Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Scheringa kon DSB in 2006 verkopen

De Amerikaanse Citibank heeft in 2006 rond de 900 miljoen euro geboden voor de DSB Bank. De gesprekken tussen de twee duurden enkele weken, maar de verkoop ging op het laatste moment niet door omdat DSB-eigenaar en -bestuursvoorzitter Dirk Scheringa zich terugtrok. Hij zou het bod te laag hebben gevonden.

Dit blijkt uit gesprekken die deze krant voerde met bankiers en oud-werknemers van DSB Bank, die in oktober failliet ging.

Scheringa kon zijn bank na de afgeblazen beursgang in 2000 diverse malen verkopen voor bedragen die varieerden van 600 miljoen tot 1,1 miljard euro. In Nederland sprak Scheringa herhaaldelijk met Rabobank. Vanuit het buitenland meldde zich onder meer Citibank. Volgens een oud-directeur van DSB vond Scheringa het door de Amerikanen geboden bedrag te laag. Een andere voormalige naaste collega van Scheringa zegt dat hij geen afstand kon doen van zijn levenswerk.

De onmacht van Scheringa om DSB los te laten, zijn dure hobby’s als voetbalclub AZ en zijn weerzin om de nodige veranderingen door te voeren hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het faillissement van de bank uit Wognum.

DSB werd groot met het verstrekken van leningen in combinatie met verzekeringen. De bank kreeg grote provisies bij de verkoop van verzekeringen, die soms opliepen tot 80 procent. De laatste jaren liep de zogeheten koppelverkoop terug, maar Scheringa bleef er desondanks lang aan vasthouden.

Medio 2007 waarschuwde oud-minister van Financiën Gerrit Zalm al dat deze koppelverkoop risico’s opleverde. Pas in april vorig jaar stopte de DSB Bank met deze praktijk. Daarna moest de bank dringend op zoek naar een ander verdienmodel.

DSB: pagina 13