Dat geld moet wel naar de klas

Vandaag staken mbo-studenten voor beter onderwijs op scholen.

Het wordt tijd dat Den Haag meer grip krijgt op de schoolbesturen.

Illustratie Milo
Illustratie Milo Milo

Na studenten van het hbo en de universiteiten laten nu ook mbo-studenten hun stem horen. Vandaag is er een grote studentenstaking, met een actie op het Plein in Den Haag, met de bedoeling om de politiek en de schoolbesturen op te roepen om de kwaliteit van het mbo-onderwijs te verbeteren. Deze staking gaat vooraf aan het spoeddebat dat de Tweede Kamer zal voeren over de kwaliteit van het mbo-onderwijs.

Lesuitval, roosters die niet op orde zijn, zieke docenten die na een jaar nog niet vervangen zijn en een onzichtbare opleidingsmanager – deze en vele andere klachten komen binnen bij de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB). De 850-urennorm blijkt voor veel mbo-instellingen niet haalbaar. Ze mogen volgens de administratie hun 850 onderwijsuren op orde hebben, in de praktijk blijkt dat de gaten in feite gedicht worden met zelfstudie-uren, stage-uren en onderwijs op afstand. Het schrijnende is dat de mbo’ers die gemotiveerd zijn hierdoor volledig gedemotiveerd raken. Met als gevolg dat de studenten vroegtijdig hun school verlaten of veel geld moeten betalen omdat ze ongewild studievertraging oplopen.

Deze wantoestanden verklaren de resultaten van het tevredenheidsonderzoek van de JOB. Hierin wordt tweejaarlijks aan de hand van een uitgebreide enquête (de zogeheten JOB-monitor) onderzocht hoe tevreden mbo-studenten over de verschillende mbo-instellingen zijn. Bijna alle mbo-instellingen van Nederland nemen deel aan dit onderzoek.

Uit het onderzoek van 2008 komt onder andere naar voren dat bijna een derde van de studenten negatief is over de lessen en het programma. Bijna de helft is negatief over het op tijd bekendmaken van roosterwijzigingen. Nog erger: bijna een kwart van de studenten vindt dat ze te weinig leren op school. Dit stuitende beeld wordt bevestigd door de vele telefoontjes en e-mails met klachten die JOB bereiken gedurende het schooljaar.

Waar ligt het nu precies aan? Het is niet zo dat scholen te weinig geld hebben, maar het probleem is dat het geld in de bovenste laag blijft steken. Te weinig geld sijpelt door naar de klas. Er zijn scholen waarbij van de 6800 euro die ze per leerling krijgen slechts 2400 euro ‘in de klas’ terecht komt. Het geld blijft hangen in het top- en middenmanagement en bij externe partijen die de boel om de haverklap moeten komen oplossen. Bij wet mogen scholen een deel van hun geld reserveren. Dit geld gaat dus niet naar de individuele student maar bijvoorbeeld naar het gebouw en algemene voorzieningen. Eerst moet toch de basis goed zijn: de lessen die op het rooster staan moeten gegeven worden, de docenten moeten bevoegd zijn en bij ziekte vervangen worden. De kwaliteit moet op orde zijn, pas dan is er gelegenheid om reserves aan te leggen.

De tot nu toe relatief gesloten mbo-wereld wordt de laatste tijd gedwongen tot transparantie, met de komst van de Keuzegids MBO en het uitbrengen van de lijst van zeer zwakke scholen van de onderwijsinspectie. Let wel: de 500 zwakke opleidingen staan hier nog niet eens op. Kortom, het wordt tijd voor meer grip vanuit Den Haag op de schoolbesturen. Met de staking eisen de studenten dat de mbo-instellingen binnen afzienbare tijd hun zaakjes op orde hebben en de studenten weer het onderwijs bieden waar ze voor getekend hebben.

Geerten Geerts is voorzitter van de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB).