Na de toets gaan we leuke dingen doen!

Vandaag is de laatste Cito-toetsdag, maar 1.500 kinderen maken de test pas in maart.

Het is een proef om het „versloffen” van de leerstof te voorkomen.

Martijn (12) zit in groep acht van basisschool de Regenboog in het dorpje Een, vlakbij Assen. Terwijl de meeste van zijn leeftijdsgenootjes elders in het land voor de derde dag op rij zitten te zweten boven de Cito-toets werkt hij vandaag gewoon aan zijn weektaak. „Zo heb ik meer tijd om te oefenen met spellen”, zegt Martijn.

Het schooladvies van zijn leerkracht heeft hij al gekregen: technasium. Dat komt goed uit, want Martijn wil grafisch tekenaar worden. Daar komt een hoop rekenwerk bij kijken. Met dat rekenen zit het wel goed, zegt hij, „maar om aangenomen te worden heb je best een hoge Cito-score nodig”. En daar hoort spellen ook bij.

De Regenboog is een van de 53 basisscholen in de regio’s Assen, Roermond, Wijchen en Elburg, die dit jaar bij wijze van proef pas in de laatste week van maart de Cito-toets zullen afnemen. Het idee achter de proef is dat leerlingen na de toets minder intensief leren en dat de kostbare lesuren tussen de toets en de zomervakantie dus slecht benut worden.

De proef is een initiatief van de vereniging van schoolbesturen in het Primair Onderwijs (PO-raad). „Na de Cito-toets gaat de druk eraf”, zegt een woordvoerder van de raad. De eindtoets is geweest, nu gaan we alleen nog maar leuke dingen doen, is volgens hem vaak de gedachte onder leerlingen. Naast het beter benutten van de onderwijstijd, zou een latere Cito-toets ook kunnen zorgen voor een betere aansluiting op het voortgezet onderwijs. De zogeheten ‘leerdip’ is een bekend verschijnsel na de zomervakantie. Leerlingen beginnen na zes weken op een net iets lager niveau dan ze voor de vakantie hadden. „Daar komen dan nog vijf maanden bij en dan versloffen vooral de basisvaardigheden als rekenen en taal”, zegt de woordvoerder.

Daarbij is de Cito-toets een manier om te testen hoe ver een kind is aan het eind van het basisonderwijs. Dan moet je die test ook aan het einde van het schooljaar doen, vindt de raad.

Aanvankelijk pleitte de raad daarom voor een Cito-toets in juni. Volgens de middelbare scholen zou dat echter ernstige complicaties opleveren, omdat de leerlingen die aan de test meedoen dan na de sluitingsdatum nog ingeschreven en geplaatst moeten worden. De sluitingsdatum van de inschrijfperiode op middelbare scholen verschilt per regio, maar valt in ieder geval voor juni.

De proef wordt goed ontvangen op de Regenboog in Een. Naast het feit dat de leerlingen hun tijd beter benutten en dus met meer kennis de basisschool verlaten, ziet Marnix Ten Kate, leerkracht van groep acht, nog twee voordelen van een latere Cito-toets. Allereerst geeft het volgens hem een positiever beeld van de kennis waarmee de leerling de basisschool verlaat. Dat is ook beter voor de school zelf, aangezien de inspectie voor het onderwijs de kwaliteit van de school mede op de grond van de Cito-resultaten bepaalt.

Ten tweede zou een late Cito-toets, het liefst na de inschrijvingsperiode voor het voortgezet onderwijs, de middelbare scholen dwingen meer gewicht aan het schooladvies van de leerkracht te geven. De uitkomst van de Cito-toets is geen dwingend advies, maar weegt volgens Ten Kate te vaak te zwaar mee in de afweging van middelbare scholen om een leerling toe te laten. In 75 procent van de gevallen bevestigt de toets het schooladvies. Maar als die score door omstandigheden eens een keer tegenvalt, kost het hem „ongelooflijk veel moeite” om de middelbare school alsnog te overtuigen van het kunnen van de leerling, aldus Ten Kate.

Voor Cito zelf is een toets na de inschrijfperiode voor middelbare scholen geen optie. De belangrijkste functie van de test blijft „het geven van een onafhankelijk, tweede, gegeven bij de keuze voor het beste type voortgezet onderwijs”, zegt projectleider Marleen van der Lubbe van Cito. Wanneer de test precies wordt afgenomen maakt niet zo veel uit, „als de functie maar niet verloren gaat”.