Rosa Luxemburg kan na 91 jaar eindelijk rusten

Duitsland herdenkt deze week de moord op twee prominente communisten in 1919. Om het lijk van een van hen was de laatste tijd weer veel te doen.

Ze waren er bijna allemaal, de kopstukken van de uiterst linkse beweging in Duitsland. Gregor Gysi, Lothar Bisky, Dietmar Bartsch en vele andere functionarissen van Die Linke, de partij die veel (oud-)communisten in haar gelederen heeft. Alleen partijchef Oskar Lafontaine ontbrak. Hij kon afgelopen zondag wegens ziekte niet naar de jaarlijkse herdenking komen van de moord op de twee bekendste Duitse communisten, Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht.

Deze week is dat 91 jaar geleden. Op 15 januari 1919 werden beide voorlieden van de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) in een woning in Berlijn-Wilmersdorf opgepakt door militairen van de Garde Kavellerie Schützen Division; een eenheid van het Pruisisch-Duitse leger die na de Novemberrevolutie van 1918 was omgevormd tot een vrijschaar van rechts-radicalen. De twee revolutionairen werden in de Berlijnse wijk Tiergarten doodgeschoten. Liebknechts lijk werd afgegeven bij de politie; Luxemburg werd in het nabijgelegen Landwehrkanaal gedumpt. Haar stoffelijk overschot werd pas maanden later gevonden. Beiden waren 47 jaar oud.

Ze werden begraven op Friedrichsfelde, een begraafplaats in het oosten van Berlijn waar veel prominente socialisten en communisten hun laatste rustplaats hebben, zij het ver van elkaar. Friedrichsfelde is in de DDR-tijd uitgegroeid tot een bedevaartsoord. Ook nu nog trekt de jaarlijkse herdenking van ‘Rosa en Karl’ duizenden belangstellenden. Op de plek waar de vermoorde Luxemburg achteloos in het water werd gegooid, onder de brug naar de West-Berlijnse dierentuin, herinnert een bescheiden maar mooie plaquette aan de gebeurtenissen op 15 januari 1919.

Ouwe koek? Geenszins; over het lijk van Rosa Luxemburg is de afgelopen maanden juist veel te doen geweest. Of eigenlijk over de stoffelijke resten die de forensisch arts van het Charité, Michael Tsokos, in de kelder van dit grootste ziekenhuis van Berlijn aantrof. En waarvan het gerucht ging dat dit de torso van Rosa Luxemburg was. Het hoofd, de voeten en de handen ontbraken. Tsokos, dol op publiciteit, trommelde de pers op en gaf uiting aan zijn vermoedens. Die zouden, heel misschien, waar kunnen zijn. Al jaren wordt in Berlijn beweerd dat het lichaam dat eind mei 1919 in het Landwehrkanal werd aangetroffen niet dat van Rosa Luxemburg is. Een complot, politieke redenen – veel zou aan deze ‘lijkverwisseling’ ten grondslag kunnen liggen.

Tsokos’ actie leidde in een nieuwsluwe tijd tot een publiciteitsgolf. Bewijzen kon de arts niets. Een Israëlische achternicht van Rosa leverde DNA-materiaal, maar dat bleek te verwaterd om iets op te helderen. En toen kwam de kritiek, die eind vorige week uitmondde in een boek van Luxemburg-biograaf Annelies Laschitza en schrijver en regisseur Klaus Gietinger: Rosa Luxemburgs Tod – Dokumente und Kommentare.

Laschitza zei bij de boekpresentatie dat er „voor biografen van Rosa Luxemburg geen enkele reden is om te twijfelen aan de echtheid van het lijk van Rosa Luxemburg”. Haar bewijs is een telegram van Rosa’s vertrouweling en medewerkster Mathilde Jacob, die de stoffelijke resten plus kleding en gouden medaillon zag die in 1919 uit het kanaal werden gevist. „Zonder twijfel is dit het lijk van Rosa”, telegrafeerde Jacob aan bekenden.

Laschitza en Gietinger verwijten Tsokos „mediageilheid”. Zijn aanpak zou bovendien wetenschappelijk niet onderbouwd zijn. Maar Tsokos staat niet alleen. Hij krijgt steun van de Berlijnse historicus Jörn Schütrumpf, die zelf diverse publicaties over Rosa Luxemburg op z’n naam heeft staan. Ook voor hem staat vast dat het verkeerde lijk is begraven. Maar ook hij kan de vraag niet beantwoorden wat daarvoor het motief kan zijn geweest.

Tijdens de Rosa en Karl-herdenking, afgelopen zondag op de begraafplaats Friedrichsfelde, zoemde het onderwerp onder de vele aanwezigen rond. „Maakt het iets uit?”, vroeg een jonge partijganger van Die Linke zich af. „Ze is vermoord en wij herdenken dat. Zo’n lijk zegt me niets”.

En het andere lijk – ‘de torso van Tsokos’? De forensisch arts zei in de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat hij zich door zijn critici achtervolgd voelt. En passant voegde hij eraan toe dat het anonieme lijk uit de kelder van het Charité binnenkort moet worden begraven. Het dossier wordt gesloten, maar een beetje twijfel blijft.