Ridders van het goede leven

Ruw zijn de belangrijkste topmannen van Europa wakker geworden in deze crisis. De bedreiging uit de opkomende markten wordt wel heel groot. De politieke navelstaarderij in nationale parlementen werkt verlammend. Actie is er nodig, wil Europa niet diep wegzakken.

Topmannen in meerdere Europese landen luidden gisteren de noodklok. Al sinds de jaren tachtig hebben ze hun European Round Table of Industrialists, een exclusieve groep van bedrijfsleiders die op invitatie lid mogen worden. Leden zijn de bazen van bedrijven als BMW, Renault, BP, Shell, Telefónica, Nestlé, Unilever, Philips en Eczasibasi Groep.

Gisteren presenteerden ze hun Vision 2025. Europa dreigt af te glijden naar de marge, waarschuwen ze. Politici moeten het heft in handen nemen om te zorgen dat Europa nog een prettig gebied is „om te leven en werken”.

In Nederland waarschuwde Akzotopman Hans Wijers dat „de kans dat Europa nu over de rand van de tafel valt, groot is”. Politici moeten afstappen van hun focus op het „vragenuurtje van morgen” en „heilige koeien over besluitsvorming offeren”.

Invloedrijk zijn ze, deze ridders van de boardroom-table. Het lijkt wel of ze het 25-jarig jubileum van een toespraak van Wisse Dekker luister bij willen zetten. De voormalige Philipstopman legde daarin de visie neer dat Europa meer als interne markt moest functioneren. Het was in de jaren dat Europa ook al uit een diep dal kroop en Dekker c.s. waarschuwde voor de onstuitbare opkomst van Japan.

Slechts drie dagen later nam toenmalig voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, zijn woorden over. In 1992 had Europa zijn interne markt en was de weg naar de euro als gemeenschappelijke munt ingeslagen. In de visie 2025 sturen de bedrijfsleiders aan op een politieke unie. Ze willen meer besluitvorming door Brussel laten gebeuren zonder bemoeienis van nationale parlementen. Tegen de volksgeest in veel landen in dus. Hun missie is dus niet makkelijk.

Voor de topmannen wordt de opmars van de opkomende markten steeds meer voelbaar. Door de concurrentie. Maar ook omdat ze overgenomen worden. Neem Volvo. Founding father van de ERT was in 1980 de Zweed Per Gyllenhammar. Zijn Volvo maakte nog zowel personenauto’s als vrachtwagens en bussen. Dat concern is in 1999 opgesplitst. De huidige ERT-voorzitter Leif Johansson is de baas van het Volvo dat de vrachtwagens maakt. Het Volvo van de personenauto’s is eind vorig jaar door Geely overgenomen. Uit China.

Maar hebben de politici ook al dat gevoel van urgentie uit 1985? Let de komende drie dagen op Barroso of hij het voorbeeld van zijn voorganger Delors volgt.

Daan van Lent