De oorlogsheld als pathologische junkie

The Hurt Locker. Regie: Kathryn Bigelow. Met: Jeremy Renner, Anthony Mackie, Brian Geraghty. In: 5 bioscopen ****

Hoezo is oorlog een hel? Voor sommigen is het de ultieme trip. Ik kende ooit zo iemand: werd er geschoten, dan veranderde hij in een junkie vlak voor zijn fix. Terwijl hij zich in zijn kogelvrij vest wrong, liep zijn gezicht rood aan, trilden zijn handen, ging hij zweten en ratelen. Kom op, erop af, we zijn helden! Niet toevallig zijn oorlogsjunkies vaak ook gokkers. Zoals de documentaire The Player recentelijk vaststelde: een echte gokker zet zichzelf op het spel. Welke inzet is hoger dan je leven, welke adrenalinerush machtiger dan doodsangst?

„De opwinding van de strijd is een krachtige en vaak fatale verslaving, want oorlog is een drug”, citeert The Hurt Locker oorlogsverslaggever Chris Hedges. Deze film, gebaseerd op een verslag van journalist Mark Boal die meereisde met bomexperts in Irak, gaat over zo’n verslaafde. William James (Jeremy Renner) is de nieuwe teamleider van een groep bomexperts. Voor hem is Bagdad de ultieme opiumkit. Buitenstaanders slaan hem bewonderend op zijn schouders na weer een kamikazeactie: man, dat was wild! Zijn teamleden hebben bedenkingen: deze cowboy sleept hen steeds nodeloos mee in het gevaar. Ze houden de dood liever op armlengte.

Jeremy Renner maakt The Hurt Locker tot een vrij originele oorlogsfilm: de Amerikaanse held zonder vrees gereduceerd tot pathologisch geval. Hollywood kent al sinds de jaren zestig half-suïcidale, verknipte helden: vooral Mel Gibson maakte dat type tot icoon. Maar zij zijn zo geworden door verlies of trauma, en stevenen af op een beter leven of een tragische dood. Zo niet James: hij heeft thuis een mooie vrouw, een lief dochtertje, maar hij kiest voor zijn verslaving. James’ tegenspelers zijn minder boeiende standaardtypes. De ruige zwarte sergeant Sanborn (Anthony Mackie) die een weerbarstige mannenvriendschap met hem sluit, de nerveuze soldaat Eldridge (Brian Geraghty) die troost zoekt bij een aalmoezenier.

The Hurt Locker heeft verder weinig tijd voor bespiegeling of karakterontwikkeling. Daarvoor is hij te veel actiefilm, opgebouwd uit een serie escalerende set pieces: bermbom, autobom, zelfmoordterrorist, met een hinderlaag voor de broodnodige variatie. Regisseur Kathryn Bigelow bombardeert de zintuigen met gruizige beelden uit de schoudercamera, hectische montage, een daverende soundtrack die de film tot een bijna fysieke ervaring maakt. Ligt de nadruk op concentratie, dan doet The Hurt Locker met zijn afwisseling van extreme close-ups en panoramische shots aan spaghettiwesterns denken: de heavy metal maakt soms plaats voor Ennio Morricone-achtige muziek.

Maar Bigelow is altijd gefascineerd geweest door mannenwerelden, van de criminele surfers in Point Break tot barse kerels op een Sovjetonderzeeër in K19: The Widowmaker. Ook in The Hurt Locker verbroederen echte mannen door zich lam te zuipen en elkaar keihard in de zonnevlecht te rammen. Maar Bigelow biedt geen fris inzicht in die wereld van testosteron, dikt de machoheroïek slechts aan.

Dat The Hurt Locker in de Verenigde Staten flopte komt vooral door de aversie tegen Irak-films; negen Oscar-nominaties trekken dat mogelijk recht. Gaat het om visualisatie van de hectiek en paranoia van de moderne stadsoorlog, dan kent deze film geen gelijke. Dat hij geen vraagtekens zet bij de Amerikaanse rol in Irak, valt als dramatische keuze prima te verdedigen. The Hurt Locker is het gezichtspunt van Amerikaanse militairen, voor wie Irakezen onverschillige omstanders of potentiële vijanden zijn. Het voelt als water bij de wijn wanneer Bigelow deze meedogenloze film verzacht met een subplot over de aarzelende vriendschap tussen James en het Iraakse straatschoffie Beckham. Gelukkig leidt dat tot niets.