Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Denksport

Spassky's eulogie

De Canadese grootmeester Kevin Spraggett schreef in 2000 een artikel over een conversatie die hij een paar jaar eerder met Boris Spassky had gevoerd. Het ging over Viktor Kortchnoi, over wie Spassky zei dat die alles had om wereldkampioen te worden, behalve één essentiële eigenschap.

Spassky somde Viktors grote kwaliteiten op: killer instinct, fenomenale werklust, ijzeren zenuwen, scherp rekenvermogen, hardnekkigheid in de verdediging, een ongeëvenaarde vaardigheid in de tegenaanval...

Was dat alles? Nee, Spassky ging door met zijn lofrede op Viktor: feilloze techniek, bovenaards vermogen tot concentratie, een fantastisch tacticus, een man met de diepste openingsvoorbereiding van zijn generatie, een subtiel psycholoog...

En nog was Spassky niet aan het eind gekomen, want Viktor had ook nog een bovenmenselijke wil om te winnen, zoals verder alleen Fischer die had, hij had een grote kennis van al zijn tegenstanders en een enorme energie en zelfdiscipline.

Eindelijk stopte Spassky en hij keek Spraggett aan, wachtend op de vraag die wel komen moest: maar Boris, wat ontbreekt er dan aan Viktor om wereldkampioen te worden? Boris antwoordde simpel: ,,Hij heeft geen schaaktalent,'' en bulderde van het lachen.

Dat was wel erg vals, maar volgens mij zat er een kleine kern van waarheid in. Natuurlijk heeft Kortchnoi een enorm schaaktalent vergeleken met gewone stervelingen, maar als je hem met Spassky vergelijkt, krijg je de indruk dat schaken Spassky altijd veel makkelijker is afgegaan. Hij speelde, terwijl Kortchnoi werkte.

Na hun match in Elista, waar ik vorige week ook even over schreef, zag je hen op de foto's beiden stralend lachen, ze leken een pret met elkaar te hebben alsof ze hun leven lang de beste vrienden waren geweest.

Omdat Spassky sinds 2002 geen serieuze partij met lange bedenktijd meer had gespeeld, werd er nu rekening gehouden met stramheid van zijn schaakdenken, maar dat viel erg mee. Het werd 4-4, na zeven hard bevochten partijen en een vriendenremise van 11 zetten aan het eind.

Viktor Kortchnoi - Boris Spassky, Elista, 5de partij

1. c4 e5 2. Pc3 Pc6 3. Pf3 Pf6 4. a3 d5 5. cxd5 Pxd5 6. Dc2 Le7 7. e3 a6 8. Lc4 Gebruikelijk is 8. Pxd5 Dxd5 9. Lc4. 8...Pb6 9. Ld3 Dd7 Een sterke zet, die wit onderschat. 10. b3 f5 11. e4 Chess Today gaf een lange analyse waaruit moet blijken dat wit na 11. 0-0 e4 12. Pxe4 fxe4 13. Lxe4 voldoende compensatie voor het stuk zou hebben. Kortchnoi besefte waarschijnlijk nog niet dat er noodmaatregelen nodig waren. 11...g5

Maar nu is het ernst. Zwart dreigt 12...g4 gevolgd door 13...Pd4, en 12. Pe2 g4 13. Pfg1 f4 is niet speelbaar voor wit. 12. exf5 g4 13. Pxe5 Een uit nood geboren stukoffer. 13...Pxe5 14. Le4 Pc6 15. Pe2 Lf6 16. Tb1 Dd6 17. h3 gxh3 18. Txh3 Ld7 19. Td3 Df8 20. Lxc6 Om nog een schaakje te geven. 20...Lxc6 21. Te3+ Kd7 22. Lb2 Pd5 23. Dd3 Lxb2 24. Txb2 Dxa3 25. Tc2 Tae8 26. Dd4 Kc8 Wit gaf op, hij heeft niets voor het stuk.

Tijdens het traditionele Schaakfestival in Groningen werd na de Kerst een korte match gespeeld tussen Jan Timman (58) en Robin van Kampen (15). Toen Timman de eerste partij met een gedegen eindspelvoering had gewonnen, dacht ik dat Van Kampen nog een maatje te klein was, maar dat bleek onjuist.

Hij won de tweede partij, maakte de derde soepel remise en leek in de laatste partij even op weg om de match te winnen. Aan het eind ging het mis.

Robin van Kampen - Jan Timman, match Groningen, 4de partij

1. e4 c5 2. Pf3 e6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 a6 5. Pc3 Dc7 6. Ld3 g6 7. f4 d6 8. Df3 Lg7 9. Le3 Pc6 10. Pb3 Pge7 11. 0-0-0 0-0 12. h4 Door beide spelers is het scherp opgezet. Wits aanval komt sneller. 12...f5 13. h5 fxe4 14. Pxe4 Pe5

15. fxe5 Wits dameoffer is verantwoord, maar nodig was het niet. 15...Txf3 16. exd6 Dc6 17. gxf3 Pf5 18. Ld2 a5 19. hxg6 hxg6 20. a4 Moest dat? Gewoon 20. Tdg1 lijkt sterk. 20...Dxa4 21. Pec5 Da2 Ook zwart gaat zijn dame offeren, om een sterke vrijpion te krijgen. 22. c3 a4 23. Lb1 axb3 24. Lxa2 bxa2 25. Kc2 Pxd6 26. b3 b6 27. Pe4 Pxe4 28. fxe4 Lb7 29. The1 b5 30. Kb2 Na 30. b4 moet zwart 30...a1D 31. Txa1 Txa1 32. Txa1 Lxe4+ doen. Duidelijk is het dan niet, maar alleen wit heeft winstkansen. 30...b4 Zwart heeft nu voldoende tegenspel. 31. e5 Td8 32. Lg5 bxc3+ 33. Kxa2 Tc8 34. Td8+ Txd8 35. Lxd8 Lh6 36. Kb1 Het werd tijd om aan de verdediging met Ld8-e7-a3 te denken. 36...Ld2 37. Te2 Het was al niet mooi meer, maar na deze fout, vast in tijdnood, staat wit verloren. 37...Lf3 38. Th2 Le4+ 39. Ka2 c2 40. Lf6 c1D Wit gaf op.