Ravel spelen met maar één hand

Klassiek Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin, met Jean-Yves Thibaudet, piano. Werken van Verbey, Ravel en Strauss. Gehoord: 5/2 De Doelen, Rotterdam. Herh.: 6/2 Amsterdam, 7/2 Dortmund. Inl: www.rpho.nl. ***

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest geeft dezer dagen in Nederland en Duitsland een voorproefje van de concerten die het binnenkort zal spelen tijdens een Noord-Amerikaanse tournee. Die begint over anderhalve week in New York, en voert daarna langs vier steden in Canada, geboorteland van chef Yannick Nézet-Séguin.

De uitvoering van Theo Verbeys Conciso (1996) wordt hopelijk nog wat bijgeschaafd voor vertrek. Naast de wat lukrake timing hier en daar, vraagt de muziek vooral om meer continuïteit: ondanks uitstekend individueel spel dreigt de hechte kettingstructuur op de verbindingspunten los te laten.

Jean-Yves Thibaudet soleert indringend in Ravels Concert voor piano linkerhand en orkest, in 1929-30 gecomponeerd voor pianist Paul Wittgenstein, die een arm verloor in de oorlog. Men zegt dat gehandicapten hun gemis compenseren, en Thibaudet (die maar doet alsof) lijkt met zijn ene hand inderdaad extra krachtig te spelen, wat niet tot grofheid leidt, maar juist tot een helder gedefinieerde zangerigheid. In de stuwende begeleiding creëert Nézet-Séguin bovendien de continue stroming die in Verbey ontbreekt.

Ravels Pavane pour une infante défunte (1899), door Thibaudet met beide handen gespeeld als solistische toegift, klinkt meesterlijk lucide en fragiel.

In Richard Strauss’ symfonische gedicht Ein Heldenleben, op. 40, is het vooral een feest om Nézet-Séguin aan het werk te zien: lenig, vurig en veerkrachtig leidt hij het orkest door een uitvoering zonder reserves: de climaxen zijn heerlijk mateloos, het slot eindeloos onthecht.