „Schools. Rapport mee voor je ouders. Ik zat op de reclameafdeling, leerde lettertekenen en affiches ontwerpen.”

Kruis werd reclametekenaar, maar tekende ook strips. Na een ontmoeting met een tekenaar van de Toonder Studio maakte hij een strip met Toonder zelf: Student Tijloos. Toonder schreef, Kruis tekende. „Toonder zag wel wat in mijn werk. Ik was zo trots als een oude aap. Hij was een idool, een halfgod voor me. Maar het duurde niet lang. Hij had moeite de strip te verkopen en ik ging te veel mijn eigen gang.”

Uiteindelijk was het Peter Middeldorp, de redactiechef van Libelle en ex-hoofdredacteur van stripblad Robbedoes, die vroeg of hij niet een strip voor zijn blad wilde maken. Kruis haalde zijn twee jaar oude schetsen van Jan Jans van stal.

Hoe kwam u op het idee?

„Ik dacht: ik heb nergens verstand van, behalve van een gezinnetje met twee dochters. Mijn Leontine stond model voor Karlijn, Andrea voor Catootje, en ik ben maar gewoon begonnen. Dat is de enige manier. Ik tekende gezinssituaties die herkenbaar en grappig zijn, in een ritme van één per week.

Hoe kregen de figuren hun uiterlijk?

„Dat was mijn gezinnetje! Niet precies, ik kon wel tekenen natuurlijk. Ik tekende een meisje dat een karikatuur was van Andrea. Jan leek niet op mij, maar mijn vriend en collega Martin Lodewijks zei: ‘Dat is je broer’.

„De figuren moesten zich ontwikkelen. Van week tot week! In de eerste strips zien ze er wat anders uit. Jan wat dikker. Jans met een ander kapsel. Maar al vlot hadden ze hun eigen vorm. Op een gegeven moment heb ik ze bevroren en werden ze niet ouder.”

Wat deed u om elke week aan onderwerpen te komen?

„Niks. Zwoegen. Ik had een antenne voor wat ik kon gebruiken. Gesprekken aan tafel. Ik had geen systeem. Nooit een opschrijfboekje gehad. Het zat allemaal in mijn hoofd.”

Hoe was het voor een vrouwenblad te tekenen?

„Na een jaar bood mijn vriend en zakelijk partner Joop Wiggers de strip aan bij VNU, die een pretentieuze ‘boekerij’ hadden. Ze vonden het niks, een strip uit Libelle. Dat imago heeft me lang achtervolgd. Men vond wat ik deed en waar ik vandaan kwam te min, te volks, te damesachtig. Mijn collega’s begrepen ook niet dat ik bij dat blad zat. Maar ik was liever alleen in Libelle, dan met zijn allen in Pep. Ik voelde me er thuis. Libelle draaide om het gezin, net als mijn strip.”

Had u problemen met de deadline?

„Jaah! Ging ik opgelucht naar de brievenbus, om mijn strip op te sturen, dan vatte ik bedrukt de terugreis aan, want de volgende deadline was ingegaan. Als ik het wel eens niet haalde, plaatsten ze een gouwe ouwe.

„Vanaf het begin had ik het idee dat ik het niet vol zou houden. De rode kater kwam erbij uit wanhoop. Op een dag wist ik niks meer en de strip moest op de post. Die kater was snel getekend en er was geen gesprek. Hij hield een monoloog, filosofeerde wat.

„Kinderen vonden de kater niks, de ouderen vonden het wel leuk. Maar ik heb nooit een kinderstrip gemaakt. Al hield ik er rekening mee dat ze in de kamer zaten. Maar ik tekende voor de vaders en moeders. Ik had vooral veel lezeressen natuurlijk.”

Was dat de reden voor de fikse rol van het feminisme in de strip?

„Nee, dat was omdat het feminisme in die tijd zo nadrukkelijk aanwezig was. Dat nam ik mee. Jans wilde gaan werken. Ze heeft het later zelfs tot wethouder geschopt. Werd Jan huisman.”

Jan was altijd ondergeschikt, de sul.

„Wat wil je? De enige man in een huishouden van drie vrouwen en had heel weinig in te brengen. Bij zijn dochters niet en bij zijn vrouw alleen als het er echt op aan kwam. Dat vraagt om grapjes.”

Jan deed zijn beste een ‘moderne man’ te zijn.

„Jaah, dan vroeg hij zich bij het vullen van de wasmachine af, terwijl die vrouwen op de bank voor de tv liggen: ben ik modern of ben ik toch maar een sukkel van een vent? Dat is een typerende strip voor die situatie.”

Jan worstelde met de opvoeding.

„Als Karlijn opperde om aan de pil te gaan, viel Jan van schrik van de bank. Jans probeerde altijd begrip op te brengen. Die was vooruitstrevender. Jan was behoudend. Later kwam opa erbij, nog een generatie. Mijn vader stond model voor hem. Hij heeft daar nog lang van kunnen genieten. Hij was er zo trots op. Ik gebruikte altijd alleen wat ik al kende. Ik heb altijd geprobeerd mensen te portretteren. Dat was voor mij de enige manier om met karakters om te gaan.”

„Wie ik bedacht was Stien, de moeder van Jans. Maar daar was ik dan snel klaar mee. Nicht Hanna was ook een bedenksel, een BOM-vrouw. Dat werkte wel. Zij kwam met nog meer input van het feministische gedachtegoed. Dat kwam allemaal op die arme Jan neer.”

Was de bewust ongehuwde moeder een maatschappelijke fenomeen dat u wilde integreren in de strip?

„Het was de wereld waar ik in leefde. Iedereen kende dat in de jaren tachtig. Ik kon bij Libelle veel doen. Ik heb Catootje laten vertellen dat ze een homofiele gymleraar had. Mijn hoofdredacteur toen, Rob van Vuure, zei: alles wat in Jan Jans kan, kan in Libelle, en andersom.

„Ik had nooit het gevoel dat ik iets niet mocht. De enige keren dat er stripjes werden afgekeurd, was als een adjunct of de art-director moest oordelen. Rob was niet bang. Hij had vertrouwen in die strip. Hij wist dat ik goed aanvoelde wat er leefde en hoe ver ik kon gaan.”

Waarom zat er geen seks in de strip?

„Ik had mijn natuurlijke begrenzing. Er werden wel grapjes over gemaakt, maar ik liet nooit wat zien. Dat paste niet in het blad.”

Jans heeft er wel bloot in gestaan. Op de weegschaal.

„Van achteren zeker?

Nee, met borsten en tepels.

„Oh. Kan zijn. Ik heb er nooit een punt van gemaakt.”

Was zorgeloosheid een norm?

„De norm werd bepaald door de vorm: een zelfstandige aflevering van acht plaatjes. Heel soms tekende ik vervolgverhalen, zoals toen Jans droomde van een affaire met de pianoleraar. Dat was al heel wat voor mijn doen. Maar als je iemand wil laten doodgaan, wordt continuïteit een eis. Dat kan niet in één aflevering.”

Waarom verkocht u uw strip?

„Ik was 65 en het was moeilijk dat wekelijkse ritme vol te houden. Bovendien was er een kentering in de techniek: de computer kwam. Libelle wilde er over praten en na een jaar waren we eruit. Andere tekenaars en schrijvers namen het over. Ze doen nu met zijn zevenen wat ik in mijn uppie deed. Maar dan ook elke week een nieuwe aflevering. Plus twee boeken per jaar. Voor vlijt een tien.”

En voor kwaliteit?

„Ik ben de laatste die het verschil niet ziet. Het is mijn kind. Dat is slikken. Ik druk mij voorzichtig uit. Ik was er niet blij mee, nog niet. Maar bij Libelle is men tevreden. Daar tellen vooral de verkoopcijfers.”

Jans heeft nu piekhaar.

„Jans krijgt weer een knot! Dat was mijn cadeautje van de studio voor het winnen van de Toonder-prijs. Ik had er zo vaak over gezeurd, dus dat was lief.”