Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Gijsbrecht in harnas op nieuwjaarsreceptie

Op de nieuwjaarsreceptie van burgemeester Cohen werd gisteravond in Amsterdam gepoogd een traditie te herstellen: het opvoeren van de Gijsbrecht.

„De traditie is gered/ Wij gaan nu naar bed/ De bitterballen staan klaar/ Wij wensen u een heel gelukkig Nieuwjaar.” Met deze woorden besloot gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw het kleine toneelgezelschap De Warme Winkel hun gestripte versie van Vondels treurspel Gijsbreght van Aemstel, over de ondergang van Amsterdam. Burgemeester Job Cohen nam zelf het initiatief de eeuwenoude traditie van de Gijsbrecht-opvoering op 1 januari in luister te herstellen.

De nieuwjaarsreceptie van het Amsterdamse gemeentebestuur bleek een passende aanleiding. In de regie van Vincent Rietveld speelt Jeroen De Man de Amsterdamse stadsleider en Mara van Vlijmen zijn vrouw Badeloch. Veelbetekenend detail is de verschijning van de verlossende engel aan het slot, vertolkt door de 82-jarige Herman van Elteren. Deze acteur speelde in de jaren zestig meer dan zeshonderd keer in de ‘Gijsbrecht’.

Geen toneelstuk is zo verbonden met het begrip „traditie” als de ‘Gijsbrecht’. Het treurspel over de verwoesting van middeleeuws Amsterdam door de Kennemers en Waterlanders, ging op 3 januari 1638 in Amsterdam in première. Joost van den Vondel schreef het voor de opening van de nieuwe schouwburg aan de Keizersgracht. Mede door de spectaculaire geweldscènes en de vele liedjes was het stuk een groot succes, hoewel er ook verzet was tegen de vele „paperijen”: de katholieke rituelen in het stuk. Van 1641 tot 1968 is de Gysbrecht vrijwel ieder jaar in Amsterdam gespeeld, aanvankelijk met Kerstmis, later op Nieuwjaarsdag. Meer dan drie eeuwen ging dat goed, tot in 1968 de „kille wind van de toneelvernieuwing opstak”, zoals De Man stelt, en met de traditie werd gebroken.

In de visie van De Warme Winkel staat de Gijsbrecht vooral voor die traditie, ook weleens neerbuigend een „plicht” genoemd. Met fantasie, energie en een juist evenwicht tussen eerbied en radicaliteit brengt De Warme Winkel slechts het slot van de Gijsbrecht, de dramatische afscheidsscène tussen Gijsbrecht en Badeloch. Voorafgaand schrijden de spelers, in hun kenmerkende spreekbeurtstijl, door de opvoeringsgeschiedenis heen. Met behulp van dia’s en projectieschermen krijgen de 1.500 genodigden aanschouwelijk onderricht in speelstijl, kostumering en zelfs muziek.

Mara van Vlijmen memoreert de legendarische actrices die Badeloch speelden, onder wie Theo Mann-Bouwmeester en, als laatste, Ellen Vogel. Volgens De Man vertolkten in voorbije eeuwen „de Tom Cruise en de Meryl Streep van die tijd de felbegeerde hoofdrollen”. In een cabaretske stijl geven de spelers saillante wetenswaardigheden prijs, zoals over de meisjes die stonden te popelen om in de Rei van Maagden te spelen. Of dat heel de stad over de kostuums sprak, vooral over het schild van Gijsbrecht.

Hoogtepunt is de opkomst van Gijsbrecht in blinkend harnas helemaal boven de trap. Dreunend daalt hij af. Hij toont het witte schild met daarop de leuze „I Aemsterdam”. Het geheim van de Gijsbrecht-traditie is dat het stuk fungeert als een „spiegel van de stad Amsterdam”, zoals De Man formuleert. In zijn Nieuwjaarstoespraak noemde Job Cohen de houding van het gemeentebestuur voor 2010 „optimistisch en weerbaar”. Met deze nu al legendarische opvoering van de ‘Gijsbrecht’ heeft hij Amsterdam een brutaal en vooral „weerbaar” Nieuwjaarsgeschenk gegeven.