Cramer: deuk in wetenschap

Minister Cramer heeft fel gereageerd op fouten in een klimaatrapport. „We moeten ons niet opstellen als religieuze fanatici”, zeggen ze op het ministerie.

Minister Cramer (Milieu, PvdA) is „diep verontrust” over fouten in een rapport van het IPCC, het wetenschappelijke klimaatpanel van de Verenigde Naties. Cramer baseert haar beleid op wetenschap, zegt ze, en door de fouten heeft „het vertrouwen in de wetenschap en de politiek een deuk opgelopen”.

Vorige week vroeg Kamerlid Diederik Samsom, een partijgenoot van de minister, om het vertrek van IPCC-voorzitter Rajendra Pachauri, om zo de weg vrij te maken voor een herstel van vertrouwen. Opvallende kritiek voor de man die campagneleider was van de milieuorganisatie Greenpeace en al jaren waarschuwt voor de gevolgen van klimaatverandering.

Vanwaar hun veranderende opstelling? Is het tactiek? Samsom zegt van niet. Hij is in de laatste weken tot de conclusie gekomen dat politici ervoor moeten waken de wetenschap te politiseren.

Op Cramers ministerie is een politieke analyse gemaakt: klimaatsceptici moet je geen kans geven om de underdog te worden. „Wij moeten ons daarom niet opstellen als religieuze fanatici. Dat zijn we namelijk ook niet”, zegt een bron dicht bij de minister.

Milieuorganisaties hebben begrip voor de opstelling van politici. Volgens Donald Pols van het Wereld Natuur Fonds reageert Cramer niet zozeer op de VVD en de PVV, de meest sceptische partijen als het om klimaatbeleid gaat, maar op „burgers die serieus bezorgd zijn of het geld wel goed besteed wordt.”

Vervolg Cramer: pagina 3

Vastbijten in je gelijk verhardt standpunten

Pols zou wel graag zien dat Nederlandse politici „iets offensiever de klimaatwetenschap verdedigen” en duidelijk maken dat er geen tijd is voor een pas op de plaats in het klimaatbeleid.

Hans Altevogt van Greenpeace heeft begrip voor de wens van Cramer dat ze blind moet kunnen varen op de wetenschap. Maar hij vindt het naïef om te denken dat je de procedures zo kunt aanpassen dat je fouten uitsluit.

Volgens Madeleen Helmer, hoofd van het Klimaatcentrum van het Rode Kruis, hebben politici „de keuze om wachten tot alles zeker is. Maar dan zijn ze misschien te laat. Als je dat niet wilt, dan moet je plannen maken op basis van onzekerheden.” Helmer erkent dat dit voor politici moeilijk uit te leggen valt, maar er is geen alternatief. „We moeten blijven benadrukken dat de hoofdconclusies van het IPCC overeind staan. En dat er daarnaast nog veel is wat we niet weten.”

Diederik Samsom merkte vorige week dat hij met zijn kritiek op het IPCC plotseling alleen kwam te staan. „Voor de klimaatsceptici blijf ik heus de vijand wel, maar voor de klimaatwereld ben ik nu een verrader.” Samsom prijst de minister voor haar kritische woorden. Zelf had hij tijd nodig, zegt hij, om in te zien dat „de politisering van de wetenschap” slecht is voor de zaak zelf. „Ooit heb ik gezegd dat de wetenschap geen andere conclusie laat dan snel maatregelen treffen. Dat had ik niet moeten zeggen. Zo moet politiek nooit omgaan met wetenschap. Onderzoekers moeten altijd in rust en vrijheid hun werk kunnen doen.”  

De e-mails van klimaatwetenschappers die afgelopen november openbaar werden, lieten volgens Samsom goed zien hoe „verzuurd” de sfeer is waarin de wetenschappers werken. Ook gesprekken met hen hebben hem de ogen geopend, zegt Samsom. „Onbevooroordeeld serieus onderzoek doen, is bijna onmogelijk geworden. De politiek zal ze direct in een hoek drukken.”

Met politieke tactiek heeft zijn mea culpa niets te maken, zegt Samsom. Op het ministerie ligt dat anders. Daar drong het besef door, aldus een bron dicht bij de minister, dat haar politieke slagkracht lijdt onder het verwijt van de sceptici dat ze religieuze fanaten zijn, die door geen enkel argument meer op een ander pad zijn te brengen. Dat besef leidde uiteindelijk tot een koerswijziging.

„Je moet voorkomen dat mensen die zich verzetten tegen jouw beleid, zich in een underdogpositie kunnen hullen. Dat is politiek heel onverstandig.”

Onder meer uit gesprekken met Leon de Winter leerden zij (op het ministerie): als je openstaat voor de vijand, ontkomt niemand aan de conclusie dat energiezuinigheid en duurzame innovaties van belang zijn, om uiteenlopende redenen: van zorg om natuurbehoud tot minder grote afhankelijkheid van totalitaire oliestaten. Vastbijten in het gelijk van wetenschappers verhardt politieke scheidslijnen. Dat moet worden voorkomen, omdat het de politieke armslag van de minister verkleint.