Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Expertdiscussie

Duitse ambassadeur weigeren getuigt van morele lafheid

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft de Duitse ambassadeur Thomas Läufer laten weten dat hij bij de plechtigheid op de Dam niet welkom is (NRC Handelsblad, 21 december). Er zijn berichten waarbij je de ogen uitwrijft. Duitsland is één van de meest solide democratieën in Europa. Sedert decennia doceren Duitsers aan onze universiteiten, bestaan er nauwe wetenschappelijke relaties en vriendschappen over en weer en zitten Duitsers naast Nederlanders op internationale congressen. Ik ken geen voorbeelden waarbij een volk binnen twee generaties een dergelijke ingrijpende mentale metamorfose heeft ondergaan als het Duitse.

Geen land – zeker wij niet – kent een dergelijk intensieve en open confrontatie met een belast verleden en een bereidheid het lijden waar de vadergeneraties verantwoordelijkheid voor droegen, onder ogen te zien. De wens van de ambassadeur om een Nederlandse herdenking te mogen bijwonen past volkomen in dit streven.

Nederland pleegt vooraan te staan bij het vragen om excuses en schadeloosstelling, maar geeft niet thuis als het gaat om de vrouwen van Srebrenica of de nabestaanden van de massamoord in Rawagede. Tegelijkertijd wordt een diplomaat de toegang tot een herdenking ontzegd met het argument dat het ‘gevoelig’ ligt omdat hij een Duitser is. Gevoelig voor wie? Nabestaanden van slachtoffers omdat ze van een Duitser erkenning krijgen? Men hoeft geen christen te zijn om dat in strijd met een elementair gebod te vinden. Lag het gevoelig dat prins Claus (die lid van de Hitlerjugend was) altijd prominent daarbij aanwezig was?De etnische stigmatisering als Duitser is een variant van racisme, een benauwd collectivistisch denkpatroon. Wie dat niet ziet heeft de ware monstruositeit van de shoah niet begrepen. Het woord ‘gevoelig’ is een schaamlap geworden voor morele lafheid die kool en geit wil sparen.

H.W. Von der Dunk

Emeritus hoogleraar geschiedenis.

Nee, de wonden zijn nog te rauw

De discussie over deze kwestie maakt mij misselijk. Herdenken is rouwverwerking en voor velen van ons is dat helaas nog steeds een bijna onmogelijke opgave. In de joodse wet wordt het rouwen in de ‘sjiwwe’ (rouwweek na het overlijden) geregeld. Eén van de opvallende bepalingen luidt dat wanneer iemand het huis van de rouwbedrijvenden binnenkomt, hij de rouwverwerking stoort. De rouwenden hebben het recht hem de deur te wijzen. De gevoelens van nabestaanden staan centraal en juist dit respect mis ik in de discussie rond de toelating van de voormalige agressor bij onze nationale monumenten. Natuurlijk onderscheid ik goede en slechte mensen, of dit nu Nederlanders of Duitsers zijn. Maar dat besef is niet essentieel voor de vraag of er een officiële Duitse delegatie moet worden uitgenodigd.

Dat in deze contreien 85 procent van de joodse bevolking op beestachtige wijze vermoord is, is door een groot deel van de overlevenden en hun kinderen niet verwerkt. Daarvoor zijn de wonden nog te rauw. Wanneer de Nederlandse overheid Duitsers uitnodigt, wordt de indruk gewekt dat het uiteindelijk ‘allemaal niet zo erg was’ of dat het nu, 65 jaar nadien, niet ‘zo erg meer is’.

De Duitsers hebben als verdrukkers een totaal ander oorlogsverleden te verwerken dan de Hollanders. Het is bekend, dat ook de kinderen van NSB-ers grote problemen hebben met het verwerken van het verleden van hun ouders. Toch zou het absurd zijn dit leed te vergelijken en op één lijn te stellen met het leed van de tweede-generatie-oorlogsslachtoffers uit de joodse kring. De herdenkingsspeech zal dan niet veel meer kunnen zijn dan een oproep tot verzoening, iets waar velen van ons nog niet aan toe zijn.

R. Evers

Rabbijn van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap.

Dit zijn fragmenten uit langere expertdiscussies, te lezen via nrc.nl/expert.