Medeplichtigheid en spanningsdipjes

Veel lijn zit er deze week niet in de weekbladen, of het zou de alomtegenwoordigheid moeten zijn van Saab-redder Victor Muller. Het blijkt lastig in de diverse profielen een nieuw licht te werpen op zijn kleurrijke persoonlijkheid, die al eerder uitputtend behandeld werd in dagbladen en op televisie.

Strafpleiter Gerard Spong is altijd goed voor verbaal vuurwerk. In een interview met Vrij Nederland stoeit hij met de vraag of Jan Peter Balkenende en zijn voormalige minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer medeplichtig zouden kunnen zijn aan oorlogsmisdaden: „Als je materiële steun verleent aan een illegale oorlog, ben je een oorlogsmisdadiger. Je zou kunnen zeggen dat politieke steunverlening vertaald in strafrechtelijke termen in de buurt komt van medeplichtigheid.” Het moet een geruststelling zijn voor beide politici dat Spong er nog niet uit is: „We zullen er hard op moeten studeren, want dit is moeilijke kost.”

De advocaat die de strafklacht tegen Geert Wilders hielp formuleren, schiet diens verdediger Bram Moszkowicz onverwacht te hulp. Op de dag dat die van de Amsterdamse rechtbank te horen kreeg dat van de achttien gevraagde getuigen slechts drie hun opwachting mogen maken, zegt Spong: „Naar mijn inzicht moeten er zoveel mogelijk getuigen en deskundigen worden toegelaten in elk strafproces waar er grote belangen op het spel staan.”

In HP/De Tijd kookt Telegraaf-journalist Jolande van der Graaf nog van woede, als ze vertelt over de huiszoeking in juni vorig jaar, omdat ze werd verdacht van het bezit van staatsgeheimen en het runnen van een tipgeversnetwerk binnen de AIVD: „Je zou, als je staatsgeheimen in je bezit had, wat bij mij dus niet het geval was, wel helemaal gestoord zijn als je die thuis zou bewaren. Dus het ging die dag maar om één ding: intimidatie.” Derhalve kregen de rechercheurs gedurende zes en een half uur op een bloedhete dag van haar niets te drinken.

Nog verontrustender is de reportage in Elsevier over de kans op maatschappelijke ontwrichting door grootscheepse computerstoringen. Daar valt namelijk vooralsnog weinig aan te doen en ze moeten dan ook worden gezien als natuurverschijnselen. In het Atrium Medisch Centrum te Heerlen slaan gemiddeld eens in de twee weken alle brandwerende deuren in het slot ten gevolge van spanningsdipjes. De Ketelbrug ging een keer spontaan open en de politiecomputers van Noord-Oost-Nederland deden het dagenlang niet.

Het probleem is universeel, maar Elsevier signaleert als typisch Nederlands fenomeen het ontbreken van een ‘nood-breekt-wet-mentaliteit’.