Een luxejacht voor de strijd tegen de piraten

De marine verandert. Vandaag liep het eerste van een nieuwe generatie patrouilleschepen van stapel. „Grote zeeslagen zijn iets uit het verleden.”

De lage schoorstenen en de stroomlijn doen denken aan een luxejacht, zoals er meer in de haven van St. Tropez liggen. Maar het is de nieuwste schrik voor, bijvoorbeeld, Somalische piraten. Op het voorschip van Hr. Ms. Holland staat een groot kanon, aan de achterkant, vlakbij de waterlijn, zit een schuifdeur waardoor wendbare speedboten met mariniers naar buiten kunnen.

Vandaag doopte koningin Beatrix de Holland bij Schelde Marinebouw in Vlissingen. Er volgen nog drie van deze schepen. Samen kosten ze 467,8 miljoen euro.

Met het patrouilleschip neemt de Koninklijke Marine weer verder afstand van de Koude Oorlog. Voor 1989 had de vloot vooral behoefte aan vaartuigen die Russische codeberichten konden onderscheppen of op grote afstand vijandige onderzeeërs konden detecteren. Maar met de val van de Muur veranderde de veiligheidssituatie. Bedreigingen hangen nu samen met natuurrampen, tekorten aan grondstoffen, zwakke staten, piraterij en terrorisme.

En dat vraagt om een andere benadering, verklaart kapitein-luitenant ter zee Harry de Groot, projectcoördinator. „Tegenwoordig is er, naast het verzorgen van veiligheid op volle zee, behoefte om dichter bij de kust te opereren. We hebben een andere mix van schepen nodig.”

In 2005 deed de marine een studie naar haar toekomst. Ze stelde vast dat kustwachttaken, zoals het onderscheppen van drugssmokkelaars, zouden blijven. Maar nieuwe taken, zoals de aanpak van terrorisme en piraterij, vroegen een andere aanpak. Er moest ingrijpend worden gereorganiseerd. Tot verdriet van het marinepersoneel werden grote schepen verkocht aan landen als Chili. Het geld dat daardoor vrijkwam, kon worden geïnvesteerd in een nieuw type schepen. Zoals het patrouilleschip Holland, inzetbaar voor het ‘lageregeweldspectrum’.

Nu bestaat de marinevloot uit zes fregatten, twee amfibische transportschepen, vier onderzeeboten, tien mijnenjagers, twee hydrografische schepen en een bevoorradingsschip. Daar komen de vier patrouilleschepen bij, en een joint support ship, inzetbaar voor vervoer van materieel, voorraden en brandstof.

In de strijd tegen de piraterij worden nu vooral grote schepen ingezet, tegen een vijand op kleine bootjes. Zo vertrok gisteren het fregat Hr. Ms. Tromp (144 meter lang, zo’n 200 opvarenden) naar Somalië voor de Europese antipiraterijmissie Atalanta. Tot de uitrusting behoren 32 luchtverdedigingsraketten – niet heel doelmatig tegen rubberbootjes. „Het is toch een beetje boodschappen doen met een Ferrari”, zegt kapitein-luitenant ter zee Chris van den Berg, commandant van de Holland. Zijn schip is 102,7 meter lang en telt 55 bemanningsleden. „Grote zeeslagen met imposante fregatten zijn iets uit het verleden.”

Het huidige motto: niet groter maar slimmer. „Op sommige fregatten turen nu nog relatief veel mensen met verrekijkers over zee”, zegt Rob Zuiddam van de dienst Defensie Materieel Organisatie. Betere radarsystemen, van Thales in Hengelo, gecombineerd met infraroodapparatuur maken dat op de patrouilleschepen overbodig. En minder personeel maakt de exploitatie goedkoper.

Aan de personeelsreductie kleven ook nadelen. Vroeger aten officieren gescheiden van de lagere rangen, en waren er wasteams. Nu eten alle rangen aan boord gezamenlijk, en moet iedereen zijn eigen uniform strijken. „De oudere generatie is dat nog niet gewend”, zegt commandant Van den Berg.