Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Politiek

...en deze politieke ophef brachten ze

Het rapport van de commissie-Davids splijt de regering, zo bleek gisteren.

Veel openlijker kan een botsing binnen een coalitie niet zijn.

Willibrord Davids verlaat het ministerie van Algemene Zaken nadat hij het rapport aan premier Balkenende heeft overhandigd. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 12 januari 2010 Commissie Davids over besluitvorming inzake deelname oorlog in Irak. Commissievoorzitter Davids verlaat het ministerie van algemene zaken na het rapport aan premier Balkenende te hebben overhandigd. © foto Roel Rozenburg
Willibrord Davids verlaat het ministerie van Algemene Zaken nadat hij het rapport aan premier Balkenende heeft overhandigd. Foto Roel Rozenburg Den Haag : 12 januari 2010 Commissie Davids over besluitvorming inzake deelname oorlog in Irak. Commissievoorzitter Davids verlaat het ministerie van algemene zaken na het rapport aan premier Balkenende te hebben overhandigd. © foto Roel Rozenburg

Een volkenrechtelijk mandaat?

Dat was er niet, concludeerde de commissie-Davids in haar gisteren gepresenteerde onderzoek naar de politieke steun voor de inval van Irak. Maar premier Balkenende trok een andere conclusie. In een persconferentie waarin hij zijn eerste reactie op ‘Davids’ gaf, zei hij dat het rapport slechts een van de manieren is waarop je er tegenaan kunt kijken. Er zijn ook mensen te vinden die denken dat het mandaat er wel was. De premier is er een van.

Een andere conclusie van de commissie: in een cruciale fase gaf de premier geen leiding aan het kabinet. Balkenende ontkent het. Hij zat in Zuid-Afrika. Bovendien stond hij „in nauw contact” met de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer (CDA).

En dan het informeren van de Tweede Kamer. Dat gebeurde onvolledig en selectief, vindt de commissie. Niet waar, aldus Balkenende.

En de nuanceringen die de Nederlandse veiligheidsdiensten gaven van buitenlandse rapporten over de aanwezigheid van massavernietingswapens in Irak? Heeft het kabinet die genegeerd? Ook niet waar.

Op de vraag of hem iets valt te verwijten, zegt Balkenende dat er lessen getrokken kunnen worden uit het „gedegen” rapport, waartoe hij zelf opdracht heeft gegeven. Welke lessen? Dat kon hij nu nog niet zeggen, in deze eerste reactie. „Het toenmalig kabinet was er echter van overtuigd dat er een zuivere en integere afweging is gemaakt.”

Dat was niet de eerste reactie van het kabinet waar coalitiepartner PvdA – altijd tegenstander van de steun van Nederland voor de oorlog – op zat te wachten. De partij was „teleurgesteld en onaangenaam verrast” door de manier waarop Balkenende het onderzoek van de commissie-Davids terzijde schoof, zei fractievoorzitter Mariëtte Hamer. „Ik heb de indruk dat de minister-president zijn persoonlijke opvatting echt verwart met wat het huidige kabinet in de huidige omstandigheden, terugkijkend, zou moeten vinden over dit rapport. Ik weet zeker dat Wouter Bos het hier niet mee eens is.”

De PvdA-fractie eiste gisteravond „een andere houding” van de premier, en „op zeer korte termijn” een nieuwe eerste kabinetsreactie, één „die meer recht doet aan de stevige en verontrustende conclusies van de commissie”.

Veel openlijker kan een botsing binnen een coalitie niet zijn. Beide partijen lijken zich door hun emoties te laten leiden. Vooral de PvdA, zo meent de ChristenUnie.

Balkenende leek de stevige kritiek van de commissie nog niet te hebben verwerkt. De 550 pagina’s waarin Davids de fundamenten van zijn bekende redeneringen had ondergraven, leken geen noemenswaardig effect te hebben. „Ik sta voor wat ik destijds naar voren heb gebracht.”

De PvdA reageerde daarop met een ultimatum op hoge toon, waar de CDA-leider met minder dan een openlijke boetedoening nauwelijks aan kan voldoen. Hoewel zijn ongelijk bekennen niet iets is waar Balkenende om bekend staat, zette de premier gisteravond toch al schoorvoetend een klein stapje richting de PvdA.

Natuurlijk legde hij de conclusies van de commissie niet naast zich neer. Hij had alleen over een paar punten opmerkingen gemaakt. En hij erkende dat zijn partij en de PvdA van mening verschillen over de kwestie.

Voor de PvdA is het niet genoeg. Kamerlid Martijn van Dam vond de premier gisteravond nog steeds te veel als premier van Balkenende I praten. De CDA-leider moest zich nog meer gedragen als leider van Balkenende IV, dat ook rekening moet houden met het standpunt van de PvdA.

De CDA-fractie, koos anders dan de premier, voor een rustige reactie: het rapport „scheidt feiten en fictie”. Er kunnen lessen uit het rapport worden getrokken. Over het ultimatum van de PvdA wilde de CDA-fractie niets zeggen.

De kleinste regeringspartner, de ChristenUnie, probeerde de boel te sussen. Vooral door de PvdA tot rust te manen. Kamerleden van de ChristenUnie volgden de ontwikkelingen gisteravond vanaf hun nieuwjaarsborrel in een café in Den Haag. Daar vroegen ze begrip voor de premier.

Probeer maar in één ochtend het verhaal dat je al zo vaak hebt verteld, bij te draaien. En de eis van de PvdA voor een nieuwe reactie van Balkenende, en een beetje snel graag, vindt de partij „niet realistisch en niet zinvol”.

André Rouvoet, vicepremier en leider van de ChristenUnie, herinnerde eraan dat de reactie van de premier was afgestemd met beide coalitiepartners. De premier had niet voor niks bij zijn persconferentie herhaaldelijk een onderscheid gemaakt tussen het huidige kabinet, dat verdeeld is over de kwestie, en het toenmalige kabinet, waarvan de premier tegelijkertijd de standpunten weergaf.

Op de vraag of het wel verstandig is om de conclusies van het rapport aan te vechten, zei Balkenende dat het hem „om een eerlijke discussie” gaat. Het moet gaan, zei Balkenende, om de vraag waarom de toenmalige regering „een positie heeft ingenomen” en tegelijk is het „natuurlijk niet zo” dat het huidige kabinet niet over dezelfde vraag heeft gesproken.

Maar op welke momenten Balkenende de standpunten van Balkenende-I verdedigde en wanneer hij Balkenende-IV vertegenwoordigde, maakte de premier niet altijd expliciet duidelijk.

De toekomst van het kabinet hangt inmiddels af van die balanceeract. En of de PvdA het laveren van de premier tussen de Balkenende van toen en die van nu accepteert. Sommige PvdA’ers willen vandaag al een nieuw antwoord van de premier, anderen willen hem nog wel iets meer tijd geven.

Wat de premier met die tijd doet was gisteravond nog onduidelijk, en of hij de PvdA tegemoet komt, ook.

Veel ruimte zal de premier van de PvdA niet krijgen. De PvdA-bewindslieden willen dat de mening van de commissie-Davids het uitgangspunt voor de nieuwe kabinetsreactie zal zijn. Om dat punt te bereiken moet de premier nog een behoorlijke weg afleggen. Vandaag hoopt de coalitie een eerste stap te zetten: de meest betrokken ministers hebben een ingelast overleg om uit de impasse te komen.

Overigens is de coalitiepartner niet het enige probleem van de premier. De oppositiepartijen hebben een hoge mate van verbijstering bereikt [zie kader], en hoeven zich bij het onvermijdelijke spoeddebat niet geremd te voelen door coalitiebelangen.

Gaat het kabinet vallen op ‘Davids’? Dat is nog niet te zeggen.

Zo eindigde de eerste politieke dag van 2010.