Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Defensie

Zonder make up

Igor Kruter fotografeerde vrouwelijke Israëlische soldaten alsof het om een modereportage ging. ‘De vrouw geeft leven. Maar ze kan ook doden.’

Madi
Madi

Dikla Mimouni (21 jaar) slaapt nooit alleen. Naast haar ligt haar knuffel, een konijn, en onder haar kussen haar geweer. Het konijn heeft geen naam. Haar geweer wel: Pikachu. Maar dat is dan ook niet alleen ’s nachts bij haar. „Ik slaap ermee, eet ermee, ga ermee uit. Mijn wapen beschermt me. Ik heb nooit eerder zo’n lange relatie gehad.” Als ze in de bus wil slapen, slaat ze haar armen eromheen. ‘s Nachts wordt ze soms wakker omdat ze op het wapen ligt.

Igor Kruter fotografeerde Dikla met geweer en konijn voor zijn zevendelige serie ‘Karakal-meisjes’. De 30-jarige Israëlische fotograaf studeerde in Arnhem aan de Kunstacademie en won met de serie de Tarbut kunstprijs in Israël. Kruter wilde de absurdistische combinatie benadrukken van de brutaliteit van het wapen met de schoonheid van de meisjes.

De Karakal is de enige gevechtseenheid binnen het Israëlische leger waar jongens en meisjes dezelfde training krijgen en hetzelfde werk doen. Als Dikla over straat loopt in haar gevechtsuniform, spreken mensen haar vol bewondering aan. In Israël geldt de dienstplicht voor jongens en voor meisjes, maar een gevechtseenheid is voor vrouwen een vrijwillige keuze.

Zoals de meisjes er op de fotoserie van Kruter uitzien, zo mogen ze er onder werktijd niet bij lopen. Geen sieraden. Dikla: „Dan ziet de vijand je glinsteren.” Geen make up. „Dat heeft geen zin, want we smeren camouflagekleuren op ons gezicht.” Wie even het haar los laat hangen, krijgt meteen het bevel er een elastiekje in te doen. Zelfs de opgestroopte mouwen in de serie zijn in het veld uit den boze.

„Dit is geen realiteit”, licht de fotograaf toe. „Ik gebruik de realiteit voor de symbolen en iconen die ik wil uitbeelden. In mijn werk wil ik onderzoek doen naar het bestaan van de vrouw. Ze geeft leven. Maar ze kan ook doden.” Ook al heeft hij zelf in het leger gezeten, over de harde kant wil de fotograaf niet praten. Ja, zegt hij desgevraagd, hij droeg ook een wapen. „Helemaal leuk was het niet.”

Dikla vindt het leger wel leuk. Ze bewaakt de grens met Egypte, waar veel gesmokkeld wordt. Ze heeft haar beste dagen als ze op pad is. „Het is zo spannend als er iets gebeurt en je er ‘s nachts met honden op uit kunt. Het geeft me een goed gevoel, dat is waar ik het voor doe.” Ze heeft na twee jaar absoluut geen spijt van haar keuze voor de Karakal. „Nu ik dit kan, weet ik dat ik alles kan.”

Volgens Dikla is het effect van meisjes in het leger dat zíj sterker worden, niet dat het leger zachter wordt. Of: „Je gaat praten als een man. Je verbergt je vrouwelijke eigenschappen om één van de jongens te zijn. Om erbij te horen”, zoals een soldate zegt in de documentaire To see if I’m smiling, van Tamar Yarom. De Israëlische documentairemaakster interviewde vrouwen die terugkijken op hun diensttijd in de bezette Palestijnse gebieden.

Op beelden uit die tijd zijn het lachende meisjes die in uniform dansen en poseren bij het lijk van een gevangene. Nu vertellen ze over de verschrikkingen; de martelingen, de doodsangst, de verantwoordelijkheid voor mensenlevens. Gruwelijke gebeurtenissen waar ze jaren later nog mee worstelen. „Soms voel ik me een beetje gek, ik heb deze herinneringen die niets met de realiteit te maken hebben.” Het is voor vrouwen niet de vraag of ze anders omgaan met de ervaringen dan mannen, maar hoe ze er, net als de mannen, mee moeten leven. Eén oud-soldaat die nu moeder is, zegt in de documentaire: „Telkens als mijn baby hysterisch begint te huilen, werkt het op die ene zenuw. Het brengt me terug naar die tijd. Ik ben geen slechte moeder, behalve op die momenten. Dan ben ik als de duivel.”

Die problemen hebben deze jongere meisjes in de Karakal fotoserie niet. Omdat ze niet in bezet gebied werken. Maar ook omdat ze nog middenin de euforie van het leger zitten. Ze genieten van de kameraadschap, de stoere uitstraling, de waardering van hun landgenoten. En waar ze helemaal van genieten, is van deze fotosessie. „Elk meisje droomt ervan zo mooi op de foto te staan. Ik ben een strijder en daar ben ik trots op”, zegt Dikla.

Kruter liep rond met een idee voor een serie over militairen en ontmoette Tania, een van de geportretteerden. „Voor de fotosessie vroeg ik haar te gaan staan als een soldaat, maar een vrouw in uniform staat anders dan een man. Deze meisjes hebben zelf gekozen voor de Karakal. Die trotsheid zie je terug in de foto.” Via Tania benaderde hij de andere meisjes. Hij vroeg ze iets persoonlijks mee te nemen van toen ze klein waren. Daarna fotografeerde hij ze in uniform op verschillende plekken in Israël, aan het einde van de middag, bij zacht licht dat de serie het gevoel geeft van een modereportage.

De fotograaf wilde zo het contrast laten zien tussen de hardheid van de oorlog en de zachtheid van een vrouw en de jeugd. Voor Dikla is de hardheid van de oorlog nog niet dichtbij gekomen. Ze heeft haar wapen niet hoeven gebruiken. Behalve één keer om een waarschuwingsschot te lossen bij een achtervolging. Ze heeft nog vier maanden te gaan, dan zit haar diensttijd erop en moet ze haar geweer inleveren.

De fotoreportage is tot eind januari te zien in de Eduard Planting galerie in Amsterdam.