Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

'Ze haalde de ziel uit mijn film'

De film Iep! van Rita Horst gaat volgende maand in Berlijn in première. Zelf zal ze er niet zijn. De producent heeft de film verpest. ‘Ik voel me een vieze, vuile deurmat.’

Beslissend moment Dit was het begin van de tijd dat ik alleenstaande moeder werd. Ik vind het mooi hoe je ziet dat we twee handen op één buik zijn. Dat is altijd zo gebleven.
Beslissend moment Dit was het begin van de tijd dat ik alleenstaande moeder werd. Ik vind het mooi hoe je ziet dat we twee handen op één buik zijn. Dat is altijd zo gebleven.

Rita Horst (52) heeft haar buik vol van de filmwereld. De regisseur van tv-series De Daltons, Knofje en Evelien heeft haar vader uit het verpleegtehuis gehaald en woont weer vijf dagen per week bij haar ouders in Barneveld. Eigenlijk stond ze op het punt „haar vleugels naar het buitenland uit te slaan”. Ze had een film gemaakt „die de wereld over zou gaan”. Maar op het laatste moment grepen de producenten van Lemming Film in. Zij kortten de film met vijftien minuten in. „Ze haalde de ziel uit de film.”

Als Iep!, naar het gelijknamige boek van Joke van Leeuwen, op 17 februari op het filmfestival van Berlijn in première gaat, zal Horst daar niet bij zijn. Net zomin als bijna het voltallig artistieke personeel, onder wie hoofdrolspelers Joke Tjalsma en Huub Stapel. „Wij willen duidelijk kenbaar maken dat wij als medemakers van Iep! unaniem achter de regisseur staan”, schrijven zij in een brief aan de producent.

„Hier”, zegt Rita Horst. De regisseur zet twee rode babyschoentjes op tafel. Het zijn de schoentjes van het vogelmeisje in Iep!. In de hiel is een stukje leer gezet. De babyschoentjes zijn nog te groot voor het zesjarige meisje dat Viegeltje speelt. Het is een meisje met primordiale dwerggroei. De Canadese Kenadie Jourdin is 76 centimeter en weegt vierenhalve kilo. „Wie haar ziet, wil haar hebben”, zegt Horst.

De regisseur is voor een paar dagen in haar huis in Haarlem. Ze lacht veel. Een doorrookte lach. Lachen om niet te huilen. Altijd al gedaan.

Op school moest de twaalfjarige Rita de volgende zin afmaken: ‘Over ... jaar ben ik … en heb ik …’ ‘Over tien jaar ben ik tweeëntwintig en heb ik een baan’, vulde ze in. Dat werd met rode pen doorgekrast en verbeterd: ‘Over tien jaar ben ik getrouwd en heb ik kinderen.’

Rita Horst woonde aan de rand van Hamersveld, een „klein verdrietig middeleeuws dorp”. In de kerk sprak de pastoor over het vieren van het geloof en de vreugde in de Heer. „Maar als ik om me heen keek, zag ik alleen maar ongelukkige mensen.”

Na de havo maakte ze op haar achttiende een reis door Amerika en werd daarna ongelukkig op secretaresse-opleiding Schoevers. Daar leerde ze blindtypen op de maat van de Radetzkymars en dat de naad van de kous precies in het midden moet zitten. „Napalm, dacht ik dan, napalm.” Op een dag vertelde een leraar dat ooit een meisje van Schoevers regieassistent was geworden. „Ik wist niet wat het was, maar dat wilde ik worden.” In 1990 kwam de speelfilm Romeo uit, door Horst geschreven en geregisseerd.

Over twee weken gaat Iep! in première. Vogelaar Warre (Huub Stapel) vindt op een dag een vogelmeisje. Hij denkt dat het wezentje een zeldzaam vogeltje is en neemt het mee naar huis. „Ik wil het houden”, zegt zijn vrouw Tine (Joke Tjalsma). Zij denkt dat het wezentje een zeldzaam meisje is. Ze houden het, maar op een dag vliegt Viegeltje weg.

Hoe kwam u aan het meisje dat Viegeltje speelt?

„De producenten hadden een volledig geanimeerd meisje voor ogen. Ik wist meteen dat dat onbetaalbaar en ongeloofwaardig zou zijn. Ik wilde met een echt klein meisje werken. Maar lengte is moeilijk te vangen op film. Aan alleen een klein kind had ik niks. De meisjes die ik op de casting zag, bleven – hoe leuk en klein ze ook waren – toch kleuters met vleugels. Ik werd wanhopig. ‘Wat zoek je dan precies?’, vroeg mijn dochter op een dag. Ik zocht iets heel bijzonders. Iets waar er maar één van op de wereld was. ‘Iets met een groeiachterstand of zo’, zei ik. Die avond was er een documentaire over een vijfjarig meisje met dwerggroei op tv. ‘Dit meisje dus’, zei ik. ‘Die bedoelde ik.’

„Iedereen zag beren op de weg. Het kon niet, want het meisje was ziek. Het kon niet, want het meisje was niet te verzekeren. Het kon niet, want ze kon vast niet acteren. Ik wilde het proberen en heb haar opgespoord.

„Kenadies moeder dacht niet dat haar dochter te regisseren zou zijn. Het meisje heeft driftbuien, ze kan nauwelijks praten en volgens de dokters is ze in veel opzichten te vergelijken met een tweejarige. Maar in de documentaire had ik momenten gezien die mij het idee gaven dat ze uit het goede hout was gesneden. Je zag haar op de crèche tussen andere kleuters. Naast haar veranderen die opeens in dikke, lelijke olifanten. Kenadie hield zich knap staande. Ze was eigenwijs, had een sterke wil. Ik had er vertrouwen in.”

Waarom dacht u dat u met haar kon werken?

„We gingen bij haar thuis spelletjes doen. Tikkertje. Een beetje achter elkaar aan rennen. Opeens ging ik op de grond liggen. Ik ga slapen, zei ik. Zij ging ook liggen. Ik ging snurken. Zij ook snurken. Toen wist ik het. Als een kind me gaat kopiëren, dan kan ik wat met dat kind.

„Ik dacht ook: ze heeft helemaal niet het verstand van een kind van twee. Niemand heeft ooit echt met haar gewerkt. Ze komt uit een klein stadje. De dichtstbijzijnde stad is Toronto en dat is zes uur rijden. In Toronto zitten de artsen en specialisten. Niemand had ooit eisen aan dit meisje gesteld.”

Hoe regisseerde u haar?

„Toen ik voor de tweede keer naar Canada ging, hadden we onze eerste grote clash. Ik had testvleugeltjes meegenomen. Ze zag die veren en besloot: die trek ik mooi niet aan. Ik kreeg het spaans benauwd. Hoe ging ik dat doen? Haar moeder zei dat ik ze gewoon moest aanrossen, als een winterjas. Er is een foto waarop Kenadie met vleugels aan en met rode ogen zit na te snikken. Ik voelde me zo rot. Ze is zo klein, zo fragiel. Ze is schattiger dan een pasgeboren baby. Maar ik ben altijd heel streng voor haar geweest. Ik maakte haar duidelijk: je bent vijf, je bent actrice, je kunt dit. Ze vond het fantastisch om actrice te zijn.”

Waarom liet haar moeder haar meespelen?

„Kenadies moeder heeft een website over kleine mensen. Ze wil aandacht voor groeistoornissen. Ze hoopt dat Iep! iets kan betekenen voor de rest van Kenadies leven. Misschien kan ze verder in de film. Het is te vroeg om dat te zeggen, maar ze zou het talent kunnen hebben. Ze is een stand up comedian. Ze kan op commando boeren als een bouwvakker. ‘Excuse me, I burped’, zegt ze dan met dat kleine stemmetje.”

Hoe verantwoordt u dat u een kind met een afwijking voor een film gebruikt?

„Ik zal nooit vergeten dat op de casting voor De Daltons een jongetje met één arm verscheen. Een heel leuk kind, maar ik kon hem niet casten. De broers in de serie zouden hem nooit kunnen pesten, dat zou veel te zielig zijn. Ik vond dat zo rot. Kenadie kan in deze film uitblinken met iets waarmee niemand anders kan uitblinken.

„Ik heb haar al die tijd in de luwte gehouden. Als er journalisten op de set waren, dan was Kenadie er niet. Ik was bang dat het alleen over haar aandoening zou gaan, en niet over haar talent. Ik wilde niet dat het aapjes kijken zou zijn.

„Ook uit artistieke overwegingen wilde ik haar uit de publiciteit houden. Bij de film ET wist niemand hoe het buitenaardse wezen eruit zag. Dat was de magie van ET, dat de kijker dat zelf ontdekte. In de filmeditie van het boek staat nu een foto met de vleugeltjes van Viegeltje op een paspop. Dat vind ik zo oerdom.”

Waar ging het mis tussen u en de producent?

„De producent organiseerde een proefvertoning voor vierhonderd man. Maar mijn film was nog lang niet af. De special effects-beelden van een vliegende Viegeltje waren nog in een heel ruwe fase. De juiste muziek en het klankdecor ontbraken. De film werd in een lage resolutie op een gigantisch doek geprojecteerd.

„Uit de vragenlijst die de proefkijkers na afloop invulden, kwam een rapport met statistieken en grafieken. Nu was het opeens een feit dat de film te lang en te ingewikkeld was voor kinderen van vier. Maar Iep! is niet voor kinderen van vier. Ik maak films voor mensen waar ook kinderen naar kunnen kijken.

„De producent heeft toen achter mijn rug om een final edit gemaakt en er een kwartier uitgehaald. Ik voelde me een vieze, vuile deurmat waar ze hun voeten aan hadden afgeveegd.”

De ziel is uit de film, zegt u. Wat is de ziel?

„Het bitterzoete is eruit. Het is een ongevaarlijke film geworden. Op het einde, als Warre en Tine zoeken naar Viegeltje, raken ze elkaar even kwijt. Tine gaat in haar eentje door, ze gaat letterlijk dwars door alles heen, door een rivier, tot ze niet verder kan. Warre gaat haar zoeken en als hij haar vindt, neemt hij haar tassen van haar over en zegt: ‘zo, we gaan naar huis.’ Voor mij staan die tassen voor het leven dat Tine meezeult. Op dat moment neemt Warre het van haar over. Tine moet onder ogen zien dat kinderen zijn wat ze zijn, niet wat jij wilt dat ze zijn. Of Viegeltje nu een kind of een vogel is, Tine moet haar loslaten.

„Volgens de producent kunnen kinderen niet acht minuten uitsluitend naar volwassenen kijken. Bullshit.”

Dan zegt ze opeens: „En nu ga ik je een larmoyant verhaal vertellen.” Ze kondigt het aan alsof ze koffie gaat zetten. „Ik had Iep! bijna niet gemaakt. Een paar dagen voordat we gingen draaien, kreeg ik te horen dat mijn neefje van vier een ernstige vorm van kanker had. De kans dat hij zou overleven was 10 procent. Iep! gaat over loslaten. Ik wist niet of ik die film nog zou kunnen maken. Loslaten? Niks loslaten. Kinderen moet je vasthouden. Je moet hun armen en benen afbinden zodat ze niet kunnen groeien.

„We zijn nu twee jaar verder. Ze hebben het smerigste gif over hem uitgestort en zijn beentje geamputeerd, maar hij is altijd van het leven blijven houden. Ik wilde de film aan hem opdragen. Dit kind moest blijven, deze was te leuk.”

In 1990 debuteerde Horst met Romeo. Een echtpaar, gespeeld door Monique van de Ven en Johan Leysen (destijds Horsts echtgenoot), verwerkt de geboorte van een dood kind. De film is gebaseerd op Horsts eigen ervaring met een doodgeboren kind. Volgens recensenten omzeilde ze vakkundig sentimentele valkuilen. „De brutale evocatie van de grimmigheid van de dood behoort tot het beste wat ooit in Nederland gefilmd is”, stond in de recensie van NRC Handelsblad. Tijdens de opnames van Romeo was Horst opnieuw zwanger. Dit kind stierf een paar uur na de geboorte.

Iep! lijkt op Romeo.

„Zo heb ik het nog niet bekeken.”

Nooit weggaan zonder dag zeggen.

„Dat zei mijn moeder altijd: nooit van huis met een kwade kop, altijd dag zeggen.

„Ik heb altijd spijt gehad dat ik mijn eerste kindje niet heb begraven. Het ziekenhuis zei: u mag hem even zien en dan nemen we hem mee. Het leven denderde over me heen. Het waren traumatische dagen. Zo verwarrend. De heftigheid van de bevalling en de sensatie je kind voor het eerst in de armen te hebben is overweldigend. Dat het even niet ademt, is op dat moment gek genoeg een soort van detail.

„Mijn tweede zoontje heb ik mee naar huis genomen. Ik heb kleertjes voor hem gemaakt. Vrienden en familie zijn op bezoek geweest. Ik had hem op schoot en heb eindeloos naar hem gekeken. Drie dagen heb ik met hem getut. Dat maakt het zacht. Het krijgt een plekje.”

In een interview in Opzij uit die tijd zei u: ‘Verdriet bindt niet, het scheidt alleen maar’. Was dat de oorzaak van uw scheiding?

„Ik denk wel dat het heel erg heeft meegeholpen. Wij zijn elkaars spoor bijster geraakt. Hij heeft het nooit goed verwerkt.”

Waarom filmt u vooral voor en met kinderen?

„Terwijl ik helemaal niet van kinderfilms houd! Als ik met kinderen werk en ze vertrouwen me, dan mag ik alles met ze doen. Dan kijken ze me aan met grote ogen zonder luiken ervoor. Dan kijk ik rechtstreeks naar binnen. Dichterbij kun je als mens niet bij een ander mens komen. Dat vind ik zo’n mooi cadeau.”

Wat is uw truc?

„Ik had dit nooit gekund als ik zelf niet zo’n dwarse kleuter had gehad. Mijn dochter dwong mij haar grenzen te geven. Bij haar heb ik geleerd dat kinderen gedijen bij rust, reinheid en regelmaat. Zij voelde zich veilig als ik heel streng was. Op de set doe ik niet anders. Het lijkt soms wel een heropvoedingskamp. Ik heb niet het diepe verlangen vriendjes te zijn met de kinderen. We zijn aan het werk. Ze zijn acteur of actrice.

„Ze acteren op mijn energie. Ik doe het voor. Ze zeggen hun tekst niet tegen een medeacteur, maar tegen mij. Ik geef ze tegenspel. Ik fluister steekwoorden in. Kinderen raken heel snel gewend aan die manier van werken.”

Waarom kiest een bevlogen regisseur opeens voor een bestaan als mantelzorger?

„Na het gedoe met Iep! had ik behoefte aan een soort retraite. Mijn vader had TIA’s gehad en zijn heup gebroken. Hij verbleef in een zorgtehuis. We dachten dat we een goed adres hadden gevonden. In een glimmende folder met een blije meneer en mevrouw stond keurig het zorgplan van dit viersterrentehuis. Maar na een week was zijn tube tandpasta nog gesealed en lag mijn vader om kwart over elf nog in bed zonder iets gegeten of gedronken te hebben.

„Mijn ouders zijn bijna 55 jaar getrouwd. Mijn vader is altijd een grote sterke beer geweest met een enorme levensdrift. Moest hij hier doodgaan? Ik ben zo blij dat ik hem naar huis heb gehaald. Ik leer mijn ouders nu als mensen kennen, als echtpaar. Twee verliefde puppies. Ik heb ook in jaren niet zo gelachen. Toen ik hem voor het eerst op de wc zette, zei ik: ‘Nou, ouwe zeikerd, daar ga je’. Die toon is gebleven. ‘Zo kan ik wel honderd worden’, zei hij laatst. ‘Nou, lekker dan pap, dan ben ik 72. Kunnen we met zijn tweeën in die stoellift.’”

Na Romeo heeft u nooit meer zelf een film geschreven en geregisseerd.

„De drang om het verhaal van Romeo te vertellen was groot. Als ik weer een film zou maken, moest die net zo uit mijn tenen komen. Als het niet van heel diep komt, kan ik het niet. Na Romeo dacht ik dat ik niets meer te vertellen had. Ik hield mezelf klein. Was ik wel een cineast? Wie was ik helemaal? Een meisje uit Barneveld. Ik ben in de luwte van de televisie gaan werken.”

U bent nu 52. Heeft u nog steeds het idee dat u niets te vertellen heeft?

„Ik ben bezig met het schrijven van een nieuwe film. Dit is het moment. Ik ga parttime voor mijn vader zorgen en mijn dochter is bijna de deur uit.

„Het wordt een verhaal over drie generaties vrouwen en hun seksualiteit. Met een onderlaag. Ik maak me zorgen om het Nederland van Wilders. Dat ongenuanceerd van je afblaffen en het veroordelen van moslims. Niemand steekt de hand in eigen boezem. Maar wij komen ook uit de Middeleeuwen. Toen mijn moeder mij had gebaard, moest ze naar de kerk voor een reinigingsritueel. Het kind was immers bevlekt ontvangen.

„Ga eens op zondag naar Barneveld. Je weet niet wat je ziet. Vrouwen van boven tot onder in zware, grijze stoffen met een hoedje op. Het zijn de Amish van Nederland. Wij zijn op heel veel fronten ook achterlijk. Dat wil ik in een van die vrouwenlevens kwijt.”

U houdt uzelf niet langer klein?

„Ik durf nu voorzichtig te geloven dat ik iets kan. Dat ik me onderscheid van anderen. Dat ik een verhaal kan vertellen.”

Hoe zou u zichzelf als regisseur typeren?

„Ach hou op, daar gaan we al.”

Ik zal u helpen. Horst is een regisseur die tussen de regels door filmt.

„Mee eens.”

Horst is een regisseur die telkens een eigen universum weet te creëren.

„Ja, die vind ik leuk.”

Nu u.

„Genoeg weer. Klaar. Helemaal klaar.”

Een rollende lach, een nieuwe sigaret.

Nog even dit. „Ik hou er niet van om de vuile was buiten te hangen”, zegt Horst. Ze heeft haar verhaal verteld omdat ze een zorgelijke trend ziet in de Nederlandse filmwereld. „Producenten krijgen het meer en meer voor het zeggen. Het geld is aan de macht. Zo worden films een grote eenheidsworst. Maar een klein filmland als Nederland moet juist zijn eigenheid koesteren. Laten we vooral niet vergeten dat in Nederland filmfinanciering hoofdzakelijk bestaat uit subsidiegeld, overheidsgeld dus.”

Om een bijzondere film te maken, moet een producent de regisseur veiligheid en vertrouwen geven, zegt Horst. „Geef me vertrouwen en ik haal het onderste uit de kan. Houd me klein en ik raak vleugellam. In die zin begrijp ik Viegeltje, zij moet haar eigen weg gaan.”

Heeft u wel netjes dag gezegd tegen Iep!?

„Ik heb alleen wat computerfiles en Quicktime filmpjes. Mijn film bestaat niet.”