Zonder zeldzame metalen - en zonder China dus - geen auto

In het Westen zijn de mijnen waar aardmetalen werden gewonnen, gesloten.

De winning was te duur, de milieuwetgeving te streng. Maar nu hebben we ze nodig.

In de lobby van het hoofdkantoor van Baogang Group hangt een gedenkplaat met daarop de merkwaardige woorden: ‘Het Midden-Oosten heeft olie, China heeft zeldzame aardmetalen’. Ze zijn van Deng Xiaoping en voor veel Chinezen hebben ze de kracht van een orakel.

Of de oude revolutionair dit zinnetje werkelijk heeft uitgesproken, en of dat gebeurd is in 1992 tijdens een rondreis in de Zuidelijke provincie Jiangxi, is voer voor discussie. Zelfs officiële Chinese bronnen zijn het hierover niet met elkaar eens. Maar voor de directie van Baogang heeft dat geen belang.

Het orakel is uitgekomen. China is met 95 procent van het mondiale aanbod de grootste leverancier van zeldzame aardmetalen geworden. En voor de westerse bedrijven zijn deze stoffen – in het jargon rare earth elements – bijna even onmisbaar als Saoedische olie.

De draaischijf voor de export van die metalen naar de rest van de wereld bevindt zich in de streek rond Baotou, een industriestad van twee miljoen inwoners in het hart van de provincie Binnen-Mongolië. Daar heeft de staal- en mijngroep Baogang zijn hoofdzetel gevestigd. Het staatsconcern, dat zichzelf de ‘drakenkop’ noemt van een gloednieuwe industrie, ontgint in deze regio bijna de helft van de mondiale voorraad aan neodymium.

De naam van dit metaal is zo goed als onbekend. Maar de grondstof heeft het uiterlijk van de consumentenelektronica grondig veranderd. „Zonder krachtige magneten op basis van neodymium zouden fabrikanten van mobiele telefoons en digitale mp3-spelers niet in staat zijn geweest een verregaande miniaturisatie door te voeren”, zegt André Diederen van onderzoeksinstituut TNO.

In elke hybride wagen van het type Mercedes S 400 of Toyota Prius zit minstens 500 gram neodymium voor de magneetwerking van de motor. De hemelsblauwe grondstof is ook een vast bestanddeel in de nieuwste generatie van krachtige windturbines. Een molen van 16 meter hoogte produceert gemiddeld vijf megawatt; per megawatt is circa 200 kilogram van het metaal nodig.

Experts gaan ervan uit dat de mondiale vraag naar neodymium tegen 2030 met een factor 3,8 gestegen zal zijn. Maar ook de behoefte aan andere aardmetalen die in de rijke ondergrond van Baotou voorkomen – zoals cerium, praseodymium en lanthanum – is de laatste jaren exponentieel toegenomen.

Ze worden niet alleen in allerlei moderne westerse toepassingen gebruikt zoals energie-efficiënte lampen of slimme detectiesystemen voor luchtvervuiling, maar zijn ook van groeiend strategisch belang voor de Chinese industrie zelf. Niet minder dan 60 procent van wat jaarlijks in het land aan zeldzame aardmetalen wordt gedolven is bestemd voor eigen gebruik.

En dit zorgt voor onrust in de markt. „De Chinese overheid wil er alles aan doen om de toevoer van die metalen voor de eigen industrie veilig te stellen”, zegt Michel Rademaker van het The Hague Centre for Strategic Studies. „Ze maakt daarvoor gebruik van exportquota’s die elk jaar strenger worden.”

Afgelopen zomer lekte een interne nota uit van de regering in Beijing die stelde dat de export van zeldzame aardmetalen in de volgende zes jaar zou worden beperkt tot 35.000 ton per jaar, een flink stuk onder de verwachte vraag. Het rapport zorgde voor deining in kringen van industriële experts in Europa, Japan en de VS. „Het drukte ons met de neus op de feiten”, zegt Derk Bol van het Materials Innovation Institute (M2i) in Delft, een onderzoekscentrum voor nieuwe materialen dat door de Nederlandse overheid en het bedrijfsleven wordt gefinancierd en waarvan concerns als Philips, ASML, Corus, NXP en Stork lid zijn. „Materiaalschaarste werd plotseling een reële dreiging.”

Als China deze maatregel – die in een voorlopig regeringsdocument werd verwoord – daadwerkelijk doorvoert, dan betekent dit dat er al in de loop van dit en de volgende twee jaar een tekort mag worden verwacht voor bepaalde aardmetalen, zoals terbium en dysprosium: de ene grondstof wordt in spaarlampen verwerkt, de andere in lasers.

Maar zelfs zonder die maatregel is schaarste onvermijdelijk. Het mondiale gebruik van zeldzame aardmetalen is het afgelopen decennium meer dan verdrievoudigd tot circa 125.000 ton per jaar. Analisten verwachten dat de vraag in 2014 de 200.000 ton zal bereiken – en dat China tegen die tijd alle aardmetalen die het land produceert zelf nodig zal hebben.

„De Chinese export zal op termijn tot nul worden herleid”, zegt Christian Hocquard, econoom en grondstoffenexpert aan de Franse geologische dienst BRGM. Voor westerse industriële experts is dit een doemscenario: het zou betekenen dat verschillende hoogtechnologische bedrijven in Europa, Azië en de VS zonder essentiële grondstoffen komen te zitten.

Volgens Hocquard zijn er slechts twee mogelijkheden om die situatie te vermijden. „We verhuizen onze fabrieken naar China”, zegt hij. „En blijven zo genieten van de toevoer van grondstoffen. Of we proberen zo snel mogelijk nieuwe mijnen voor zeldzame aardmetalen buiten China te openen.”

Dit laatste is geen denkbeeldig scenario. Eigenlijk is het vreemd dat de mondiale markt voor zeldzame aardmetalen zo gedomineerd wordt door China, terwijl dat land slechts 53 procent van de wereldvoorraad in eigen bodem heeft zitten. Veel geologen begrijpen dat niet. De reden is echter economisch. Een te grote productie en lage prijzen in de jaren 90 hebben ervoor gezorgd dat de meeste mijnbouwers in het Westen hun mijnen sloten.

Zij waren niet meer bereid veel geld te investeren om slechts enkele tonnen exotisch metaal per jaar te ontginnen, een proces dat erg arbeidsintensief is en veel energie opslorpt. De strenge milieuwetgeving in Europa en de VS gaf de doorslag. China, dat over goedkope arbeidskrachten en een andere reglementering beschikt, kon zich de exploitatie van die mijnen wel blijven veroorloven.

De recent snel toegenomen vraag naar die grondstoffen heeft de situatie doen kantelen. Het is weer economisch rendabel om de metalen te ontginnen en te verwerken. Voor één kilo neodymium wordt nu 22 dollar betaald, ruim vijf maal zoveel als in 2002. De waarde van een aardmetaal zoals dysprosium is in dezelfde periode zelfs vertienvoudigd tot 120 dollar per kilogram.

Maar het in gebruik nemen van oude mijnen in het Westen slorpt veel geld en tijd op. De mijn van Mountain Pass in de VS, zo’n 120 kilometer ten zuidwesten van de gokstad Las Vegas, is zo’n voorbeeld. Deze vindplaats voor zeldzame aardmetalen werd al in 2007 heropend, maar de mijn zal pas op zijn vroegst in de loop van dit jaar op volle toeren kan draaien.

In oktober 2008 kocht een groep Amerikaanse investeerders de mijn en werd de vennootschap Molycorp Minerals opgericht. Er wordt nu koortsachtig gewerkt om van Mountain Pass de spil te maken van een nieuwe productieketen in de VS. Niet alleen de mijn moet weer commercieel exploiteerbaar worden gemaakt, er moet ook een hele verwerkende industrie worden opgebouwd.

„We hebben nog wel de expertise, maar de infrastructuur om die metalen te raffineren, is verloren gegaan”, zei Mark Smith, bestuursvoorzitter van Molycorp, vorig jaar voor leden van het Amerikaanse Congres. Hij riep de federale parlementsleden op „leiderschap” te tonen. De lokale ontginning van neodymium, cerium en andere metalen moet volgens hem de concurrentiekracht van de VS herstellen. Molycorp mikt op een potentieel van 10 tot 20.000 ton per jaar.

Een andere westerse locatie waar al vanaf dit jaar op grote schaal zeldzame aardstoffen zou kunnen worden gewonnen, is de mijn van Mount Weld in Australië. Eind vorig jaar is alles er in gereedheid gebracht om ruim 10.000 ton per jaar boven te halen. De mijn is in handen van Lynas, een bedrijf dat op de Australische beurs is genoteerd.

Ook hier is de druk groot om zo snel mogelijk een maximale capaciteit te halen: tegen 2011 21.000 ton op jaarbasis. De strategie van Lynas is omstreden in Australië. Afgelopen jaar kwam de mijnbouwer in het nieuws omdat het 51,6 procent van zijn aandelen had verkocht aan een Chinees bedrijf, in ruil voor contanten en de nodige schuldfinanciering. De deal stuitte op hevige kritiek van de Australische autoriteiten.

Het voorval illustreert hoe de zoektocht naar zeldzame aardmetalen een mondiale wedloop is geworden. Er is nog een viertal andere mijnen – twee in Canada en twee in Australië – waar die metalen kunnen worden gedolven, maar die zijn kleiner en zullen pas op zijn vroegst in 2012 volledig operationeel zijn.

Europa speelt hierbij geen enkele rol van betekenis. Op het oude continent zijn er geen belangrijke vindplaatsen voor zeldzame aardstoffen. Voor aanvoer van de metalen zijn we dus volledig afhankelijk van de rest van de wereld. „Daarmee krijgt de Europese industrie het lastig”, zegt André Diederen van TNO. „We staan achteraan in de rij.” Als China de kraan verder dichtdraait, dan dreigt dit de EU met acute tekorten op te zadelen.

De partijtop in Beijing ontkent dat dit de bedoeling is. China wil de Europese economie niet „gijzelen”, zo wordt in officiële reacties benadrukt. Integendeel, in de buurt van Hexi Industrial Zone, het technologiepark van Baogang Group, wordt actief campagne gevoerd om Europese bedrijven te lokken. Zij kunnen er een lokale fabriek openen in ruil voor toegang tot zeldzame aardmetalen.

In en rond Baotou leeft de hoop dat de regio kan uitgroeien tot een heuse industriepool die de ruwe metalen niet alleen levert maar ook raffineert en verwerkt tot afgewerkte producten. De stad streeft ernaar het mekka van de zeldzame aardmetalen te worden. En het Westen, zo redeneren de Chinezen, mag daar best een handje bij helpen.