Betalen voor de tram

Vandaag schaft Rotterdam als eerste stedelijk gebied de strippenkaart voor het openbaar vervoer af. Vanaf nu moet iedere reiziger er van de ov-chipkaart gebruikmaken. Binnen afzienbare termijn zal heel Nederland volgen.

Een nieuw afrekenmodel en dus ook een nieuw keurslijf voor de reizende burger is een feit geworden. Daarover is al veel te doen geweest. Het systeem rekent immers af op maat, werkt met poortjes, eist een borgstelling en houdt voor abonnementhouders individueel hun ‘reisgeschiedenis’ bij. Wie dat niet wil koopt een anonieme kaart en mist dus de korting. Daartegen zijn bezwaren aan te voeren. Maar daar gaat het hier nu niet over. Er zijn namelijk ook voordelen.

De facto wordt afscheid genomen van het zelfbedieningsmodel in het openbaar vervoer, dat werkte op vertrouwen en burgerzin. Afscheid van een systeem waarin de reiziger zelf moest bepalen hoeveel ‘zones’ bus of tram zou doorkruisen, om dan het navenante aantal strippen tevoren te stempelen. Dat systeem was geschikt voor autochtonen met kennis van de plattegrond, maar niet uit te leggen aan vreemdelingen en ingewikkeld voor iedere niet-inwoner van het betreffende gebied. Ook de goedwillende reiziger werd er vanzelf grijs- en soms ook zwartrijder door.

De chipkaart kan de betaalmoraal verbeteren en het profijtbeginsel in ere herstellen. Want het openbaar vervoer was eigenlijk semi-gratis: een lek systeem dat eerder uitnodigde om zo min mogelijk of helemaal niet te betalen dan om er aan mee te doen. Metrostations konden bovendien niet afgesloten worden en werden ongure plekken. In trams, bussen en treinen speelde menig reiziger een dagelijks pokerspel met de vraag of de conducteur langs zou komen. De pakkans was niet groot. In enkele steden moest de betaalplicht afgedwongen worden door geüniformeerde controleurs, wier entrée meer leek op een inval. Op sommige trajecten moest er zelfs een openbaarvervoerverbod voor jongeren aan te pas komen die zich bleven misdragen.

De ov-chipkaart is hiertegen geen panacee. Het ziet er niet naar uit dat alle perrons en instappunten afgesloten worden. Maar dat er behoefte was aan een beter controleerbaar, meer besloten openbaar vervoer waarin iedere gebruiker per kilometer kan worden afgerekend is winst.

Dat nieuwe keurslijf wringt, zeker in het begin. Opladen, afrekenen, reiskosten, registratie: het is nieuw, het werkt vaak nog niet goed. Dat is onaangenaam, maar ook klein leed dat iedere systeemwijziging begeleidt. De ov-chipkaart biedt bovendien perspectieven. De behoefte aan mobiliteit groeit, de druk op alle vervoerssystemen neemt toe. Er zal meer met flexibele tarieven gewerkt moeten worden. De ov-chip geeft betere informatie over reisgedrag en dus over de belasting van het systeem. Dat kan leiden tot gerichte verbeteringen waarvan ook de reiziger kan profiteren.

Daarvoor levert iedere gebruiker iets in. Namelijk precieze informatie over zijn in- en uitstapmoment, als hij dat zelf wil eventueel anoniem. Is dat eigenlijk veel gevraagd?