Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Media

Met 'Review' verdwijnt regionale blik

De Far Eastern Economic Review gold als de meest gezaghebbende bron van nieuws en analyse over Azië. Het blad houdt op te bestaan. Er is geen ‘Azië voor de Aziaten’ meer.

Voorpagina van het laatste nummer van Far Eastern Economic Review
Voorpagina van het laatste nummer van Far Eastern Economic Review

DIRK VLASBLOM

De oude dame is dood. Vorige maand verscheen het laatste nummer van de Far Eastern Economic Review, gezien die lange naam beter bekend als ‘de Review’. Ze verbleef al vijf jaar in een sterfhuis, want het dynamische weekblad werd in 2004 door de Amerikaanse uitgever Dow Jones veroordeeld tot de dommelende staat van maandblad. Artikelen van de vaste staf en van de eigen correspondenten maakten toen plaats voor externe bijdragen van academici, politici en freelance auteurs.

De Engelstalige Review was ruim een halve eeuw de meest gezaghebbende bron van nieuws en commentaren over Azië. Ook in Azië zelf, al had het blad een haat-liefdeverhouding met de prikkelbare heersers van het continent. Op dezelfde dag in oktober dat de uitgever het definitieve einde aankondigde, bevestigde het Hooggerechtshof van Singapore een vonnis van een lagere rechtbank, die het blad had veroordeeld wegens smaad.

De Far Eastern Economic Review werd opgericht in 1946, toen Azië nog moest bijkomen van de Tweede Wereldoorlog. De Europese mogendheden hadden hun bezittingen heroverd op Japan, maar het koloniale tijdperk liep ten einde.

De Verenigde Staten maakten zich op om de hegemonie in de regio over te nemen. Hoofdkwartier van het nieuwe blad werd Hongkong en de financiers hadden een Brits-koloniale achtergrond. De South China Morning Post bezat tot 1972 een meerderheidsaandeel. In 1986 werd de Review overgenomen door het Amerikaanse concern Dow Jones.

Het blad werd gemaakt door Engelstalige ‘expats’ – Britten, Australiërs, Nieuw Zeelanders, Canadezen en Amerikanen – en hoog opgeleide lokale journalisten, meest Chinezen en Indiërs. Correspondenten van de Review waren landendeskundigen van naam, zoals Michael Vatikiotis in Maleisië en Adam Schwarz in Indonesië. Review-redacteuren golden als het puikje van de Aziëjournalistiek en waren vaak voorzitter van buitenlandse correspondentenclubs in Aziatische hoofdsteden.

De Review verkocht het best in Hongkong, Maleisië, Singapore en India. De Aziatische lezers hadden een ambivalente relatie met het blad: een mengeling van respect en ergernis. Het prikte regelmatig de pretenties door van plaatselijke politici, wat leidde tot processen in Maleisië, Singapore, Indonesië, Vietnam en Pakistan.

Toen Lee Kuan Yew, premier van Singapore en eigenzinnige zoon van het Britse Rijk, het blad in 1989 aanklaagde wegens smaad, noemde hij het zonder een zweem van ironie ‘geducht en gezaghebbend’.

Hoe kon zo’n formidabel medium bezwijken? De Canadees Bruce Gilley, oud-redacteur en hoogleraar internationale betrekkingen aan Princeton, schrijft in het laatste nummer een grafschrift. Hij wijt de ondergang van de Review aan de teloorgang van een regionaal perspectief in Azië.

Die regionale blik was eigen aan de onder koloniale verhoudingen gevormde, deels Europese, deels Aziatische elite die het blad maakte. Een gemeenschap van ‘old Asia hands’ en geschoolde Aziaten.

Dat regionale perspectief, schrijft Gilley, is de laatste twintig jaar vermalen tussen nationale en mondiale krachten en is uiteengevallen in een veelheid van lokale visies. Er blijkt geen supranationale identiteit, geen ‘Azië voor de Aziaten’ te bestaan. De op Cyprus geboren Brit Michael Vatikiotis was van 2001 tot 2004 de laatste hoofdredacteur van de Far Eastern Economic Review als weekblad. Hij schreef bij zijn afscheid: „De media die overleven in Azië circuleren in Aziatische hoofdsteden, niet ertussen.”