Strooizout schaadt boom, plant en dier

Flora en fauna hebben te lijden onder grote hoeveelheden strooizout. Direct, en via sloot- en grondwater. Het lenteweer speelt ook een rol.

De tienduizenden tonnen zout die Rijkswaterstaat en lokale overheden dezer dagen op de weg strooien, kunnen schadelijke gevolgen hebben voor bomen, planten en dieren. De omvang van de schade hangt af van de mate waarin het zoutgehalte in sloot- en grondwater de komende tijd stijgt.

Zout strooien heeft direct gevolgen voor bomen langs de weg. Het tast de schors aan, waardoor bomen gevoelig worden voor schimmels, aldus Natuur en Milieu. Knoppen kunnen afsterven omdat zout er vocht aan onttrekt.

Indirecte gevolgen voor de vegetatie zijn er volgens Natuur en Milieu ook. Strooizout in grondwater hindert de groei van bomen en planten en de ontwikkeling van blad. In de herfst verliezen ze eerder hun bladeren. Het effect van strooizout op langere termijn is mede afhankelijk van het weer in het voorjaar. Veel regen verdunt het zout snel, wat de schade beperkt.

Strooizout beïnvloedt ook het leven in sloten. Zo ondervinden larven van salamanders „overduidelijk last” van een hogere zoutconcentratie, zegt Pim Arnzten, reptielen- en amfibieëndeskundige bij Naturalis in Leiden.

Voor kikkers is een beetje meer zout niet heel bedreigend, zegt Arnzten. „De groene en de bruine kikker hebben er, omdat ze niet vaak in het water zitten, weinig last van.”

De meeste vissen zijn „redelijk tolerant” voor een hoger zoutgehalte in de sloot, zegt Jan Kranenbarg, medewerker van de Stichting RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland). Hij verwacht geen massale vissterfte. „De meeste zoetwatervissen kunnen redelijk goed overleven in brak water. De driedoornige stekelbaars komt bijvoorbeeld ook voor bij de kust en zal dus weinig last hebben.”

De bittervoorn loopt volgens Kranenbarg wel gevaar. „Die legt zijn eitjes in zoetwatermosselen en die zijn behoorlijk gevoelig voor meer zout in het slootwater.”