Hoge bonus was in landsbelang

„Lobby vind ik een wat beladen woord”, zei de lobbyist. „Ons opereren is een gezamenlijk optrekken met toezichthouder en wetgever.” Dagelijks verslag van hoorzittingen.

De risicosystemen waren goed en de hogere beloningen waren nodig, hoorde de parlementaire commissie die de crisis onderzoekt gisteren vele malen. Vooral de antwoorden van oud-premier Wim Kok trokken veel aandacht. Hij werd gehoord als voormalig ING-commissaris. Maar het was onvermijdelijk dat zijn waarschuwingen als premier voor topbeloningen veel aandacht kregen.

Kok sprak in 1997 zijn zorgen uit over „de exhibitionistische stijging” van beloningen in het bedrijfsleven. Maar hoe kon hij dan zeven jaar later meewerken aan een ingrijpende beloningsgroei van de top van bank- en verzekeringsbedrijf ING?

Volgens Kok was het bedrijf „lelijk achterop geraakt” met de beloning van de top. „Die constatering was al gemaakt voordat ik aantrad als commissaris.” Maar was het nodig dat de kortetermijnbonus van topman Tilmant tussen 2003 en 2006 steeg van 366.000 euro naar 2,3 miljoen euro, een stijging van 584 procent, hield de commissie aan Kok voor. „Het verschil met de concurrentie werd kleiner gemaakt door de bonussen te verhogen, niet het basissalaris”, zei Kok, zonder verder op die groeicijfers in te gaan. Volgens hem was het van tweeën een: als je een formidabele internationale speler wil zijn, moet je ook een bijpassende beloning bieden, of je moet je aspiraties terugschroeven.

Maar hoe was het standpunt als premier nu te rijmen met dat van commissaris Kok, wilde commissievoorzitter Jan de Wit weten. Kok zei dat hij als premier een „maatschappelijke verantwoordelijkheid” had, terwijl hij als commissaris „in het belang van de vennootschap” moest handelen. „Was de beloningsverbetering bij ING geen exhibitionistische zelfverrijking?” vroeg De Wit. Kok beantwoordde die vraag niet. Hij zei alleen: „Het was een zeer aanzienlijke opwaartse correctie van het beloningspakket.” En dat was volgens Kok nodig in het belang van de BV Nederland. Om de talentvolle mensen te kunnen behouden. Met een grote financiële sector zou je volgens Kok ook makkelijker de verzorgingsstaat kunnen betalen. De commissie stelde niet de vraag of de premier destijds als premier misschien de internationale concurrentieverhoudingen over het hoofd had gezien. Evenmin werd gevraagd of die extra beloning achteraf gezien niet overbodig was geweest omdat ING in internationaal verband een van de hardst getroffen financiële instellingen is geweest.

Kok sprak van „kwartaalcijferkoorts” in de samenleving. Volgens hem was het risicobeheer bij ING goed. „Ik durf de stelling aan dat ING over een goed georganiseerd en robuust risicosysteem beschikte.”

Voormalig president-commissaris van ABN Amro Aarnout Loudon zei dat ook van ABN. Hij had veel kritiek op de politiek. Minister Bos (Financiën, PvdA) en De Nederlandsche Bank werkten volgens Loudon niet goed samen. „Het is onbegrijpelijk dat de bestuursvoorzitter van ABN Amro en de president van De Nederlandsche Bank niet welkom waren bij de minister-president. De minister-president werd afgeschermd.”

Volgens Loudon zit er nog een wereld aan mogelijkheden tussen het formeel weigeren of het formeel toestaan van een overname door drie banken. „Er is onvoldoende met elkaar gesproken, je kunt aan elkaar proeven, ruiken. Hoe kijken we er tegenaan?” Het ging volgens Loudon wel om de grootste bank van Nederland, maar waarschijnlijk was de politiek bang voor Brussel.

Oud-directeur van De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) Hein Blocks mocht uitleggen hoe dat nu in zijn werk gaat, lobbyen voor de banksector. „Lobby vind ik een wat beladen woord”, zei Blocks. „Ik heb ons opereren gezien als een gezamenlijk optrekken met wetgever en toezichthouder. Meestal zijn de belangen wel hetzelfde.”

Volg de hoorzittingen via nrc.nl/crisiscommissie

    • Egbert Kalse
    • Jeroen Wester