De prijs voor de oorlog in Afghanistan

Door per se niet te willen verliezen in Afghanistan is het Westen in een moeras terechtgekomen. Rusland en Pakistan bepalen of NAVO wint, betoogt

Thomas von der Dunk.

Een nederlaag in Afghanistan is voor Washington tot Den Haag vanwege het existentiële karakter van het conflict onacceptabel. Verliezen is ‘geen optie’, aldus de bezwerende woorden van veel Atlantici.

Welnu, het verliezen van een ‘existentiële’ wereldoorlog is een heel reële optie, zoals de Duitsers hun kunnen vertellen, die dat zelfs tweemaal is overkomen. Niet toevallig stellen deze zich nu wat terughoudend op.

Iedereen praat steeds over de prijs van het verliezen van deze oorlog. Niemand praat over de prijs van het per se niet willen verliezen van deze oorlog. Daarbij gaat het niet alleen om de toenemende onbetaalbaarheid, die het Amerika straks onmogelijk maakt nog in andere brandhaarden te interveniëren. En evenmin om het gegeven dat een langdurige militaire bezetting nieuw voedsel zal geven aan Al-Qaeda en consorten: de boodschap dat onze aanwezigheid slechts van beperkte duur is, wordt met de dag ongeloofwaardiger. De scheidslijn tussen snel ‘herstel van de orde’ en kolonisatie zonder einddatum is nu eenmaal dun.

Obama heeft tijdens de presidentsverkiezingen zijn lot verbonden aan een uitzichtloze zaak. Het is immers illusionair te denken dat hij binnen twee jaar in Afghanistan ‘klaar’ zal zijn. Het langdurige engagement, waartoe hij zich daarmee om binnenlandse redenen heeft verplicht, impliceert dat daaraan meer opgeofferd dreigt te worden dan verantwoord is.

De vorige Amerikaanse obsessie waaraan alles ondergeschikt werd gemaakt, de strijd tegen het wereldwijde communisme, resulteerde onder meer in de gedachteloze Amerikaanse bewapening van de Talibaan in de strijd tegen het toenmalige Russische vazalregime in Kabul, omdat zulke islamisten tenminste een beetje fanatiek tegen de ongelovigen zouden vechten. Wel, dat weten ze sinds 9/11 rondom Ground Zero ook.

Nu dreigt eenzelfde Amerikaanse obsessie in de strijd tegen het wereldwijde terrorisme – een zelf gecreëerd Monster van Frankenstein – het Westen de handen te binden, waardoor het vleugellam wordt.

Dat begint met het probleem-Pakistan, dat nauw met het Afghaanse verweven is: de Talibaan kent geen grenzen en Islamabad speelt dubbel spel. Voor Pakistan geldt, wat de Franse revolutionair Mirabeau ooit over Pruisen zei: het is niet een land dat een leger bezit, maar een leger dat een land bezit. De feitelijke militaire machthebbers, die grote economische belangen hebben, gebruiken de inheemse Talibaan om Washington te chanteren: geef ons geld om ze te bestrijden, en zeur niet over ‘echte’ democratie, want het alternatief voor ons heet dan sharia (ook in Egypte speelt Mubarak dat spel met verve). Dat maakt de Talibaan voor de aan hun rijkdom en macht verslaafde militairen tot een profijtelijke inkomensbron die men uiteraard niet kwijt wil. Zij zullen de Talibaan dus halfhartig bestrijden, zolang Washington bereid is te blijven betalen. Zodra de Talibaan zijn verslagen, valt de Amerikaanse geldstroom droog.

De Talibaan in Afghanistan worden door Pakistan bovendien als internationale bondgenoot gezien, want de Pakistaanse obsessie heet India. Karzai geldt in Islamabad als een verlengstuk van New Delhi. Wegens de alsmaar uitblijvende eindoverwinning op de Talibaan moet Washington Islamabad voortdurend apaiseren, en dreigt nu duurzaam tegenover New Delhi komen te staan. En omdat India de tweede opkomende wereldmacht betreft, is deze vervreemding niet alleen een machtspolitiek probleem. Ook voor de universele pretenties van het Westen inzake het eigen democratische maatschappijmodel is het problematisch wanneer wij omwille van een obscuur regime als het Pakistaanse gedwongen worden de grootste democratie in Azië langdurig links te laten liggen.

Duidelijk is ook dat Obama zo moet zwijgen over de illegale kernbom van Pakistan die – naast de dito van Israël – de westerse verontwaardiging over mogelijke soortgelijke Iraanse avonturen hol doet klinken. Dat helpt niet bepaald bij het beoogde winnen van de hearts and minds van Arabische moslims – of van de Iraniërs, waarvan de helft Ahmadinejad mag haten, maar hem juist in dit dossier om precies die reden steunt.

En dan is er Rusland, niet alleen nodig voor de aanpak van Iran. Voor Afghanistan heeft Amerika zich deels van Russische hulp afhankelijk gemaakt. Rusland heeft geen baat bij een zege van de Talibaan, maar evenmin bij een Amerikaanse eindzege, want dat betekent na de NAVO-uitbreidingen aan haar westgrens een Amerikaans steunpunt in weer een andere hoek. Moskou helpt Washington dus graag verder met voortmodderen in Kabul, zolang dat maar inderdaad een moeras blijft – dus genoeg hulp om niet te verzuipen, te weinig om het droge te bereiken. Het zal duidelijk zijn dat in ruil voor deze ‘hulp’ Zuid-Ossetië Russisch blijft, Georgië ver van Brussel en Oekraïne buiten de westerse invloedsfeer.

Dat, en straks nog veel meer, behoort allemaal tot de politieke kosten, tot het voor geen prijs willen verliezen in Afghanistan. De vraag die men zich in Washington én in Den Haag zal moeten durven stellen: wordt die prijs niet langzamerhand te hoog?

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.