Die doktoren willen hun handen toch niet wassen...

Pogingen om mensen zich anders te laten gedragen kosten enorm veel moeite.

Mensen blijven autorijden, ondanks de vervuiling.

Mensen ertoe brengen om collectief hun gedrag te veranderen kan ongelooflijk moeilijk zijn. Vraag maar aan Ignaz Semmelweis.

Toen Semmelweis in 1847 het geheim van de kraamvrouwenkoorts had opgelost, werd hij alom als held geëerd. Ja toch? Integendeel. Ja, het sterftecijfer in de Weense kraamkliniek daalde sterk toen hij artsen opdracht gaf om nadat ze een sectie hadden verricht hun handen te wassen. Maar elders werden zijn conclusies genegeerd en werd hij zelfs belachelijk gemaakt. Het kon toch niet zo zijn dat deze gruwelijke ziekte te verhelpen was door alleen maar je handen te wassen?

Dat wil niet zeggen dat hij geen gelijk had. Dat gelijk werd postuum aangetoond door Louis Pasteurs onderzoek naar micro-organismen. Daarna werd het standaardpraktijk dat artsen grondig hun handen reinigden voor ze patiënten behandelden.

Doen artsen vandaag de dag nog wat Semmelweis voorschreef? Uit een hele serie recente studies blijkt dat in ziekenhuizen de medewerkers in nog niet de helft van de gevallen waar dat nodig is hun handen wassen of desinfecteren. En artsen zijn nog eens de ergste zondaars ook. Ze gaan vaker in de fout dan verpleegkundigen. Snapt u dat nou?

In To Err is Human, een rapport uit 1999, schatte het Institute of Medicine dat er elk jaar tussen de 44.000 en 98.000 Amerikanen sterven aan vermijdbare fouten in ziekenhuizen. Dat zijn meer mensen dan er overlijden aan borstkanker of motorongelukken. Een van de grootste fouten? Geïnfecteerde wonden.

De beste manier om dat te voorkomen? Zorgen dat artsen hun handen grondiger wassen. Toen het rapport uitkwam, namen ziekenhuizen in het hele land maatregelen om het probleem aan te pakken. Uit onderzoek van het Cedars-Sinai Medical Center in Los Angeles kwam onder meer dat artsen het ongelooflijk druk hebben en dat je de tijd die je met het wassen van je handen kwijt bent niet aan je patiënten kunt besteden. Verder is het niet altijd even gemakkelijk om bij een wastafel te komen, en vooral in patiëntenkamers staat er soms apparatuur of meubilair voor.

Er schijnen aan dat handen wassen door artsen ook psychologische aspecten te zitten.

Paul Silka, een arts bij de Spoedeisende Hulp van Cedars-Sinai, die in 2006 ook chef-staf van het ziekenhuis is geweest, kent zo’n psychologische factor: arrogantie. „Je ego gaat opspelen als je een tijdje bezig bent. Dan zeg je: breng ík infecties over? Kan niet. Dat moeten mijn collega’s zijn.”

Silka en de andere bestuurders namen zich voor om het gedrag van hun collega’s te veranderen. Ze probeerden het met allerlei prikkels: zachtzinnige overreding via affiches en mailtjes, het inschakelen van handhygiënespeurneuzen die over de afdelingen zwierven en iedereen die netjes zijn handen waste een Starbucks-waardebon van 10 dollar gaven.

Na een paar weken was de handhygiëne wel verbeterd, maar nog niet voldoende. Dat nieuws werd gebracht door Rekha Murthy, de epidemioloog van het ziekenhuis, tijdens een lunchvergadering van de adviescommissie van de chef-staf. Die telde ongeveer twintig leden, vrijwel allemaal topartsen. Iedereen sprak zijn teleurstelling uit over het rapport. Na de lunch gaf Murthy iedereen een petrischaal met daarin een sponsachtige laag agaragar. „Ik wil graag een kweekje maken van jullie handen,’ zei ze erbij. Ze drukten hun hand in de agaragar en Murthy stuurde de schalen naar het lab. De resultaten, herinnert Silka zich, „waren weerzinwekkend en schokkend. Je zag hele kolonies bacteriën zitten”.

Het zou verleidelijk zijn geweest om het allemaal onder het kleed te vegen. Maar het bestuur besloot juist om de walging die de met bacteriën bezaaide handen opriepen in te zetten door van één zo’n afbeelding een screensaver te maken op allerlei computers in het ziekenhuis. Op artsen – opgeleid om levens te redden, en daartoe door een eed gebonden – had deze grimmige waarschuwing meer effect dan welke andere prikkel ook. De handhygiëne in het Cedars-Sinai schoot meteen naar bijna 100 procent. Toen andere ziekenhuizen dat hoorden, namen ze het screensaveridee over. En waarom ook niet. Het was simpel en het werkte.

Eind goed, al goed. Mooi toch?

Ja, maar… Denk nou eens even na. Waarom kostte het zo veel moeite om artsen zo ver te krijgen dat ze iets doen wat al sinds de tijd van Semmelweis bekend is? Waarom was het zo moeilijk om ze van gedrag te laten veranderen als de prijs (gewoon je handen wassen) zo laag is en het potentiële gevolg (de dood van een mens) zo ernstig?

Net als bij vervuiling heeft het antwoord op de vraag te maken met externe effecten. Als een arts zijn handen niet wast, loopt daardoor niet zijn eigen leven gevaar, maar dat van de volgende patiënt die hij behandelt, als die een open wond heeft of een verzwakt immuunsysteem. De gevaarlijke bacteriën waarmee die patiënt besmet raakt, zijn een negatief extern effect van wat de arts doet (of in dit geval nalaat), net als vervuiling een negatief extern effect is van iemand die auto rijdt, de airco hoger zet of kolen stookt. De vervuiler krijgt geen sterke prikkel om niet te vervuilen en de arts geen sterke prikkel om zijn handen te wassen.

Daarom is het zo moeilijk om mensen tot ander gedrag aan te zetten. Dus als we nu eens ophouden met proberen ijzer met onze (gore) handen te breken en ons niet meer richten op dat moeilijk te veranderen gedrag, maar het zoeken in een andere techniek, een ander ontwerp of een andere prikkel?

Een greep uit de beste oplossingen: weggooistuwbanden gebruiken als bij nieuwe patiënten de bloeddruk wordt opgenomen, apparatuur behandelen met zilverionen om microben tegen te gaan en artsen verbieden om stropdassen te dragen, omdat die, zoals het Britse ministerie van Volksgezondheid zegt, ‘zelden worden gewassen’, ‘geen functie hebben in de zorg’ en ‘aantoonbaar kunnen worden gekoloniseerd door pathogenen’.

En de volgende keer dat u in het ziekenhuis ligt, blijf dan van de afstandsbediening van de tv af tot u het ding aan alle kanten hebt gedesinfecteerd.

Steven Levitt is econoom en Stephen Dubner is journalist. Dit artikel is een fragment uit hun boek ‘Superfreakonomics’, dat vandaag in vertaling verschijnt.

Lees een recensie van dit boek op nrcboeken.nl