Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

Ongezond vleesbeleid is deel van de grote crisis

Nederland, Randwijk, 10-9-2008 Ned. Ver. tot Bescherming van Dieren Introductie scharrelei-nieuwe-stijl Dit is geen bio industrie. Super de Boer introduceert op woensdag 10 september een nieuw tafeleitje dat diervriendelijker is dan het overbekende scharrelei. De eieren worden vanaf 11 september exclusief verkocht door Super de Boer en hebben het 'Beter Leven'-kenmerk met ŽŽn ster van de Dierenbescherming gekregen. Het kenmerk wordt door de Dierenbescherming toegekend aan producten die zich duidelijk onderscheiden op het gebied van diervriendelijkheid. Het driesterrensysteem van de Dierenbescherming is ontwikkeld om de nodige zichtbaarheid te geven aan diervriendelijke voeding in de supermarkt en de keuze voor de consument te vergroten. Dat geldt niet alleen voor biologische producten, maar ook voor producten tussen de bio-industrie en biologisch in. EŽn ster betekent dat er al aanzienlijk meer rekening is gehouden met dierenwelzijn dan in de gangbare veehouderij; het zogenaamde tussensegment. Als het product hoger scoort op het gebied van dierenwelzijn dan bij het tussensegment, maar nog niet de eisen van biologisch haalt, krijgt het product twee sterren. Volgens de Dierenbescherming zijn de 'normale' scharreleieren niet diervriendelijk genoeg om voor het Beter Leven-kenmerk in aanmerking te komen. Super de Boer zet volgens de organisatie met de wijze waarop zij hun scharrelkippen houden een belangrijke stap op het gebied van dierenwelzijn. Zo hebben de dieren meer ruimte dan de 'reguliere' scharrelkip en kunnen ze bovendien naar buiten in een overdekte scharrelren en krijgen de dieren afleidingsmateriaal. Foto Maarten Hartman
Nederland, Randwijk, 10-9-2008 Ned. Ver. tot Bescherming van Dieren Introductie scharrelei-nieuwe-stijl Dit is geen bio industrie. Super de Boer introduceert op woensdag 10 september een nieuw tafeleitje dat diervriendelijker is dan het overbekende scharrelei. De eieren worden vanaf 11 september exclusief verkocht door Super de Boer en hebben het 'Beter Leven'-kenmerk met ŽŽn ster van de Dierenbescherming gekregen. Het kenmerk wordt door de Dierenbescherming toegekend aan producten die zich duidelijk onderscheiden op het gebied van diervriendelijkheid. Het driesterrensysteem van de Dierenbescherming is ontwikkeld om de nodige zichtbaarheid te geven aan diervriendelijke voeding in de supermarkt en de keuze voor de consument te vergroten. Dat geldt niet alleen voor biologische producten, maar ook voor producten tussen de bio-industrie en biologisch in. EŽn ster betekent dat er al aanzienlijk meer rekening is gehouden met dierenwelzijn dan in de gangbare veehouderij; het zogenaamde tussensegment. Als het product hoger scoort op het gebied van dierenwelzijn dan bij het tussensegment, maar nog niet de eisen van biologisch haalt, krijgt het product twee sterren. Volgens de Dierenbescherming zijn de 'normale' scharreleieren niet diervriendelijk genoeg om voor het Beter Leven-kenmerk in aanmerking te komen. Super de Boer zet volgens de organisatie met de wijze waarop zij hun scharrelkippen houden een belangrijke stap op het gebied van dierenwelzijn. Zo hebben de dieren meer ruimte dan de 'reguliere' scharrelkip en kunnen ze bovendien naar buiten in een overdekte scharrelren en krijgen de dieren afleidingsmateriaal. Foto Maarten Hartman Maarten Hartman

‘De dominante ontwikkelingslijnen binnen de veehouderij hebben in de ogen van de samenleving de grenzen van het aanvaardbare en toelaatbare overschreden.” Een reactie op de Q-koortscrisis? Nee, een vaststelling uit mei 2001. Opgeschreven door een brede ‘denkgroep’ onder leiding van Herman Wijffels. In 2010 zou het uit zijn met de fabrieksmatige, mens- en dieronwaardige vleesproductie.

De toenmalige minister van Landbouw, Brinkhorst (D66), was het er mee eens. Hij noemde de plannen van Wijffels ‘helder, hard en onontkoombaar’. Streven naar duurzaamheid zou leiden tot een kleinere sector. „Dit rapport wordt uitgevoerd. Niet om een sector de grond in te duwen, maar om te zorgen dat we weer trots op de veehouderij kunnen zijn.”

Het stond er allemaal in. De massaliteit, de minimale levensruimte, dieren die nauwelijks buiten komen, de stank, de milieubelasting: nitraat, fosfaat en ammoniak, genetische versmalling, schade aan de omringende natuur, het gezeul met dieren over grote afstanden, dioxine- en hormoonschandalen, varkenspest, gekkekoeienziekte, mond- en klauwzeer, de gesubsidieerde overproductie.

Sindsdien zijn de effecten van de vleesvoederindustrie voor de CO2-uitstoot nog duidelijker geworden. Aan de ministeriële reacties op de Q-koorts is te zien dat het rapport-Wijffels geen werkelijkheid is geworden voor beleidsmakers en vee-industrie. Zelfs het ministerie van mensengezondheid liep achter de feiten aan.

De agrarische sector is de enige industrie met een eigen ministerie. Dat is te rechtvaardigen met een beroep op voedselvoorziening en -veiligheid. Maar juist daar schort het aan. Iedereen een betaalbaar lapje is niet genoeg. Het gaat natuurlijk ook om gezond eten, dat de aarde in stand houdt. Open deuren, die door iedereen worden onderschreven. Behalve door het gevoerde beleid.

Voorzitter Van Vollenhoven van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zei deze week dat onderzoek naar de Q-koortscrisis typisch werk voor zijn Raad was. Als lid van het Koninklijk Huis valt mr. Pieter onder de ministeriële verantwoordelijkheid, maar de CDA-ministers van Landbouw en Volksgezondheid zullen niet blij zijn geweest met dit aanbod.

Toen een flink aantal fracties deze maand in de Tweede Kamer pleitte voor een ‘fundamentele herbezinning’ op de intensieve veehouderij en een onderzoek naar het ontstaan van de Q-koortscrisis, ging de CDA-fractie aan de noodrem hangen. Het ‘ruimen’ van tienduizenden geiten was al erg genoeg, volgens Kamerlid Ormel. Het is nu niet het moment voor onderzoek. Dat is „een sector natrappen die toch al in de modder ligt. (…) Als Tofik Dibi heel Nederland aan de tofu willen hebben, zeg dat dan.”

Minister Verburg (CDA) was al even afhoudend. Alles is gedaan, alles is moeilijk, alles wordt onderzocht en gecommuniceerd, misschien iets te laat maar gewetensvol.

Directeur Coutinho van het centrum voor bestrijding van infectieziekten (RIVM) ging deze week in deze krant iets verder. „We horen niet tijdig wat zich op boerderijen afspeelt, of daar ziekten ontstaan waarvan mensen ziek kunnen worden.” Het verband met de fabrieksmatige productie van vlees vlak bij woonwijken, dat was zijn wetenschappelijke verantwoordelijkheid niet, maar Coutinho meende dat er wel intensieve politieke discussie over moet komen.

De opkomst van de Partij voor de Dieren is een gevolg van de discussie die leidde tot de ‘denkgroep’-Wijffels van tien jaar geleden. En van de discussie die niet volgde op het glasheldere rapport van die breed samengestelde denkgroep. Daar zaten ook drie vleesindustriëlen in – het was geen groep watjes op klimaatsokken. Intussen twijfelen ook Kamerleden van bijvoorbeeld SP, PvdA en GroenLinks aan de houdbaarheid van de huidige vleesindustrie.

Het zijn ook niet alleen CDA-ministers in het Q-koortsdossier die vooral remmen. Ook PvdA-minister Cramer (Milieu) antwoordde knap terughoudend op Kamervragen van Marianne Thieme. Als u dwingend gloeilampen verbiedt, hoe staat het dan met een vleesloze weekdag, of twijfelt u nog over de milieuschade van vlees eten zoals wij dat kennen?

Cramer antwoordde begin deze maand met een verwijzing naar de Beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen en meer van dat soort bezigheidstherapie voor beleidsmakers. Pittiger was het optreden van PvdA-staatssecretaris Timmermans die er in de Europese leeuwenkuil voor pleitte het gedrag van consumenten onder de loep te nemen om ‘een duurzamer eiwitconsumptie’ te bevorderen.

Vrij van alle beleidszwarigheden zal Herman Wijffels wel terugkomen op zijn bijna profetische rapport uit 2001, dacht ik bij het lezen van zijn bijdrage aan het jongste nummer van het partijdenkblad Christen Democratische Verkenningen. In een prominent openingsartikel pleit hij met Lans Bovenberg voor het ‘koesteren van deugdzaamheid’ en ‘herwaardering van het rentmeesterschap’ en ‘het in de praktijk brengen van principes’. In een betoog getiteld ‘Voorbij de crisis: angst voor de toekomst overwinnen’ was de huidige vee- en voedselcrisis als onderdeel van de grote crisis van het egokapitalisme en de overvraging van de natuur een passend voorbeeld geweest. Maar het kwam niet.

Gelukkig stond het meeste al in het rapport van 2001. Sprekend over de romantiek van de landbouw en de emotionele waardering voor het boerenbedrijf zeggen Wijffels c.s. daar: „Des te harder is de schok als de burger, bijvoorbeeld bij calamiteiten, geconfronteerd wordt met het huidige veehouderijsysteem. Een systeem dat – als systeem – amoreel omgaat met dieren en dat de exploitatie ervan heeft opgevoerd tot een niveau waarop een storing desastreuze gevolgen heeft.”

Wilt u reageren? Email de auteur (opklaringen@nrc.nl) of schrijf online op www.nrc.nl/opklaringen.