Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

Kunst verbaast steeds minder nu alle kunst internationaal voor iedereen toegankelijk wordt

Kunst internationaliseert, en de smaak van de mensen internationaliseert mee. Stevenen we zo af op een uniforme smaak, vraagt Umberto Eco zich af (pagina 1-2). In elk geval moeten Nederlandse musea het kunstmatige onderscheid tussen westerse en niet-westerse kunst laten varen, aldus Lejo Schenk en Meta Knol (pagina 3).

Screenshot van de website van het Louvre websites musea
Screenshot van de website van het Louvre websites musea

Schrijver en semioticus. Geboren in 1932 in Alessandria (Italië), specialist in middeleeuwse studies en auteur van wereldberoemde romans, waaronder De naam van de roos (1980) en De slinger van Foucault (1988). Zijn nieuwste boek, met Jean-Claude Carrière, heet ‘Zo makkelijk kom je niet van boeken af’ en verschijnt in januari 2010 bij De Bezige Bij, in een vertaling van Liesbeth van Nes.

Volgens de geschiedschrijvers van de Middeleeuwen kon het heel goed dat een dorpsbewoner nooit in een naburig gehucht of een naburige stad kwam, op enkele tientallen kilometers bij hem vandaan, en was het tegelijkertijd mogelijk dat hij als pelgrim Santiago de Compostela of Jeruzalem ging bezoeken. Maar al kende hij waarschijnlijk de beeldhouwwerken en de glas-in-loodramen van zijn eigen kerk, wat kan hij gezien en begrepen hebben van de bouwwerken die hij bij zijn pelgrimstocht passeerde? Bij iets wat we nooit hebben gezien, wat onze waarnemingsvermogens tart, is het heel makkelijk om het niet te wíllen zien.

Sommigen hebben in twijfel getrokken of Marco Polo werkelijk in China is geweest, omdat hij noch over de Chinese Muur, noch over thee, noch over ingebonden vrouwenvoeten spreekt. Maar iemand kan heel lang in China verblijven zonder echt te weten wat de Chinezen drinken, zonder ooit naar de voet van een vrouw te kijken, al was het maar uit welopgevoedheid, daarbij hoogstens opmerkend dat de dames aan het hof van de Grote Vorst met kleine pasjes lopen, en zonder in de buurt van de Chinese Muur te komen – of hij komt erlangs en houdt hem voor een plaatselijk vestingwerk.

Dit alles maakt duidelijk dat de kennis die mensen van kunst uit andere landen hadden tot de twintigste eeuw heel beperkt was. Overigens, als we naar de prachtige China-gravures van pater Athanasius Kircher kijken, is het heel moeilijk om uit die visuele reconstructies (gemaakt naar mondelinge beschrijvingen van missionarissen) een pagode te herkennen.

Hoeveel kunstwerken uit zijn eigen beschaving zag een Franse burger tot de negentiende eeuw? Toegang tot privécollecties, en zelfs tot musea, was voorbehouden aan een elite, en in elk geval aan een stadselite. Om te weten hoe een kunstwerk eruitzag dat bijvoorbeeld in Florence werd bewaard, kon men zich tot de uitvinding van de fotografie op gravures verlaten – o, die schitterende boeken van Lacroix, waarin madonna’s uit alle eeuwen (of ze nu Byzantijns of uit de Renaissance waren) het gezicht hadden van de meisjes die de historische verhalen uit het romantische tijdperk bevolkten!

Laten we niet vergeten dat een mogelijke herkomst van het woord ‘kitsch’ – maar de hypothesen zijn talrijk – ‘sketch’ is, schets, vluchtige, haastige tekening. Om zich de monumenten en kunstverzamelingen die ze bezochten te blijven herinneren, vroegen Engelse edellieden tijdens hun grand tour door Italië aan straatartiesten een schets voor hen te maken, vaak in de gauwigheid uitgevoerd, van het kunstwerk dat ze maar één keer hadden gezien. Op die manier liep zelfs de herinnering aan de directe kunstervaring via onnauwkeurige afbeeldingen.

En we kunnen niet zeggen dat de dingen verbeterd zijn met de uitvinding van de fotografie. Om je daarvan te overtuigen hoef je maar een paar beroemde kunstgeschiedenisboeken uit de eerste helft van de twintigste eeuw in te zien, tot het moment waarop kleurenreproducties mogelijk werden.

Wat opging voor de visuele kunsten, gold ook voor de wereld van het toneel. Bekend is die prachtige novelle van Jorge Luis Borges, La Busca de Averroes, waarin Averroes, die tevergeefs Aristoteles’ termen ‘tragedie’ en ‘komedie’ probeert te vertalen (want die kunstvormen bestonden niet in de moslimcultuur), over een vreemde gebeurtenis hoort die een reiziger naar China heeft bijgewoond, waarbij mensen op een toneel, met maskers en kostuums als personages uit andere tijden, zich onbegrijpelijk gedroegen. Men vertelde hem wat theater was, maar hij begreep niet waarover dat dan wel kon gaan.

In de hedendaagse wereld is de situatie omgedraaid. Ten eerste reizen mensen enorm veel, op het gevaar af overal dezelfde plaatsen, hotels, supermarkten en luchthavens te zien die allemaal op elkaar lijken, van Singapore tot Barcelona, en is er veel gezegd over de vloek van die ‘transitplaatsen’. Maar hoe het ook zij, mensen zien wel van alles, en het kan zelfs dat een Fransman de piramiden of het Empire State Building heeft gezien, maar niet het tapijt van Bayeux (een beetje zoals zijn voorvader, de middeleeuwse boer…).

Het museum, vroeger voorbehouden aan ontwikkelde mensen, is tegenwoordig het reisdoel van onophoudelijke stromen bezoekers uit alle sociale klassen. Zeker, velen kijken maar zien niet, maar toch krijgen ze desondanks informatie over de kunst van verschillende culturen. Bovendien reizen musea, worden kunstwerken verplaatst. Er worden luisterrijke exposities georganiseerd over exotische culturen, van het Egypte van de farao’s tot de Scythen. Het spel van uitleningen van kunstwerken, over en weer, is duizelingwekkend en soms gevaarlijk.

Hetzelfde kan gezegd worden van toneel, en het staat buiten kijf dat een inwoner van zelfs een kleinere stad meer kans heeft om een voorstelling van het Berliner Ensemble of het Japanse Nô-theater te zien dan zijn ouders dat hadden.

Laten we daar de virtuele informatie aan toevoegen. Ik heb het niet over film of televisie, die een bezoek aan Los Angeles bijna overbodig maken, waar je op een beeldscherm veel beter doorheen reist dan wanneer je je aan een bezeten slalom van de ene snelweg naar de andere waagt, zonder ooit in een bewoond centrum uit te komen. Ik heb het over internet dat tegenwoordig alle kunstwerken van het Louvre, het Uffizi-museum of de National Gallery tot onze beschikking stelt.

Dat leidt tot een internationalisering van de smaak, en het bewijs daarvan is de boeiende ervaring die iemand heeft als hij in contact komt met de Chinese kunstwereld. Chinese kunstenaars, sinds kort uit een vrijwel volstrekt isolement getreden, maken kunstwerken die nauwelijks te onderscheiden zijn van werken die in New York of Parijs zijn tentoongesteld. Ik herinner mij een ontmoeting tussen Europese en Chinese critici, waarbij de Europeanen hun gastheren meenden te boeien door afbeeldingen van verschillende Europese kunstonderzoeken te laten zien, terwijl de Chinezen geamuseerd glimlachten, omdat ze die dingen al beter kenden dan zij.

Ten slotte hoeven we maar te denken aan die ontelbare jongeren uit alle landen die muziek alleen kennen als die in het Engels wordt gezongen.

Gaan we naar een veralgemeende smaak toe, zozeer dat we Chinese popmuziek niet meer zullen kunnen onderscheiden van Amerikaanse popmuziek? Of zullen we zich vormen van creolisering zien aftekenen, zodat verschillende culturen verschillende vertolkingen van dezelfde kunststijl of hetzelfde kunstprogramma gaan voortbrengen?

In ieder geval zal onze smaak getekend worden door het feit dat het niet meer mogelijk lijkt om ontsteltenis (of onbegrip) tegenover het onbekende te voelen. In de wereld van morgen zal het onbekende, als dat nog bestaat, alleen voorbij de sterren zijn.

Zal dat gebrek aan ontsteltenis (of afwijzing) bijdragen aan een groter begrip tussen culturen, of aan een verlies van identiteit? Tegenover die uitdaging is het nutteloos te vluchten: we kunnen beter de uitwisselingen, de kruisbestuivingen en de vermengingen intensiveren. In wezen bevorderen enten, in de plantkunde, culturen. Waarom niet in de kunstwereld?

Deze tekst is geschreven voor het festival Reims Scènes d’Europe, dat afgelopen december plaatsvond (www.scenesdeurope.eu)