Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Ze wilden al jaren van Dirk Scheringa af

Dirk Scheringa zit al ruim twee maanden thuis, berooid en werkloos. Drie jaar geleden kreeg hij de kans zijn bank voor een miljard te verkopen.

AZ landskampioen, april 2009 Foto Michel Utrecht WFA41T:AZ KAMPIEON:ALKMAAR;19APR2009-AZ kampioen van Nederland. Op de foto Louis van Gaal (rechts midden) en naast hem Dirk Scheringa op het bordes van het AZ stadion. WFA/mu/str.Michel Utrecht
AZ landskampioen, april 2009 Foto Michel Utrecht WFA41T:AZ KAMPIEON:ALKMAAR;19APR2009-AZ kampioen van Nederland. Op de foto Louis van Gaal (rechts midden) en naast hem Dirk Scheringa op het bordes van het AZ stadion. WFA/mu/str.Michel Utrecht WFA

Het zal toch niet, denkt het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) eind 2005. In de belangenvereniging van Nederlandse banken is de bestuursplek voor kleine banken sinds kort weer vrij. En nu heeft Dirk Scheringa uit Wognum net een bankvergunning gekregen. Straks schuift hij nog aan als bestuurslid in hun club waar de grote banken de leiding hebben. Die gedachte is twee bestuursleden te veel. Als Dirk in het bestuur komt, zijn wij weg, waarschuwen ze. Uiteindelijk gaat de bestuursplek naar de Friesland Bank. De bankiers halen opgelucht adem.

Vier jaar later, 15 oktober 2009. Na uren wachten stapt Dirk Scheringa rond middernacht de grote vergaderkamer van De Nederlandsche Bank (DNB) binnen aan het Amsterdamse Frederiksplein. Hij neemt plaats aan de tafel. Daar zitten ook zes bestuurders van de grootste banken van Nederland, zoals Joop Wijn van ABN Amro, Piet Moerland van Rabobank en Jan Hommen van ING.

Zij hebben urenlang vergaderd of ze de bank uit Wognum zullen redden. Scheringa hoort nu het antwoord. Helaas. Het gaat niet door, zegt DNB-president Nout Wellink. De banken vinden de risico’s te groot. Scheringa hoort het gelaten aan. Dan verlaat iedereen de kamer. Een bankier geeft Scheringa een hand. Dan nog een. De anderen vertrekken zonder hem gedag te zeggen.

Scheringa probeert de bank nog aan een Amerikaans investeringsfonds te verkopen. Tevergeefs. Op maandag 19 oktober is zijn bank failliet. We zijn kapotgemaakt, zegt hij daarna. Ze wilden al jaren van hem af. En nu is het ze gelukt.

Maar uit gesprekken die deze krant voerde met bankiers en mensen binnen DSB Bank blijkt dat Scheringa zelf een belangrijke bijdrage leverde aan de ondergang van zijn imperium. Geldingsdrang werd langzaam grootheidswaan, die zijn bank veel geld kostte. Dat zag ook DNB. Die stuurde brief na brief richting Wognum, maar greep niet in. En Scheringa? „Dirk luistert niet. Dirk gaat zijn eigen gang”, zegt een oud DSB-directeur.

Dat deed Scheringa als sinds de jaren zeventig, toen hij als politieman in de avonduren als financieel adviseur begon. In 1974 wilde Ruud van Ling een huis kopen in Opmeer. De onderwijzer woonde in een tochtig huurhuis in Haarlem. Maar daar een huis kopen, dat is te duur. Van Ling vindt in Opmeer een eengezinswoning van 60.000 gulden. Van de tussenpersoon die de verkoop regelt krijgt hij een tip. Ga eens langs bij ene Scheringa. „Die kon financieel wat regelen en was goedkoper dan gewone banken.” Van Ling gaat naar Scheringa en vertelt wat hij nodig heeft. „Hij vroeg al snel hoe ik het huis wilde verzekeren. Maar ik had al een boedelverzekering. Ik kreeg het idee dat hij daardoor minder geïnteresseerd was”, vertelt de inmiddels gepensioneerde Van Ling.

Hij ging naar huis en hoorde niets. „Ik heb na een week gebeld en hij zei dat hij ermee bezig was. Uiteindelijk kreeg ik een offerte, maar die was nog duurder dan de reguliere banken. Ik ben toen naar de Rabobank gegaan.”

Een jaar later begint Scheringa met zijn vrouw Baukje de Vries zijn eerste bedrijf, het financieel adviesbureau Buro Frisia. Het bedrijf wordt groter en groter, maar de werkwijze blijf altijd dezelfde. Wie een lening wil, moet eigenlijk ook een verzekering afsluiten. Deze koppelverkoop, dat was het succes van Scheringa. Met de leningen verdiende Scheringa niet zoveel. Maar de verzekering die leverde vervolgens de winst op. Want voor elke verkochte verzekering kreeg Scheringa een forse provisie. Daar werd hij rijk van.

Geen klant van DSB was verplicht om bij een lening ook een verzekering af te sluiten. Maar in de praktijk kon je er moeilijk onderuit, vertelt een oud-directeur van DSB die anoniem wil blijven. „Als iemand wel een krediet wilde, maar per se geen verzekering, dan vonden we altijd wel iets waarom we hem konden weigeren.” Want het verkopen van die verzekering was voor de DSB van levensbelang, vertelt de oud-directeur. „We lokten klanten met zulke lage rentes dat we er vaak zelfs verlies op maakten.” Dat gaf niet, want met de provisie op de verzekering werd het geld vervolgens „binnengeharkt”. „Natuurlijk draaiden we mensen een poot uit. De provisies liepen soms op tot wel 80 procent. Er werd echt op provisies gejaagd.”

Scheringa als ondernemer, daar hadden veel bankiers de afgelopen jaren nog wel bewondering voor. „Hij heeft als particulier toch maar mooi zo’n bedrijf uit de grond weten te stampen”, zegt een oud-bankier. Maar de manier van werken? Dat was misselijkmakend, vonden ze.

Dirk Scheringa uit het Groningse Grijpskerk had zelf ook wel door dat hij nooit een klassieke bankier zou worden. Hij was anders. En eigenlijk wilde hij dat ook wel zijn. Altijd die geitenwollen sokken onder zijn pak. Hij benadrukte zijn eenvoudige afkomst. Of hij vertelde nog eens hoe hij als politieagent in de avonduren begonnen was met zijn financiële adviezen. En dat hij na dertig jaar nog steeds dezelfde kaartvrienden had, deed het ook altijd goed.

Maar Scheringa had een haat-liefdeverhouding met het establishment. Soms hoorde hij er bijna bij. Zoals in november 2008 als hij mag aanschuiven in de Tweede Kamer bij een hoorzitting over de financiële crisis. Een stukje erkenning, zei een trotse Scheringa. Want dat wil hij wel, dat ze hem voor vol aan zien, de bankiers die allemaal gestudeerd hadden en nu sigaren rookten.

Die geldingsdrang heeft er volgens betrokkenen mede voor gezorgd dat de DSB Bank in grote problemen kwam. Met verbazing keken veel DSB-werknemers wat hun baas en eigenaar allemaal ondernam. Een vliegtuig, een landgoed hier, een landgoed daar, een voetbalclub, een museum. Over sommige dingen deed het personeel wat lacherig. Een stadion naar jezelf noemen, dan ben je toch niet goed bij je hoofd. Maar ze keken met angst naar al het geld dat die hobby’s kostten. „Maar er was niemand die zei dat hij er mee op moest houden”, zegt een voormalig DSB-directeur.

En dus kon Scheringa vaak zijn eigen gang gaan. Dirk kon ineens een bevlieging hebben, zegt een oud-DSB’er. Een mooi voorbeeld is volgens hem een reorganisatieplan van afgelopen zomer. Er zouden 300 tot 400 mensen ontslagen worden. Dat zou veel geld besparen. Het plan was eindeloos besproken. Iedereen was het er mee eens. „De week dat de definitieve beslissing moet vallen, is Scheringa’s rechterhand Hans van Goor op vakantie. Hij is nog geen dag weg of Dirk zegt dat de reorganisatie niet door gaat. ‘Ik heb nog eens met Baukje op het strand gewandeld... We doen het toch niet.’”

Als enig aandeelhouder krijgt Scheringa jarenlang dividend uitbetaald. Dat geld steekt hij via DSB Beheer, de holding boven de bank, in zijn liefhebberijen zoals voetbalclub AZ, schaatsploegen en het Scheringa Museum. Maar dividend alleen is niet genoeg. De DSB Bank leent DSB Beheer ook nog forse bedragen. Dat is eind 2008 al opgelopen tot 75 miljoen euro.

Het is Gerrit Zalm die na zijn aantreden in juli 2007 een einde maakt aan de dividendbetalingen. Het lijkt hem verstandig dat de bank meer eigen vermogen aanhoudt. Eind 2008 is Zalm weer weg. De nieuwe financieel directeur Frank de Grave treedt pas in maart 2009 aan. In de korte periode daar tussen laat Scheringa zich snel interimdividend uitbetalen van 11,3 miljoen euro. Er was weinig tegen te doen. De raad van commissarissen hoorde altijd achteraf dat er dividend was uitgekeerd. „Zo was dat nou eenmaal geregeld in het bestuursreglement van de DSB Bank”, zegt een oud-commissaris.

Zalm schrijft vlak na zijn aantreden in een analyse dat ook de koppelverkoop van leningen en verzekeringen risico’s oplevert. „Cross-selling is belangrijk, maar het is riskant om verlieslatende producten in de markt te zetten vanwege de winst die wordt behaald op ‘meeverkochte’ producten. Er kunnen ook marktpartijen komen die zich specialiseren in het goedkoop in de markt zetten van deze meeverkochte producten. Ook publicitair kan het zich tegen ons keren.”

Maar pas in 2009 raakt Scheringa er van doordrongen dat het trucje waarmee hij groot is geworden is uitgewerkt. De wetgeving verandert, waardoor klanten precies moet worden verteld wat ze aan provisie betalen. In april 2009 stopt DSB met de verkoop van koopsompolissen. Er wordt een plan gemaakt om als een gewone consumentenbank te gaan functioneren, die geld verdient door het spelen met rentemarges.

Ook is Scheringa eindelijk bereid wat macht uit handen te geven. Dat is namelijk de voorwaarde waarop commissaris Robin Linschoten in juli bij DSB wel bestuurder wil worden. Het bestuursreglement, waar DNB al sinds 2007 zorgen over heeft geuit, wordt aangepast. Scheringa mag voortaan niet meer mee praten als het over DSB Beheer ging en beslissingen moesten daarover unaniem worden genomen. Daarnaast is Scheringa in de loop van het jaar bereidt om een deel van zijn aandelen te verkopen. Met de opbrengst kan hij dan de lening die Beheer heeft bij de bank aflossen.

De plannen kwamen veel te laat, zeggen voormalig DSB-directeuren. De bank had volgens hen al veel eerder moeten veranderen. En Scheringa had eerder moeten vertrekken, dan had de DSB Bank nog de kans gehad om een serieuze bank te worden.

Op 25 september stuurt DNB-directeur Henk Brouwer weer een brief naar Wognum, onder meer over de lening van Bank aan Beheer en toekomstplannen. Ook waarschuwt DNB dat er echt wat moet gebeuren, anders grijpt ze formeel in. Maar een nieuw uitgewerkt bedrijfsplan komt er niet meer. En ook zijn aandelen heeft Scheringa niet meer kunnen verkopen. In oktober is DSB failliet.

Had Scheringa maar eerder afstand willen doen van zijn bank. Dan had hij zich op zijn hobby’s kunnen storten. Dat hád gekund. Sinds de afgeblazen beursgang van 2000 heeft hij meermalen op het punt gestaan zijn bank voor veel geld te verkopen, bevestigen bronnen in de bancaire wereld. De verkoopsommen lagen tussen de 600 miljoen en 1,1 miljard euro. Er zijn gesprekken geweest met Rabobank. „Die waren verkennend van aard”, zegt een bron rond Rabo. „Ze waren heel serieus”, zegt een oud-DSB-directeur. Meest serieuze kandidaat-koper was de Amerikaanse Citibank. Die bood in 2006 rond de 900 miljoen. Maar Scheringa hield op het laatste moment de boot af. Hij vond het te weinig, zegt een oud-directeur. En hij kon tóch geen afscheid nemen van zijn bank. In 2006 had Scheringa miljardair kunnen zijn, drie jaar later is zijn bank failliet.

Dat Scheringa achteraf het gevoel heeft dat hij kapot is gemaakt begrijpt een van de bankiers wel, die in oktober aanwezig was bij DNB toen het doek viel. „Hij werd daar behandeld als een paria”, zegt hij. Maar dat was niet nieuw. „Hij werd niet serieus genomen. Scheringa wilde wel graag, maar hij was een kredietverstrekker, een bemiddelaar. Hij is nooit bankier geweest.”

Lees vertrouwelijke documenten uit het DSB-dossier op nrc.nl/dsb