Stervorming vertraagt door opraken gas in sterrenstelsels

De telescopen op het 2.550 meter hoge Plateau de Bure, in de Franse Alpen, behoren tot de meest gevoelige voor waarnemingen in het infrarood en op millimeter-golflengten. foto IRAM/Rebus
De telescopen op het 2.550 meter hoge Plateau de Bure, in de Franse Alpen, behoren tot de meest gevoelige voor waarnemingen in het infrarood en op millimeter-golflengten. foto IRAM/Rebus

Een groep sterrenkundigen uit Duitsland, Frankrijk en de VS heeft voor het eerst in heel verre maar gewone sterrenstelsels het gas waargenomen waarin sterren ontstaan (Nature, 11 februari). De waarnemingen, verricht met een aantal telescopen in de Franse Alpen, laten zien dat deze verre sterrenstelsels veel meer gas bevatten dan ons melkwegstelsel of vergelijkbare oudere stelsels. Het verklaart het raadsel waarom de stervorming in oude sterrenstelsels veel trager verloopt dan in jongere.

Sterren ontstaan door samentrekking van delen van dichte, koude, interstellaire gaswolken. In ons melkwegstelsel ontstaan zo enkele sterren per jaar. In sterrenstelsels in het diepe – en dus jonge – heelal ligt het tempo van stervorming echter wel een factor tien hoger. Dat zou er op kunnen wijzen dat de grondstof voor stervorming in het verre verleden in veel grotere mate voorhanden was dan nu.

Het probleem voor waarnemers op aarde is dat de stervorming plaatsvindt in gebieden die vooral in het infrarood zijn te zien en vrijwel niet in zichtbaar licht. Op het Plateau de Bure, nabij Gap in de Franse Alpen, staat een interferometer die het infrarood even scherp ziet als één telescoop in zichtbaar licht. Hij bestaat uit zes telescopen van 15 meter diameter die samen als één telescoop werken.

Met deze interferometer hebben Linda Tacconi en haar collega’s twee groepen sterrenstelsels waargenomen die op afstanden van circa 8 en 11 miljard lichtjaar staan en respectievelijk 5,5 en 3 miljard jaar oud zijn. Deze stelsels blijken voor respectievelijk 44 en 34 procent uit het gezochte gas te bestaan: drie tot tien maal zoveel als in het melkwegstelsel. Dit betekent dat het hoge tempo van stervorming in jonge stelsels alléén het gevolg is van een grotere hoeveelheid gas. Naarmate dit gas wordt omgezet in sterren, loopt het tempo van stervorming terug. George Beekman