Een pleidooi voor bijscholing

Un prophète werd in Cannes onderscheiden met de Grote Prijs van de jury.

Het is een geslaagde genrefilm met een boodschap.

scene uit de film Un Prophete (2009) FOTO: Cinemien
scene uit de film Un Prophete (2009) FOTO: Cinemien

Aan het gezicht van de jonge Malik is te zien dat er iets gebeurd is. Er zit een snee onder z’n oog en er zijn wat beurse plekken zichtbaar. Hij wordt in een politiebusje vervoerd naar de gevangenis. Daar levert hij z’n schaarse bezittingen in, kleedt zich uit. In een scène die herinneringen oproept aan Kubricks A Clockwork Orange (1971) moet hij achter een witte streep blijven staan en zich vooroverbuigen om de bewaker zijn tong te laten zien.

Waarom Malik precies voor zes jaar achter de tralies verdwijnt, wordt nooit duidelijk in Jacques Audiards al veel gelauwerde gevangenisfilm Un prophète – zo ontving hij op het filmfestival van Cannes de Grote Prijs van de jury en won hoofdrolspeler Tahar Rahim eind vorig jaar de European Film Award voor beste acteur.

De scène waarin Malik zich moet uitkleden, is niet alleen realistisch, maar heeft, zoals veel in Un prophète, een dubbele laag. De naakte Malik wordt zo geboren, hij is een onbeschreven blad, en vormt zich door zijn ervaringen in de gevangenis een identiteit. Audiard beziet de gevangenis met dezelfde dubbelheid. Het is de plek waar het recht van de sterkste geldt en een voortdurend door nieuwe groepen aangevochten hiërarchie heerst – hier zijn de ‘islamisten’ in opkomst. Maar het is ook een plaats waar analfabeet Malik zich kan scholen. Hij volgt taalonderwijs en gaat boeken lezen, zodat hij sterker naar buiten komt dan hij erin ging.

In een plot dat doet denken aan Kurosawa’s Yojimbo (1961) verdeelt de ‘neutrale’ Malik zijn loyaliteit tussen de Corsicaanse gangsters die in de gevangenis de scepter zwaaien en de islamitische Arabieren die hem als hun ‘broer’ zien. Malik kiest nooit echt partij en bespeelt beide groepen, die elkaar vol achterdocht en woede volgen.

César, de leider van de Corsicaanse maffia, dwingt Malik een andere gevangene te vermoorden. Als hij het niet doet, gaat hij er zelf aan. Het leidt tot een van de beste scènes. Audiard laat tot in detail de voorbereidingen op de moord zien. Malik leert tot bloedens toe hoe hij een scheermesje kan verbergen tussen z’n wang en zijn tandvlees. Dan oefent hij hoe hij het mesje ongezien en vliegensvlug tevoorschijn moet toveren om toe te slaan als hij in de cel van zijn slachtoffer is. Daar gaat het natuurlijk niet als gepland, met zenuwslopend resultaat voor Malik en de toeschouwer.

Als hij eenmaal het vertrouwen heeft gewonnen van César, moet hij tijdens moeizaam verkregen verlofdagen klusjes voor hem in de buitenwereld opknappen. In die vrije uren werkt Malik stiekem ook aan zijn eigen imperium: een ingenieuze drugssmokkelroute vanuit Spanje naar Frankrijk.

Audiard doet in interviews bescheiden over zijn ambities. Hij wilde een echte genrefilm maken, een Europese gevangenisfilm. Daar is hij al zeer in geslaagd, maar zijn film overstijgt het genre. Niet voor niets leidde Un prophète in Frankrijk tot discussies over het gevangeniswezen, met z’n overvolle cellen, geweldsuitbarstingen, corrupte bewakers en vrijelijk te verkrijgen drugs.

Un prophète is ook een film die vrij subtiel iets laat zien over de multiculturele samenleving die, net als de pragmatische Malik, schippert tussen westerse en Arabische invloeden. Daarnaast laat Un prophète de zoektocht naar een eigen identiteit zien. Hoe belangrijk taal hierbij is, illustreert Audiard in een spannende scène waarin Malik op een cruciaal moment overschakelt op Arabisch, zodat César moet tolereren dat hij niet weet wat er bekokstoofd wordt. César komt niet door geweld ten val, maar door taal. Zo is Un prophète eigenlijk één lang pleidooi tot (bij)scholing, een als genrefilm verpakte boodschap.

Un prophète.

Regie: Jacques Audiard. Met: Tahar Rahim, Niels Arestrup, Adel Bencherif, Hichem Yacoubi. In: 26 bioscopen.****