Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

De allerlaatste glamourgangster

In de jaren negentig hadden tientallen Servische criminelen vrij spel. Ze vergaarden fortuinen en groeiden uit tot stijliconen. Ze zijn bijna allemaal dood, op een enkele cultheld na.

Het liefst trekt Kristijan Golubovic (40) de parallel met Robin Hood. „Arme fruithandelaren heb ik altijd met rust gelaten”, zegt hij tijdens een gesprek in zijn ruime woning aan de rand van Belgrado. Wanneer hij een elektronicazaak beroofde, was dat er een met merken voor de rijken. „Dan stal ik vijftig Bang & Olufsens en die gingen naar mensen die nog niet eens een Sony konden betalen”.

Sinds de beroemde Servische crimineel een jaar geleden uit de gevangenis kwam, vecht hij naar eigen zeggen „alleen nog in de ring”. Golubovic is te boeken als publiekstrekker voor ultimate fight-toernooien (een extreme vechtsport) en geeft fans per e-mail adviezen. „Veel mensen vragen me peetvader van hun kind te zijn.”

Met de vrijlating van Golubovic, die tot zes jaar was veroordeeld voor afpersing en verboden wapenbezit, is een glamourgangster oude stijl voor even herboren. Golubovic figureert als vanouds op de entertainmentpagina’s van dagbladen. Hij gaf een twee uur durend interview aan de grootste commerciële tv-zender van Servië en grossiert in de fanclubjes op de socialenetwerksite Facebook. Hij zoekt expositieruimte voor de tekeningen die hij in de gevangenis maakte en op zijn website staat alvast het begin van zijn autobiografie. Serviërs bekijken hem met een mengeling van spot en respect.

Golubovic geldt als de enige nog levende van een generatie criminelen die in de jaren negentig in ex-Joegoslavië vrij spel had. In de oorlogen tussen delen van Servië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina en Montenegro zette het regime van Slobodan Milosevic bankrovers en hooligans in om de smerigste oorlogsklussen op te knappen. Beschermd door de staat groeiden huurlingen, bankrovers, hooligans en paramilitairen uit tot de grootste patriotten en stijliconen.

„Wit was zwart en zwart was wit”, probeert filmregisseur Janko Baljak te illustreren hoe normen en waarden hun relevantie verloren. Baljak maakt tussen 1994 en 1996 de in voormalig Joegoslavië legendarische documentaire Vidimo se u citulji (We zien elkaar weer in de overlijdensberichten). Golubovic is een van de ongeveer twintig criminelen die daarin openlijk praten over hun leven, ‘werk’ en de gevaren. Hij is in beeld met twaalf kilo aan gouden kettingen om zijn nek. Terwijl hij met een katje op schoot speelt, legt hij ook uit dat de politie corrupt is en de economische sancties van de internationale gemeenschap tegen Servië het volgens hem onmogelijk maken op een normale manier geld te verdienen.

Veel kinderen die in de jaren negentig opgroeiden zagen criminelen als superhelden. Hun ouders kwamen ook met keihard werken niet rond. Intussen vochten oppermachtige criminelen in dure kleren hun onderlinge bendeoorlogen uit met politieagenten als bodyguards. In de media en op straat kon iedereen zien hoe ze met geld smeten in nachtclubs en rondscheurden in dure auto’s met de mooiste vrouwen aan hun zijde.

Die magie is nog niet uitgewerkt. Waar zijn jullie dan, lafaards?, rapt ‘Yugo Boss’ op YouTube in een eerbetoon aan Golubovic. Het refrein gaat verder: Thai boksen, gewichten, wie durft zich met mij te bemoeien? / Het asfalt staat in brand / mijn pik staat stijf / Nu ga ik alles neuken! / Op mijn Heckler staat dat ik de sterkste ben.

De populariteit van Golubovic is daar een echo van. Doordat hij nog leeft, door zijn opvallende uiterlijk en komische uitspraken hebben is hij tot een cultheld uitgegroeid. Van de hoofdpersonen in Vidimo se is hij voor zover bekend de enige die nog niet begraven is. Dat Golubovic er nog is komt wellicht doordat hij zich in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s niet met oorlog en politiek bemoeide. En hij zat een groot deel van de tijd veilig in de bak, veronderstelt Baljak.

Een grotere belediging is voor Golubovic nauwelijks denkbaar. „Ik heb in de gevangenis moeten vechten voor mijn leven”, zegt de gespierde reus terwijl hij zijn shirt uit zijn trainingsbroek trekt en zijn buik toont. Haaks op een grote tatoeage staan tientallen littekens die van messteken zouden kunnen zijn. Met zijn duim en wijsvinger pakt hij het vel bij zijn rechterelleboog om de 9 millimeter kogel naar boven te drukken die daar nog in zijn vlees zit.

Golubovic is ervan overtuigd dat zijn rijke ervaring in de onderwereld en populariteit onder jongeren hem geknipt maken om jongeren ervan te doordringen dat ze niet het verkeerde pad op moeten. „Jongeren denken dat ze kunnen zijn zoals ik was, maar de tijden zijn veranderd.” In tegenstelling tot de bandeloze jaren negentig geldt nu de wet in Servië, zegt Golubovic. De politie is minder corrupt en de criminelen die zijn generatie zijn opgevolgd zijn „slimmer”.

Ze pronken niet meer zo met hun geld en hebben hun buit in legale ondernemingen geïnvesteerd. De vage grens tussen onder- en bovenwereld is anders getrokken. „De grote criminelen willen niet meer het risico lopen met geweld hun rijkdom te verliezen. Maar kinderen snappen dat niet.”

Regisseur Baljak moet alleen maar lachen als hij Golubovic hoort praten. „Ik geloof geen woord van wat hij zegt.” Golubovic ziet eruit als een filmster, heeft veel westerns gekeken en gedraagt zich volgens hem volgens de regels van dat genre.

Het is de vraag of Golubovic, die meer dan de helft van zijn leven in gevangenissen heeft doorgebracht, zelf de nieuwe regels van het criminele spel begrijpt. Nog op de avond van het interview vindt de politie tien gram heroïne in zijn jeep. Na een verhoor mag Golubovic gaan, om vier dagen later te worden gearresteerd. Zijn moeder Milanka is ook opgepakt. Golubovic wordt ervan verdacht deel uit te maken van een klein drugssmokkelnetwerk tussen Novi Pazar in Zuid-Servië en Belgrado. Hij ontkent, maar zit nog vast. Zijn website is uit de lucht.