Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Twintig jaar koken in New York

De Nederlandse Marja Samson kwam naar New York voor de kunst, maar heeft nu al 20 jaar een restaurant, The Kitchen Club, samen met haar hond.

M. Samson
M. Samson

Als we haar restaurant in downtown Manhattan verlaten, geeft Marja Samson nog een kaartje mee met een foto van haarzelf erop. Wat jonger, in een Tarzanachtig pantervel, met uitdagende blik, sigaret in pijpje en veel bloot been. ‘Dumpling Diva’ staat erboven, naar de gevulde deegflapjes – ze staan op de kaart en Samson geeft workshops aan wie wil leren ze te maken. „Hier”, zegt ze, „die foto is uit de tijd dat ik nog aan performance art deed.”

Maar Samson doet nog steeds aan performance art – continu. Alleen doet ze dat nu in de twee restaurants die ze runt. The Kitchen Club, met zijn Europees-Japansige keuken bestond op oudejaarsavond precies twintig jaar (heel december was het feest). Sake-eetcafé Chibi’s Bar zit al twaalf jaar in het pandje ernaast.

De van oorsprong Nederlandse Samson kookt niet meer altijd zelf, maar is er wel altijd en ze heeft altijd iets aan wat niemand anders aan zou trekken. Maillot met herenschoenen, rood rijgkorset over zwart truitje, strakke pet op. Ze beweegt zich voortdurend van de ene gast naar de andere. Overal even een praatje, vaak zoenen bij het afscheid. En tussen de tafeltjes door loopt Chibi, haar kleine Franse bulldog – inmiddels alweer dertien, maar nog steeds bereid om een extra droevige kop te trekken in de hoop op een hapje.

Samson komt uit de wereld van de beeldende kunst, vertelt ze als ze even bij ons komt zitten. „Ik heb de Rietveld gedaan, die foto’s aan de muur daar zijn van mij.” Ze woont sinds 1980 in New York. Aanvankelijk logeerde ze bij vrienden: „Ik had geen huis, geen green card, niks.” Dus ging ze maar Linzertorte bakken – „dat is geen linzentaart maar taart uit het plaatsje Linz” – en verkopen ze via het chique warenhuis Bloomingdales. Hoe kwam ze daar dan binnen, zonder werkvergunning? „Ik kom overal binnen”, grijnst ze en danst weer van ons tafeltje weg.

Even later vertelt ze toch hoe het ging: „Ik kende iemand die inkoper was bij de bakkerij die Bloomingdales zou gaan openen, maar ze hadden zelf geen bakker. Mensen, alles gaat altijd via mensen”, zegt ze ernstig. En inmiddels heeft ze natuurlijk wél een greencard. „Er was een loterij. En je kon ook nog trouwen in die tijd.” Dus toen heeft ze allebei maar gedaan? Ondeugend glimmende ogen. „Ja.”

En hoe maakte ze dan de overstap van taartjes bakken naar een restaurant? „Stapje voor stapje. Ik ging ook cateren voor CBS – ik caterde alle parties voor mensen als Cyndi Lauper en Gloria Estefan. En The Kitchen Club is begonnen bij mij thuis, in 1985, in de East Village. Eén keer per week kookte ik en dan kon je komen als je het telefoonnummer wist.”

Vier jaar later kreeg ze het hoekpandje in Little Italy waar The Kitchen Club nu zit. Ja, natuurlijk heeft ze het zelf ingericht, lacht ze. „Ik zie het als een driedimensionaal Gesamtkunstwerk.” Een huiskamer met geeloranje muren, donkerzeegroene gordijnen. Op de bar staat een kunststof kikker met een plastic goudvis in de bek.

Leuk, allemaal. De aankleding, de hond, de eigenares, de verhalen. Maar het eten is de echte reden om hier keer op keer te komen. De dumplings, met pompoen of paddestoel, garnalen of zalmtartaar. De eendenworst met perensalade. De perfect gegrilde tonijn met sojasaus. De chocolademousse, de groenetheecake. En de Linzertorte – die het al veel langer volhoudt dan twintig jaar. Dat is niet voor niets.

The Kitchen Club: 30 Prince Street (thekitchenclub.com), en Chibi’s Bar: 238 Mott Street, NYC (chibisbar.com, beide tel. +1-212-274-0025).