Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Politieke weersverwachting: 2010 wordt tropenjaar

Voor sommige op Haagse departementen werkzame beleidsambtenaren en professionals uit de landspolitiek wordt 2010 een tropenjaar. Twintig werkgroepen broeden op mogelijkheden om 35 miljard euro op de collectieve uitgaven te bezuinigen. Zij rapporteren komend voorjaar. Hun exercities bevatten brisant materiaal. Zo is er de variant waarbij eigenwoningbezitters twee miljard euro aan fiscale subsidie verliezen. Ouders met kinderen tot achttien jaar raken eenzelfde bedrag aan overheidssteun kwijt. De onderwijssector moet ruim vijf miljard inleveren, eenzelfde bedrag wordt uit de sociale zekerheid geperst. De zorgsector spant de kroon. Hier moeten bezuinigingsvoorstellen op tafel komen die optellen tot meer dan tien miljard euro.

Op voorhand laat zich voorspellen dat voor veel denkbare ingrepen onvoldoende draagvlak bestaat. De eerste horde ligt in het kabinet, dat zich in mei over de adviezen zal buigen. CDA en PvdA denken verschillend over wenselijke besparingen op de collectieve uitgaven. Waarschijnlijk pikt het kabinet daarom slechts enkele zure krenten uit de bezuinigingspap, om die te verwerken in de rijksbegroting voor 2011. Het CDA eist dit. De PvdA kan dit niet tegenhouden, omdat de regeringspartijen al hebben afgesproken om in 2011 voor drie miljard euro te bezuinigen, als eerste stap om het sterk opgelopen begrotingstekort terug te dringen.

Voor het overige is de verleiding voor het kabinet groot om de hele stapel rapporten zonder commentaar door te sturen naar de Tweede Kamer. Die heeft de premier kort voor Kerstmis de toezegging afgetroggeld dat alle analyses tijdig openbaar worden gemaakt, zodat het parlement daarover nog voor het zomerreces kan debatteren. Het kabinet kan zijn terughoudende opstelling verdedigen met als argument dat het niet over zijn graf heen wil regeren. Die redenering houdt evenwel geen stand, aangezien de ministers tot nu toe al tientallen andere maatregelen hebben genomen, met tot diep in deze eeuw immense gevolgen voor de overheidsfinanciën. Denk aan investeringen in de infrastructuur en aan de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Door onderlinge verdeeldheid komt de Tweede Kamer er kort voor de zomer evenmin uit. Op zijn vroegst zullen politieke partijen bepaalde voorstellen verwerken in hun verkiezingsprogramma voor de periode 2012–2015. Het lijkt evenwel uitgesloten dat partijen, waar de leden het laatste woord hebben, de kiezers onder ogen durven komen met plannen om voor 35 miljard euro te snoeien en te rooien in de tuin van de verzorgingsstaat.

Afgelopen najaar presenteerde de VVD een tegenbegroting met bezuinigingsvoorstellen die – ten opzichte van het kabinetsbeleid – op de lange duur samen 25 miljard euro zouden moeten opleveren. Het studiebureau van het CDA kwam twee weken geleden met een schets hoe het begrotingstekort met 35 miljard euro kan verbeteren. Daar zijn dan wel twee volle kabinetsperioden voor nodig. Reken even mee met het CDA. Een beter draaiende economie schept bij veronderstelling vijf miljard euro extra budgettaire ruimte. Zo’n hoger groeicijfer valt te realiseren door te investeren in de kenniseconomie en door de deelname aan betaalde arbeid te stimuleren. Maar papier is geduldig. De christen-democratische cijferaars lijken de maakbaarheid van de economische groei schromelijk te overschatten. Hoe dit zij, ook wanneer de productie wordt opgekrikt, blijft een taakstelling van 30 miljard euro over. Dit wordt gezocht bij de volgende posten:

• verlaging van de loonsom van werkers in de collectieve sector (6 miljard);

• minder overheidsbureaucratie (7,5 miljard);

• toepassing van het profijtbeginsel (4,5 miljard);

• meer activerende sociale zekerheid (6 miljard);

• meer marktwerking en beperking van de collectief gefinancierde gezondheidszorg (6 miljard).

De harde ingrepen om deze bezuinigingsdoelstellingen te verwezenlijken zijn – meer dan bij de VVD – veelal weinig specifiek benoemd. Het effect van de ingezette loonmatiging voor de positie van de overheid op de arbeidsmarkt blijft onderbelicht. De gevolgen van de bezuinigingen voor niveau en kwaliteit van de dienstverlening door instellingen uit de collectieve sector zijn niet uitgesponnen. De invloed van maatregelen, in het bijzonder door de toepassing van het profijtbeginsel, op de koopkracht van huishoudens blijft in het vage. Gezien de moeite die het bijvoorbeeld nu al kost om te komen tot enige afslanking van het personeelsapparaat van de rijksoverheid, lijkt het uitgesloten dat de hiervoor ingeboekte besparingen worden gehaald. De feiten leren dat de voorgespiegelde beperking van de zorguitgaven volstrekt illusoir is. In het CDA-verkiezingsprogramma uit 2006 werd hiervoor een besparing van vier miljard ingeboekt. De eigen minister (Klink, Volksgezondheid) bracht het bij het sluiten van het coalitieakkoord niet verder dan één miljard, terwijl voor nieuw zorgbeleid tegelijkertijd weer eenzelfde bedrag werd bijgeplust. Het toen vastgelegde, op zichzelf sterk groeiende zorgbudget is in 2008 en 2009 bovendien overschreden met 0,4 respectievelijk 0,5 miljard euro.

Bij de opstelling van het nieuwe verkiezingsprogramma zullen de leden van het CDA de op drijfzand gebaseerde cijferopstellingen uit het studierapport vermoedelijk ook op inhoudelijke gronden fors amenderen. Ook dat gaat het nodige rumoer opleveren. Mijn politieke weersverwachting luidt daarom dat 2010 een tropenjaar wordt. Voor alle professionals, en ook voor veel amateurs uit hun achterban.