Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Nog geen Duitser op de Dam

Herdenkingen van oorlogsleed veranderen van karakter. Maar mag de Duitse ambassadeur op 4 mei naar de Dam? Dat ligt gevoelig.

Twee dagen na zijn uitspraken in de televisieserie De Oorlog liet de Duitse ambassadeur Thomas Laüfer een persverklaring uitgaan. Hij had alleen gezegd dat hij een uitnodiging voor de Nationale Dodenherdeking op 4 mei met vreugde zou accepteren. Hij wilde benadrukken dat het niet aan hem was om te bepalen of hij zou worden uitgenodigd.

Tevergeefs. De discussie over zijn aanwezigheid bij de Dodenherdenking op de Dam was al losgebarsten. Hoogleraar holocauststudies Houwink ten Cate: „Discussies over schuld en boete zijn altijd zinvol.” Dus toen het Nationaal Comité 4 en 5 mei en de Duitse ambassadeur donderdagavond gezamenlijk lieten weten dat de ambassadeur niet bij de herdenking aanwezig zal zijn, was de geest al uit de fles.

Typisch een voorbeeld van een discussie die niet had moeten ontstaan, zegt oud-voorzitter van het comité Judith Belinfante. „Na de Duitse eenwording stonden we voor de vraag: of alle Europese ambassadeurs uitnodigen, of geen van allen. We hebben besloten dan maar geen ambassadeurs uit te nodigen. De discussie is twintig jaar geleden al afgesloten.”

Maar Jan Franssen, vicevoorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, is het daar niet mee eens. „Ik kan me voorstellen dat door de Nederlandse deelname aan internationale missies en de slachtoffers die daaruit voortkomen, het internationale accent op een gegeven moment zwaarder wordt. We zouden het inhoudelijke karakter van de herdenking dan zichtbaar moeten verbreden”, zegt hij. Daarom begint zijn comité hierover een maatschappelijk debat.

Al in 2000 roept de Nederlandse ambassadeur in Duitsland, Van Dam, op om Duitsers uit te nodigen bij de Dodenherdenking. Het gebeurt niet. In 2004 is bondskanselier Schröder wel aanwezig bij de herdenking van de zestigste verjaardag van D-Day. Het is voor het eerst dat Duitsland officieel meedoet. Belinfante: „Ik vind dat een flauwe vergelijking. Duitsers en Fransen hebben door hun geschiedenis nogal wat te verhapstukken met elkaar. Die moeten extreem hun best doen.”

Ook in Nederland veranderen de herdenkingen. Het aantal ooggetuigen uit de Tweede Wereldoorlog neemt af en het aantal veteranen. De Duitse ambassadeur Laüfer bezoekt sinds zijn aantreden in 2006 verschillende herdenkingen. In mei 2007 zegt hij tegen BN/De Stem: „Sinds 2001, 2002 is het aantal uitnodigingen gaan groeien en nu worden we overal uitgenodigd.”

Op regionale bijeenkomsten zijn Duitse vertegenwoordigers vaak aanwezig. Maar de Duitse ambassadeur bij de Nationale herdenking? Dat ligt gevoelig. Als hij komt, blijf ik weg, schrijft oud-verzetsstrijdster Loek Caspers in Trouw. We zijn nog niet toe aan verzoenen, zegt rabbijn Evers in NRC Handelsblad. Pauline Krikke, burgemeester van Arnhem, die de Duitse ambassadeur dit jaar uitnodigde voor de 65-jarige herdenking van de slag om Arnhem: „We komen geen stap verder in het loslaten van het vijandbeeld, als we de Duitse ambassadeur niet uitnodigen.”

De gevoeligheden betekenen volgens Madelon de Keizer, historicus bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, niet dat de oorlog nog vers aanwezig is. „We putten nog steeds uit ervaringen uit de tijd van de oorlog om huidige problemen te duiden. Duitsland werd door de Koude Oorlog en de Europese eenwording gedwongen veel en vaak met het verleden bezig te zijn. Nederland niet.” Daarom lijkt het haar beter dat de Duitse ambassadeur wegblijft. „Wat moet hij doen? Hij zal ongetwijfeld denken aan de Duitse doden die vielen. Voor wie legt hij een krans dan?”

Het Comité 4 en 5 mei reageerde direct na de uitspraken van de Duitse ambassadeur afwijzend. Het zou nog te gevoelig zijn. Is de herdenking op de Dam bedoeld voor persoonlijk verdriet? Selma Leydesdorff, onderzoeker van geschiedenis en trauma’s, verwerpt die gedachte. „Je komt er nauwelijks aan je eigen verdriet toe. Alles wordt op één hoop gegooid.” Ze zegt onlangs wegens haar Joodse uiterlijk uit een restaurant in Polen te zijn gezet. In Europa ziet ze „opkomend fascisme”. „Laten we op de Dam met alle beschaafde mensen zeggen dat we dat niet willen. De Duitse ambassadeur is van harte welkom, ik heb meer moeite met de Poolse of Oekraïense ambassadeur.”

In de discussie prijzen velen de Duitse omgang met het verleden. Dat is een belangrijk argument om te verzoenen, zoals staatssecretaris Timmermans (Europese Zaken, PvdA) bepleit. De voorzitter van de Eerste Kamer, René van der Linden (CDA), is het met hem eens: „Verzoening legt een kostbare band, zeker met landen en volkeren die zich die meer dan waardig hebben getoond. Moet niet tegen deze achtergrond de vraag worden beantwoord of de Duitse ambassadeur op 4 mei welkom is op de Dam?”

Belinfante neemt ook graag een voorschot op de discussie die het Nationaal Comité 4 en 5 mei wil: „Nederland heeft weinig nationale momenten. Laten we ze koesteren.”