Uitkijken voor nep en niet-nep

Geloven in jezelf, hard werken en een procedure à la Idols doorlopen. Zo word je Kamerlid, houdt Tofik Dibi Nieuwe Nederlanders voor. En: niet meedansen als je het liedje niet kent.

‘Ik spreek liever van Nieuwe Nederlanders”, schreeuwt Tofik Dibi boven de muziek uit. We zijn in Bitterzoet in Amsterdam, een kruising tussen een kroeg, een theater, een danszaal en een jeugdhonk, kortom: een te kleine ruimte met te grote geluidsboxen.

Maar terwijl de glazen trillen van het dreunen van de bas, zijn sommige aanwezigen rustig aan het bellen met hun mobieltjes. Ze zijn jong en ze komen overal vandaan, maar ik mag ze van Dibi geen allochtonen noemen. „Nieuwe Nederlanders”, schreeuwt hij nog eens.

Tofik Dibi (29) is Kamerlid namens GroenLinks en hij kreeg zijn mediadoorbraak vorig jaar november, bij Pauw & Witteman. Hij had een manifest opgesteld waarin hij succesvolle allochtonen opriep zich te uiten. Anders zou het integratiedebat maar blijven gaan over de probleemgevallen, de criminelen en overlastbezorgers.

Op alle mogelijke manieren probeerden Pauw en Witteman Dibi het vuur aan de schenen te leggen. Moeten we voortaan alleen goed nieuws brengen? En niet meer ingaan op de misstanden die Wilders beschrijft? Was Dibi’s oproep aan politici om succesallochtonen te erkennen eigenlijk geen heimelijke kritiek op zijn eigen partijleiding? Want die gaat toch steeds met Wilders in debat over probleemmoslims?

Dibi liet zich niet uit het veld slaan. Sterker nog, hij liet Pauw en Witteman achter als de twee knorrende mannetjes op het balkon in The Muppet Show.

Nu was Dibi in Bitterzoet om deel te nemen aan een tv-programma voor jongeren. De succesallochtonen over wie hij het had, degenen die hij opriep zijn manifest te ondertekenen – hoe kijken zij tegen hem aan? Zijn ze trots, is hij hun boegbeeld? Dibi aarzelt geen moment: „Dat weet ik niet.”

Hij heeft een merkwaardige oprechtheid over zich, een ongekunsteldheid die zelfs een tikje verlegen overkomt. Als een meisje met een hoofddoek hem met drukke hiphopgebaren begroet, reageert hij bescheiden. Koeltjes zelfs.

Moet hij dat niet warmer doen, hartelijker? „Ja, je ziet dat wel bij Amerikaanse politici, warme handdruk, brede smile, stem op mij. Ik kan dat niet. Ik vind het nep.”

Nep en niet-nep zijn sleutelbegrippen onder jongeren, vertelt hij. Ze zien meteen of het gemeend is. Authenticiteit, jezelf zijn, je eigen ding doen, het zijn levensvoorwaarden voor deze Nieuwe Nederlanders. En ze hebben een absolute weerzin tegen arrogantie en vertoon.

Is deze omgeving met gekleurde academici en carrièremakers zijn natuurlijke habitat? Dibi: „Ja, maar Slotervaart met al die moeilijke jongens ook.”

Hij ging naar school met ze, hij woont nog steeds in Slotervaart, hij vindt het spijtig dat succesvolle allochtonen meteen wegtrekken, wat hem betreft blijft hij altijd daar wonen. Ja, ook als hij later getrouwd is, zijn kinderen zullen gaan naar een gemengde school, net als hijzelf. „Zal ik je wat zeggen? Tegen die tijd is integratie geen issue meer. Dat hele moslimdebat zoals dat de laatste tijd gevoerd wordt, dat is zó 2009. De voorhoede die hier is, vindt de islamkwestie nu al volkomen passé, dat merk ik overal waar ik kom.”

Of dat niet ligt aan waar hij komt? „Nee hoor, ik moet van de partijleiding overal naar toe. En je ziet hoe Nederlanders klaar zijn voor een frisse wind. Ze vinden dat gedoe van Wilders nu al ouderwets. Een gepasseerde discussie.”

De talkshow begint. Dibi krijgt een microfoon opgespeld, make-up wordt bijgewerkt, het publiek krijgt de instructie te klappen, camera loopt. Hoge barkrukken om een robuuste statafel, twee licht nerveuze presentatoren en naast Dibi een rapper en twee aankomende politici uit de Bijlmer.

De rapper heeft het over het gevoel buitengesloten te zijn, maar hij kan het makkelijker rappen dan aan zo’n tafel uitleggen. Toch begrijpen de aankomende politici het meteen: je kan tegenwoordig niet eens met z’n drieën op een hoek staan in de Bijlmer zonder een boete te krijgen, zeggen ze. De politie gedraagt zich nodeloos stoer, alsof ze in Amerika zijn, „die gasten kijken te veel televisie, man”. Daarom gaan ze meedoen aan de deelraadverkiezingen van Amsterdam-Zuidoost, met een eigen partij.

Wat gaan ze veranderen, wat zijn de voornemens? Die blijken verrassend gematigd, zelfs traditioneel: er moeten meer en betere buurthuizen komen, en niet alleen waar je kunt pingpongen.

Dibi heeft al die tijd rustig zitten luisteren en pas als het hem gevraagd wordt, zegt hij dat het een uitstekend idee is om politiek actief te worden. Hijzelf had het geluk dat er al een partij bestond die zijn ideeën deelde.

Was het makkelijk om in de Tweede Kamer te komen? „Nou, je moet geloven in jezelf en hard werken. En je moet een procedure doorlopen. Net als bij Idols, ongeveer.”

Tijdens een optreden van een rapper steekt iedereen de handen in de lucht en deint mee. Dibi blijft met de armen gekruist voor zich uit kijken. Of hij niet een beetje mee had moeten doen, vraag ik na afloop. „Ik kende het nummer niet”, zegt hij, „en dan de handen in de lucht, dat is nep.”

ramdas@nrc.nl

Oudere columns van Anil Ramdas kunt u lezen op nrc.nl/ramdas