‘Homoseksualiteit kan mij geen bal schelen, maar het is een zonde’

Yassmine El Ksaihi is 23 jaar en voorzitter van de Poldermoskee. Een gesprek over geroddel, tradities en een dreigend bankroet. ‘Ik geloof er geen snars van dat de Nederlandse vrouw geëmancipeerder is dan de meeste moslima’s.’

‘Bij een huisman kan ik me helemaal niks voorstellen. De meeste Nederlandse vrouwen trouwens ook niet.’
‘Bij een huisman kan ik me helemaal niks voorstellen. De meeste Nederlandse vrouwen trouwens ook niet.’

Bij haar openingstoespraak voor de Poldermoskee in Amsterdam, op 5 september 2008, schoten de tranen haar in de ogen. Daar stond ze, 23 jaar oud, als enige vrouwelijke bestuursvoorzitter van een religieus instituut dat nog steeds een oudemannenbolwerk is. De plannen waren groots: voor het eerst kreeg Nederland een moskee die niet etnisch is georganiseerd, een moskee voor álle moslims en niet-moslims. Waar vrouwen in dezelfde gebedsruimte mogen zitten als de mannen, zij het tegen de achterwand. Waar standaard in het Nederlands gepreekt wordt, buitenlandse gastsprekers daargelaten. Die gefinancierd zou worden met Nederlands geld. En die zich richt op jonge moslims die zich niet thuis voelen in de moskeeën van hun ouders. Dat zijn de vijf pilaren van haar Poldermoskee. Yassmine El Ksaihi, opgegroeid in Tuindorp Oostzaan, kon het niet geloven.

Anderhalf jaar later voelt ze zich er als een vis in het water. „De Poldermoskee”, zegt El Ksaihi, „staat voor alles waar ik me voor heb ingezet. Elk van de vijf pilaren staat voor mij persoonlijk”. Volgens haar heeft de moskee zijn bestaansrecht al bewezen. Het vrijdaggebed wordt door zo’n 300 mensen bezocht. Sommige activiteiten trekken wel 1.000 mensen uit het hele land. Het eerste jaar waren er avond aan avond bijeenkomsten, over eerwraak, over huiselijk geweld, spirituele avonden met lezingen en liederen. Talloze nieuwsgierige niet-moslims, van minister Wouter Bos tot publicist Paul Scheffer bezochten het laagdrempelige godshuis zonder minaretten.

Maar eenvoudig is het niet. De oorspronkelijke argwaan van de conservatieve moslimgemeenschap mag dan afgenomen zijn, datzelfde geldt voor de hoezeestemming onder de Nederlandse moslimwatchers. Hoe liberaal is de Poldermoskee eigenlijk, als de omstreden Amerikaanse rap-prediker Khalid Yasin er regelmatig wordt uitgenodigd? En is de moskee, geplaagd door financiële problemen, inderdaad van plan geld uit het buitenland aan te nemen, zoals alle andere moskeeën in Nederland doen? Een hint van de voorzitter in die richting leidde dit najaar meteen tot Kamervragen van Rita Verdonk en tot „minstens vijf ongeruste berichten van het ministerie van Binnenlandse Zaken op mijn voicemail”, zegt El Ksaihi lachend.

Yassmine El Ksaihi, naar eigen zeggen van nature optimistisch, ongeduldig en openhartig, heeft snel geleerd dat je in het multiculturele debat je woorden op een goudschaaltje moet wegen. „De discussie is zo zwart-wit. Als een moslim in deze tijd iets zegt, wordt dat meteen onder het vergrootglas gelegd.” Net zoals ze geleerd heeft dat de moslimgemeenschap bepaald niet in haar laatste roddel is gestikt. „Er wordt veel gekletst, ook over je privéleven. Ik zou ruzie hebben met mijn man, terwijl ik nog niet eens getrouwd was. Dat soort onzin. De culturele tamtam is aanzienlijk. In het begin werd ik ook wel gebeld door broeders die vonden dat ze het niet kon dat een vrouw moskeevoorzitter was. En dat waren niet de ouderen.”

Wat was voor de moslimgemeenschap het meest controversieel?

„Enorme ophef ontstond bijvoorbeeld na een bijeenkomst over homoseksualiteit, die wegens de grote toeloop in de gebedsruimte werd gehouden. Het was een gemengd publiek, moslims en niet-moslims. De sfeer was goed. Maar de debatleider bleef maar benadrukken dat het zo uniek was dat we gezellig met homo’s (geen moslims trouwens) in een islamitische gebedsruimte zaten. Toen begonnen allerlei moslims zich opeens af te vragen of dat wel in de haak was en of we niet bezig waren homoseksualiteit te promoten. Dat ligt heel gevoelig. Toen werd ik ook nog verkeerd geciteerd in het stadsdeelblad. Ik zou gezegd hebben dat ik hoopte dat de eerste moslimhomo bij ons uit de kast zou komen. Dat heb ik nooit gezegd. Homoseksualiteit is een zonde in de islam. Dat is voor ons geen discussiepunt. De vraag is wel: hoe ga je met die zonde om? Ik vind dat iedereen dat lekker zelf moet weten. Het is een persoonlijke keuze waar ik je niet mee lastig zal vallen. Maar ik kan als voorzitter van de moskee natuurlijk niet zeggen: welkom, uit hier in de moskee gewoon je zonde! De debatleider betreurde dat er geen moslimhomo’s aanwezig waren en vroeg me: is de kans dat dat gebeurt het grootst in de Poldermoskee? Daarop zei ik ja. Maar dat is wel iets anders. In alle eerlijkheid, mij maakt het geen bal uit, maar ik zit daar in functie. Je wilt niet weten wat ik over me heen heb gekregen vanuit de gemeenschap!”

Yassmine, die op haar achttiende een hoofddoek is gaan dragen, werd in Amsterdam-West geboren in een Marokkaans gezin met vier kinderen, waar vader de spirituele kant van het geloof belichaamde en moeder meer van de kant van de regels en het huishouden was. „Mijn vader was altijd enthousiast als ik wat wilde, terwijl mijn moeder terughoudender was. Vader komt uit Casablanca, moeder uit een dorp. Inmiddels hebben ze van plaats gewisseld. Mijn vader, die kratten sjouwde bij de Febo, is afgekeurd en zit nu tegen zijn zin thuis, in de WAO. Mijn moeder, analfabeet, heeft zich helemaal van onderop opgewerkt, haar diploma mbo-2 verzorging gehaald, en werkt nu fulltime in een bejaardentehuis. Ze is heel erg veranderd, maar heeft het zelf niet door. Haar doorzettingsvermogen en strijdlust zijn een voorbeeld voor me.”

Wie is de baas in huis?

„Mijn vader, en daar sta ik ook helemaal achter. Bij een huisman kan ik me helemaal niks voorstellen. De meeste Nederlandse vrouwen trouwens ook niet. Ik geloof er geen snars van dat de Nederlandse vrouw geëmancipeerder is dan de meeste moslima’s. Ze gaan allemaal minder werken als de kinderen komen.”

Waarom kwam de hoofddoek?

„Dat was een principiële beslissing, die zo ongeveer samenviel met de moord op Theo van Gogh. Ik ben op mijn zestiende gestopt met schoonspringen. Ik was al niet erg van bloot, maar heb mijn kleding langzamerhand aangepast. Thuis draag ik hem niet. Het geeft een soort bevrijding van oordelen op uiterlijk. Mensen kijken niet meer of het een lekker ding is dat voorbijloopt. Het maakt mij niet uit wie ik tegenover me heb, een zwerver of een manager van ING. Mensen dachten meteen dat ik een stuk orthodoxer was geworden. Ze gaan anders tegen je praten, beter articuleren, alsof je dom bent of onderdrukt. Op mijn stageplek werd ik een keer naar de derde deur links doorverwezen, dat bleek de schoonmaakkast te zijn. Voor mij was het een logische stap. Het voelde gewoon niet goed dat ik me aankleedde als ik de moskee binnenging en weer uitkleedde als ik naar buiten kwam. Ik voel me nu dichter bij God.”

Dragen je zussen hem ook?

„Nee. Maar mijn oudere zus is veel traditioneler dan ik, bijvoorbeeld wat de verhouding tussen man en vrouw betreft. Ze zei altijd: hoe zul jij ooit een man krijgen als je zoveel van huis bent? Daar ben ik het niet mee eens. Actieve dames zeggen vaak: ik zal nooit een partner vinden. Ik zeg: ik wil hem niet alleen vínden, hij moet me ook nog stéunen!” Die partner is inmiddels gevonden, Yassmine is in december voor de wet getrouwd met een Marokkaan uit Alkmaar. Hij is logistiek manager bij een vleesexporteur in Zaandam. Ze ontmoetten elkaar bij gemeenschappelijke vrienden. Over twee maanden is het grote Marokkaanse bruiloftsfeest.

Yassmine werkt fulltime bij Radar, adviesbureau voor sociaal beleid, en is gemiddeld zo’n 20 uur per week kwijt aan de Poldermoskee. Haar kersverse man zegt nu al: je overwerkt je, doe het wat rustiger aan! „Dat klinkt tricky”, zegt ze openhartig.

Toen Van Gogh werd vermoord was je achttien en volgde je een hbo-opleiding. Wat was je eerste gedachte?

„Laat het geen moslim zijn! De actieve mensen in de Amsterdamse moslimwereld kennen elkaar allemaal. We sms’ten er onophoudelijk over. We waren in shock. Ik ben nog langs de moskee gegaan om een extra schietgebedje te doen. Je denkt meteen: wat zal de impact zijn? Ik herinner me dat in het openbaar vervoer toen iedereen erover wilde praten. De niet-moslims wilden steeds maar van ons horen dat we hier niet achter stonden. Het komt heel dichtbij. Op een gegeven moment denk je: waarom moet ík verantwoording afleggen voor het gedrag van iemand anders? Eén keer zat ik in de bus met een oudere vrouw te praten. Toen zei de man achter ons: ze willen ons overnemen, geloof haar niet, ze houdt gewoon de schijn op! Dat was nogal beledigend.”

De moord drukte El Ksaihi met de neus op wezensvragen: als Mohammed B. moordde op grond van zijn religie, dan was die religie de hare niet. De moslimgemeenschap viel uiteen. Er waren er die radicaliseerden, er waren er die iedere verantwoordelijkheid afwezen, en er waren er die zich wilden inzetten om de beeldvorming rondom de islam te verbeteren. Yassmine hoorde bij de laatste groep. Was religie tot dan voor haar vooral een gevoelskwestie, een zaak van spiritualiteit geweest, nu koos ze er bewust voor.

Was het een daad van verzet?

„Nee, religie is iets persoonlijks. Als je het uit verzet doet, is je intentie niet correct. Maar ik verzet me wel tegen fundamentalisten. Ik wil niet dat ze mijn religie die slechte naam geven. Ik ontdekte dat ik veel religieuzer was dan ik dacht. Maar ik geloof niet in angst voor God, alleen in liefde voor God.”

Wat is dat dan voor jou, bidden?

„Bidden geeft me kracht. De wereld is zo materialistisch. Het is lastig niet mee te gaan met merkkleding, spelletjes, auto, salaris. Ik geloof dat er iets hogers is dan die simpele dingen van het leven. En een imam met een mooie stem is een pré bij het reciteren van het gebed. Dat helpt me bij mijn concentratie.”

De Poldermoskee mag dan afgeschilderd zijn als vrouwvriendelijk, toch is het vrijdaggebed nog steeds een mannenaangelegenheid.

„Dat komt omdat het vrijdaggebed verplicht is voor de man en niet voor de vrouw. Maar bij de sociale activiteiten zijn bijna altijd meer vrouwen aanwezig.”

Er was forse kritiek op de preken van de Amerikaanse imam Khalid Yasin, die homoseksualiteit wilde bestraffen, aids een Amerikaanse uitvinding noemt en spreekt over de wereldheerschappij van de islam. Zelfs stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch, die jullie steunt, zette vraagtekens bij zijn komst. Jullie waren toch juist zo progressief?

„De Poldermoskee is destijds neergezet als vernieuwend, liberaal, de Verlichting van de islam. Maar liberaal is niet hetzelfde als progressief. Voor mij is liberaal dat er ook ruimte wordt geboden aan orthodoxe stromingen. De Poldermoskee toont de diversiteit binnen de islam. We sturen moslims niet één kant op. Wij zijn eigenlijk juist traditioneel: in de tijd van de profeet was de moskee niet alleen een gebedshuis maar ook een cultureel en maatschappelijk centrum. Wij willen terug naar die traditie.”

Het enige waar het om gaat, zegt El Ksaihi, is dat de vijf pilaren van de Poldermoskee overeind blijven staan. „Orthodoxe sprekers hebben het meeste moeite met de vrouwvriendelijke kant van de moskee. Maar als ze zich niet aanpassen, houdt het voor ons op. Yasin heeft mij in zijn preek heel openlijk gesteund als voorzitter van het bestuur. Radicale denkbeelden heeft hij hier niet geuit. Ik heb hem er wel naar gevraagd. Hij zei dat zijn uitspraken uit de context waren gehaald. Dat doet Wilders ook de hele tijd. Alles wat een moslimgeleerde zegt wordt uitvergroot. In de Poldermoskee trapte Yasin juist erg tegen de moslimgemeenschap aan en riep haar op iets te doen tegen criminaliteit, tegen schooluitval, tegen leven op een uitkering. Yasin zei: studeer, ontwikkel je, investeer in de gemeenschap. De moslims van Amerika zijn heel welvarend, in Nederland niet. Yasin sprak de jongeren aan omdat hij in een soort rapstijl preekt, met humor en sarcasme. Maar het is echt niet zo dat alle moslims hier hem adoreren. Velen vonden zijn uitspraken juist veel te hard.”

Maar hoe zit het dan met die andere pilaar, de financiële onafhankelijkheid? De Poldermoskee huurt het betrekkelijk afgetrapte kantoorgebouw aan de Jacques Veltmanstraat in Slotervaart van woningbouwvereniging Alliantie voor 10.000 euro per maand. Dat moet opgebracht worden door de verhuur van de overige ruimtes in het gebouw aan, bijvoorbeeld een kapperszaak (De Polder), de Marokkaanse Vrouwenvereniging in Nederland en een vastgoedagent die woningen aanbiedt in Tetouan, El Jadida of Mdiq. De moskee draait op een poule van zo’n vijftig vrijwilligers. En die dunt uit.

Yassmine zucht. „De financiën zijn een pijnlijk probleem. Failliet zijn we nog niet. Maar we zijn in 2008 begonnen met een huurachterstand en die hebben we nog niet ingelopen. Alliantie steunt ons omdat we een maatschappelijk belang vertegenwoordigen. We gaan nu naar een nieuwe constructie, waarbij Alliantie zelf de huur van de onderhuurders gaat innen. Wij zijn niet professioneel genoeg. Het eerste jaar waren we ook veel te naïef, we lieten iedereen gratis binnen. We kregen continu verzoeken om een podium te bieden en we gingen overal op in. We hadden soms wel vier, vijf bijeenkomsten per week. Zo hebben we de argwaan binnen de moslimgemeenschap aardig kunnen tackelen. Maar onze vrijwilligers zijn overbelast en ons bestuur (drie mannen en drie vrouwen) bestaat uit jonge mensen die allemaal gewoon studeren of een baan hebben. Dat is het kromme van de Nederlandse samenleving. Wij willen geen buitenlands geld, maar Nederlands geld kunnen we niet krijgen. De moslimgemeenschap in Nederland is niet rijk genoeg. We moeten te veel op onze teentjes lopen. Toen ik in Trouw dit najaar de suggestie wekte dat we anders wel naar het buitenland zouden móeten uitwijken – wat alle andere moskeeën doen – viel iedereen over ons heen. Het was te gek voor woorden: Verdonk ging meteen Kamervragen stellen. En nu krijg ik steeds de vraag of we al zakken met buitenlands geld binnen hebben. Dat ligt zo gevoelig! Maar ieder weldenkend mens begrijpt dat we de Poldermoskee zo niet draaiend kunnen houden.”

Maar dan ziet het er dus eigenlijk heel somber uit voor de Poldermoskee?

„Ik hoop van niet. We hebben een commissie van publieke figuren – denk aan managers, advocaten, fundraisers van goede doelen – gevraagd om een plan te maken om de financiën op poten te zetten. Dat wordt waarschijnlijk een systeem van ledencontributie voor verschillende doelgroepen. Over twee weken presenteren ze hun plan. We moeten professionaliseren. Het eerste jaar hebben we iedereen op ons af laten komen, nu willen we zelf het initiatief nemen. Het moet allemaal minder amateuristisch en minder vrijblijvend worden. Mijn eerste doel is nu de moskee een stevigere financiële basis geven. Dan kan ik weg. Ik vind sowieso dat een bestuur niet langer dan drie jaar moet zitten.”

De Poldermoskee werd wel het ‘moskeetje van Marcouch’ genoemd. Vind je het jammer dat hij is weggestemd als toekomstig stadsdeelvoorzitter van het nieuwe stadsdeel Nieuw-West?

„Marcouch heeft ons van meet af aan gesteund, daar zal ik hem altijd dankbaar voor zijn. Ik had grote waardering voor zijn tomeloze inzet, al was ik het lang niet altijd met hem eens. Hij heeft zijn nek uitgestoken en dat spreekt mij zeer aan. Marcouch wist hoe gevoelig hij lag bij de moslims, maar hij heeft de tegenstand van de niet-moslims in West (die hem ondermeer verweten dat hij de scheiding tussen kerk en staat bedreigde met zijn pleidooi voor koranles op openbare scholen, red.) onderschat. West heeft voor het behoudende gekozen. Ik ben benieuwd welke strategie beter zal uitpakken.”

Moeten we het nog over Wilders hebben?

„Ik ben opgegroeid in Tuindorp Oostzaan, in Amsterdam-Noord. Daar zit een enorm aantal Wilders-stemmers. Maar ik kom ze niet tegen. Geen enkele Wilders-stemmer komt er openlijk voor uit. Vanuit mijn marketingopleiding vind ik Wilders een uniek fenomeen. Hoe kan iemand die nooit interviews geeft, nooit deelneemt aan debatten en zijn partij afschermt toch zoveel zetels halen? Dat is heel knap. Hij ziet eruit als een loslopende gek met dat haar, maar Den Haag heeft hem onderschat. Hij maakt gebruik van de angst die er is. Termen als kopvoddentaks zijn beledigend. Er gaat haat van uit. Dat vind ik eng. Maar hij toont de gaten in de democratie. Hij zit dicht tegen het schenden van de grondwet aan. Het is goed dat hij nu vervolgd wordt, want dan weten we straks waar de grenzen liggen.”

Hoe gaat Den Haag met hem om?

„Klunzig, op Donner en Hirsch Ballin na. Eerst schrijven ze hem af, willen niet samenwerken. Nu hij groeit, draaien ze bij. Het blijft uniek dat één man thema’s zo op de agenda kan zetten, dat alle partijen er achteraan rennen. Maar met zijn haat tegen moslims is hij een gevaar voor de samenleving. Gelukkig zeggen ook veel mensen tegen mij: laat je niet gek maken. Maar het is pijnlijk voor ons. Ik heb mijn abonnement op Elsevier opgezegd. Als je dat blad leest denk je: waar woon ik? Elk verhaal heeft twee kanten. Geef de context!”

Geloof je nog in Nederland?

„Ik probeer optimistisch te blijven. Ik ben uit idealisme in de Poldermoskee gestapt. Ik weet dat het voor mijzelf niet heel veel zal uitmaken, maar ik wil dat mijn kinderen opgroeien in een tolerant Nederland. Dat bestaat nu niet meer.”