Moet ik nu naar links of rechts?

Veel mensen, vooral vrouwen, hebben last van een gebrek aan richtingsgevoel.

Daar valt wat aan te doen, bijvoorbeeld door op je route regelmatig terug te kijken.

„Moet je ook naar Rotterdam? Wil je meerijden?” Een vriendelijke collega biedt me een lift aan vanaf de redactie. Aanlokkelijk aanbod, maar dan komt hij er wel achter dat ik nog steeds de weg naar mijn huis niet weet, via de snelweg. Ik woon nu ruim een jaar op mijn huidige adres, en al een jaar of vier in de stad. Nogal gênant.

Ik geef mijn gebrek desondanks toe. Sinds ik mezelf in dit soort situaties belachelijk maak en roep dat het met mijn oriëntatievermogen slechter gesteld is dan bij wie dan ook („Ik mis vermoedelijk een stukje hippocampus”), bekennen steeds meer kennissen en collega’s dat ze ook geen richtingsgevoel hebben. En dat nogal beschamend vinden.

Het zijn meest vrouwen, maar niet alleen. De vraag die steevast op de bekentenis volgt, luidt: is er iets aan te doen? Zou richtingsgevoel te trainen zijn?

Op zoek naar een antwoord in het Space Lab op de Uithof in Utrecht. Dat is de (overigens weinig futuristisch uitziende) afdeling Psychologische functieleer van de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht, waar drie promovendi onder leiding van dr. Albert Postma onderzoek doen naar ruimtelijke cognitie. Jessie Bullens onderzoekt hoe kinderen zich oriënteren in de ruimte. Ineke van der Ham bestudeert welke hersenhelft wat doet bij het onthouden van objectlocaties; of een mes links of rechts van een bord ligt, bijvoorbeeld. En Marijn Struiksma doet onderzoek naar de manier waarop we ruimtelijk begrip in taal omzetten.

Is richtingsgevoel überhaupt te verbeteren? Een beetje, zeggen de onderzoekers, door nieuwe manieren aan te leren om routes te volgen. Op deze pagina’s een tour langs de verschillende leerstrategieën.

Hoop doet leven. De volgende keer, in de auto van de redactie naar huis, ga ik opletten. Waar de Burger King ligt ten opzichte van de oprit naar de snelweg. En probeer ik te memoriseren waar we bochten maken en welke afslagen we nemen.

Hoevéél beter kunnen mensen met een slecht richtingsgevoel eigenlijk worden? Jessie Bullens waarschuwt voor al te veel optimisme: „Het is net als met het IQ van een mens. Dat kan je een paar punten opkrikken, maar niet tot in het oneindige.”