Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Sancties schaden gezondheidszorg

Sancties tegen Iran hebben gevolgen voor medische behandelingen. „Medische isotopen hebben niets met een nucleair wapen te maken.”

Arts Moshen Saghari onderzoekt de resultaten van een scan na behandeling met nucleaire isotopen in het Shariati-ziekenhuis in Teheran. FOTO: Newsha Tavakolian
Arts Moshen Saghari onderzoekt de resultaten van een scan na behandeling met nucleaire isotopen in het Shariati-ziekenhuis in Teheran. FOTO: Newsha Tavakolian

Het was vreselijk nieuws geweest voor Ruhollah Solook, een 78-jarige joodse Iraniër die decennia geleden naar de Verenigde Staten emigreerde. Eerst hoorde de gepensioneerde elektricien dat hij snel een nieuwe nier nodig had, anders zou hij sterven. Vervolgens bleek dat hij een gecompliceerde radiotherapiebehandeling met onder andere een schaars geworden nucleair middel nodig had. De nier was niet voorhanden in de VS, maar het middel – technetium 99, geïmporteerd uit onder andere Nederland – was er wel. Wanhopig op zoek naar een oplossing, vond Solook uiteindelijk beide, in zijn vaderland, de islamitische republiek Iran.

Sprekend per telefoon vanuit een geïsoleerde kamer in het oudste ziekenhuis van Teheran zegt Solook dolblij te zijn met zijn nieuwe nier. „Ze hebben mijn leven gered, nu hoop ik dat ze me helemaal beter kunnen maken.”

Maar Solooks behandeling en die van 850.000 andere Iraanse hart-, nier- en kankerpatiënten is een race tegen de klok geworden. Dat zeggen politici, artsen en wetenschappers. Na maart 2010 raakt het lokaal geproduceerd technetium 99 op, voorspellen ze.

„We diagnostiseren honderden patiënten per maand met dit soort producten, alleen al in ons ziekenhuis”, zegt dr. Gholamreza Pourmand, die Solook behandelt met technetium 99, een isotoop die wordt gebruikt om zieke organen te belichten met een lichaamscanner. „Als we hen niet kunnen helpen, zullen mensen sterven. Zo simpel is het.”

Het aanstaande tekort heeft te maken met de voortdurende controverse over het Iraanse nucleaire programma. De sancties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties om de eis kracht bij te zetten dat het land direct stopt met het verrijken van uranium, laten de medische sector officieel ongemoeid. Maar de facto kan Iran diverse producten niet krijgen. Iran kan bijvoorbeeld bepaalde lichaamsscanners die kanker kunnen detecteren uit de Europese Unie of de VS niet importeren, omdat onderdelen in het nucleaire programma zouden kunnen worden gebruikt. Na 2007 werd het Iran tevens verboden om nog langer medische isotopen te importeren, zeggen Iraanse leiders, ondanks de uitzondering voor medische producten.

Isotopen zijn bovendien wereldwijd schaars. Ze worden slechts op vijf plaatsen in de wereld gemaakt, waaronder de Hoge Flux Reactor in Petten – die is goed voor 30 tot 40 procent van de wereldproductie, maar gaat niet lang meer mee. Naast de sancties zijn er zoveel andere – met name Amerikaanse – handelsbeperkingen, dat in feite niemand het product wil leveren.

Daarom nam Iran de 41 jaar oude onderzoeksreactor in Teheran – nog gebouwd door de VS – volledig in gebruik voor de productie van isotopen, terwijl er vroeger slechts één dag in de week werd gewerkt. Maar de speciale brandstof voor de reactor, geleverd door Argentinië in 1993, raakt snel op, zeggen wetenschappers.

Iraanse leiders, onder wie president Mahmoud Ahmadinejad, zeggen dat Iran de brandstof zelf kan gaan produceren, wat een politiek gevoelige stap zou zijn. Iran zal dan uranium moeten verrijken tot het hogere gehalte van 19.75 procent, wat niet alleen een schending vormt van de VN-sancties, maar het land ook dichter bij militarisering van het atoomprogramma zou kunnen brengen.

„We geven de voorkeur aan het kopen van de brandstof, zo snel mogelijk”, zegt Mohammad Ghannadi, vice-president van de Atoom Energie Organisatie van Iran. Luchtafweergeschut rondom de hoofdgebouwen van de AEOI, midden in Teheran, steekt af tegen de grijze winterlucht. Vanuit zijn kantoor kijkt Ghannadi uit over de enige werkende reactor in Iran. De twee bruine schoorstenen van de installatie blazen witte rook uit. „We kunnen zelf verrijken”, zegt hij. „Maar er zullen technische problemen zijn. We zullen ook niet op tijd klaar zijn om onze patiënten te helpen.”

Ghannadi is in Groot-Brittannië opgeleid en geeft leiding aan de gevoelige onderzoekstak van de organisatie en kan wegens de sancties niet buiten Iran reizen. Zijn ondergeschikten noemen hem de ‘vader van de Iraanse brandstofcirkel’, gezien zijn sleutelrol in het atoomprogramma. „Ze overdrijven”, zegt hij met een lach. „We hebben het samen gedaan.”

De dringende Iraanse behoefte aan de speciale brandstof voor de reactor die de isotopen maakt, heeft de afgelopen maanden geleid tot een voorstel van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) voor een akkoord tussen internationale mogendheden en Iran dat tegelijk zou moeten dienen als vertrouwenwekkende maatregel.

Dat voorstel omvat de Amerikaanse belofte de oude reactor te moderniseren, terwijl Rusland en Frankrijk 116 kilo brandstof sturen. Het IAEA, dat ook nu de reactor streng in de gaten houdt, gaat na of er geen wapens van worden gemaakt. Op zijn beurt dient Iran het grootste deel van zijn voorraad laagverrijkt uranium naar het buitenland te sturen, waardoor het onvoldoende voorraad zou overhouden om verder te verrijken voor atoomwapens. Maar Iran eist meer garanties dat de brandstof zal worden geleverd en vindt de levertijd – meer dan een jaar volgens de Iraniërs – te lang.

„Iedere nucleaire wetenschapper begrijpt dat de onderzoeksreactor en de medische isotopen niets met een nucleair wapen te maken hebben”, zegt Ghannadi. Een van zijn familieleden is recentelijk genezen van borstkanker dankzij de medische isotopen die de reactor maakt, vertelt hij. „Dit gaat over mensen. Als iemand honger heeft, probeer je te helpen. Als iemand ziek is, geef je medicijnen. Geef ons de brandstof, dan maken wij de mensen beter.”

Toen in 2007 de levering van isotopen uit het buitenland stopte, gingen de Iraniërs zelf aan de slag. „Maar we waren niet op tijd”, zegt een assistent van Ghannadi. Pas na twee maanden konden weer patiënten worden geholpen. „We kregen honderden telefoontjes per dag, ministeries, ziekenhuizen en zelfs patiënten belden, en vroegen om geholpen te worden,”zegt hij.

In het Shariati-ziekenhuis in Teheran, een van de 120 faciliteiten in Iran waar met nucleaire middelen wordt gewerkt, zitten patiënten naast een verouderde Duitse lichaamsscanner. In 2007 stonden hier dagelijks tientallen mensen te vergeefs te wachten, herinnert Moshen Saghari, hoogleraar nucleaire wetenschappen, zich.

„Als het Westen spreekt over mensenrechten in Iran, dan moeten ze onze patiënten niet vergeten”, zegt de arts die is opgeleid aan een prestigieuze universiteit in de VS. „Het land waar ik alles heb geleerd, voorkomt nu dat ik die kennis in Iran gebruik. Het is ironisch”, zegt Saghari.

Solook, de Iraanse jood uit Californië, zegt dat hij een brief aan Amerikaanse leiders wil schrijven om uit te leggen hoe hij is geholpen in Iran. „Ik geloof niet in sancties”. zegt hij. „Ze schaden alleen het gewone volk, maar niet de leiders. Ze zijn nutteloos.”