Laat de overheid binnen, anders geen uitkering

Wie op zijn privacy gesteld is doet er goed aan niet te studeren, niet aan kinderen te beginnen, niet werkloos te worden en niet meer dan 65 jaar te leven. Uitvoeringsinstanties staan te trappelen om bij niet-verdachte burgers op huisbezoek te gaan voor controle op uitkeringsfraude. Tandenborstels tellen dus.

Vooralsnog bestaan hier geen wettelijke mogelijkheden voor, zo bepaalde de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter die oordeelt over sociale zekerheidsgeschillen, op 12 januari. Alleen als er een concrete verdenking is mag de overheid de leefsituatie achter de voordeur controleren. De bewindslieden Klijnsma (PvdA), Donner (CDA) en Rouvoet (ChristenUnie) willen af van die clausule en hebben in april vorig jaar een wetsvoorstel naar de Kamer gestuurd.

Liegen over leefsituatie

Er is sprake van uitkeringsfraude als iemand zijn leefsituatie anders voorstelt dan die in werkelijkheid is. Denk aan de thuiswonende student die zich in laat schrijven bij zijn tante om een uitwonenden-beurs te ontvangen: die valt namelijk honderden euro’s hoger uit dan een beurs voor de thuiswonende. Of denk aan de zogenaamd alleenstaande bijstandsmoeder die al jarenlang een huishouden voert met een vaste partner. Als er concrete aanwijzingen zijn dat de uitkeringsgerechtigde fraudeert, mag de sociale recherche een kijkje nemen.

Terug naar de zaak die diende bij de Centrale Raad van Beroep. Wat was er aan de hand? Op 25 september bezochten een sociaal rechercheur en een handhavingsspecalist onaangekondigd de woning van een mevrouw in de gemeente Geldrop-Mierlo. Dit in het kader van het project ‘Hoogwaardige Handhaving’. De gemeente wilde controleren of de bewoner met meneer E. - die als kostganger staat ingeschreven - samenwoont. In dat geval zou ze geen recht hebben op bijstand naar de norm voor een alleenstaande.

In het vonnis wordt het onaangekondigde huisbezoek als volgt beschreven:

“Tijdens dat huisbezoek is de woning getoond en hebben appellante en E. verklaringen afgelegd. Daarbij kwam onder meer naar voren dat bij aanbellen de deur werd geopend door E., dat door de gehele woning antieke meubels en voorwerpen van E. verspreid stonden, dat de kast op de slaapkamer van E. deels zijn kleding en deels spullen van appellante bevatte en dat de achtertuin geheel door E. onkruidvrij was gemaakt en opnieuw door hem was beplant.”

Interessante informatie, want hieruit blijkt dat de grens van een zakelijke kostgangersrelatie is overschreden. Mevrouw woont samen met meneer, maar ontvangt al vanaf 24 januari 1988 bijstand als alleenstaande. Ze stelt haar leefsituatie anders voor dan die in werkelijkheid is. Dat is fraude.

Inbreuk op huisrecht

Eén probleem: er is inbreuk gemaakt op het huisrecht van mevrouw, want een concrete verdenking ontbrak. En dat betekent dat de bevindingen van het huisbezoek niet mogen leiden tot het korten op de uitkering. De burger moet verdachte zijn voordat je zijn tandenborstels gaat tellen.

Moeilijk dilemma, want uitkeringsfraude is beter op te sporen als je bij iedere niet-verdachte burger in de kasten mag snuffelen. De behoefte om zoiets bij wet mogelijk te maken is groot, zo bleek uit een Kamerdebat van 19 november 2009. CDA’er Jan Jacob van Dijk maakte zich zorgen om misbruik van de uitwonenden-beurs. Hij zei:

“Uit contacten die ik met verschillende gemeenten heb gehad, blijkt dat nogal wat 18-jarigen verhuizen van de ene naar de andere kant van de straat. Dat is een soort adresfraude. Hoe zit dat precies? De burgerlijke stand klaagt erover dat er eigenlijk geen instrumenten zijn om dat op een goede manier te onderzoeken.”

Niet veel later neemt het debat gênante vormen aan.

Kamerlid Ulenbelt (SP): “Mensen die weinig geld hebben, bezuinigen nogal op ondergoed want dat ziet niemand. Ik heb die periode ook meegemaakt als student. En dan komt zo’n inspecteur in je kast kijken. Je schaamt je dood en voor die schaamte zou ik mensen willen behoeden en ik zou graag willen dat de staatssecretaris dat ook deed.”

Staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA): “Het gaat wat ver, voorzitter, om nu in debat te gaan over de staat van het ondergoed van mensen. Ik snap het wel, maar de sociale rechercheur kijkt vooral welk ondergoed er in de kast ligt. Is dat alleen maar van mijnheer of is er ook ondergoed ook van mevrouw?”

De prijs van privacy

Als het aan Klijnsma ligt krijgt iedere uitkeringsgerechtigde een aanbod voor een huisbezoek. Wie weigert, kan fluiten naar zijn uitkering. Ze motiveert dat als volgt: “Dit is nodig om het maatschappelijk draagvlak voor de sociale zekerheid te behouden en fraude te voorkomen.” Haar wetsvoorstel spreekt over “het regelen van rechtsgevolgen” als de burger niet wenst open te doen. Pas in de Memorie van Toelichting (uitleg wetsvoorstel) wordt duidelijk wat dat inhoudt. “Geen uitkering, een lagere uitkering of een beëindiging van de uitkering.”

In Nederland wordt er voor miljoenen euro’s met uitkeringen gefraudeerd. Dat is de prijs van privacy. Een huisbezoek mag dan indringend zijn, het is geen dagelijkse ritueel. Is het voorkomen van die privacyinbreuk de samenleving miljoenen euro’s waard? Of moet de privacy maar wijken, te beginnen bij de mensen die financieel afhankelijk zijn van de staat?