Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Eerst alles opeten, dan lijnen

Joep Habets gaat voor de veertigste keer een poging doen om af te vallen.

Mijn weegschaal staat op 249 kilo. Hij is van slag. Zo erg is het niet, maar er mogen wel weer een paar kilo’s af. En dat is een understatement. Het is nauwelijks een troost dat ik niet de enige ben. Van de volwassen mannen in Nederland lijdt zestig procent in meer of mindere mate aan en onder overgewicht. Het is welhaast uitzichtloos. De dikkerd die de literatuur over obesitas tot zich neemt kan de hoop op een duurzame gewichtsvermindering gevoeglijk laten varen. De kans is klein, erg klein. Wie voor een buikje geboren is, wordt nooit een slanke den. Het enige voordeel is dat je op 1 januari altijd verzekerd bent van een goed voornemen.

Niets doen is geen optie, dan steven je onvermijdelijk toch op die 249 kilo af. Wonderdiëten zijn een gepasseerd station. Ze lopen uiteindelijk altijd op een teleurstelling uit. Wie al vele jaren mee jojoot ziet ze in verschillende gedaanten steeds weer terugkomen. Zo is na de teloorgang van Sonja Bakker opeens Montignac weer terug, onder andere namen maar nog steeds met de onzinnige scheiding van koolhydraten en vetten. Het is ook niet vreemd dat na het Hollandse huisvrouwendieet van Sonja, het gastronomisch afvallen weer in trek komt.

Is het mogelijk af te vallen en toch lekker te eten? Voor de altijd goedgemutste en positief denkende afslankadviseurs is dat geen punt van discussie. Dat zijn steevast slanke types die geen enkel probleem hebben om op gewicht te blijven. Onze regering had als voorzitter voor het Convenant Overgewicht ook niet moeten kiezen voor Paul Rosenmöller, de dunste politicus van Nederland die altijd net een halve marathon achter de hielen heeft. Geen wonder dat het convenant geen doorslaand succes is, geen greintje mededogen en geen inzicht in de psyche van de vervettende medemens.

Dat soort mensen dus, houdt ons voor dat groentes zo lekker zijn. (Ja, maar alleen met een klont gezouten boter.) Of dat er niets boven een rijstcracker met magere verse kaas gaat. (Dan hebben ze toch nooit een boterham met zo’n prettige plak volvette oude boerenkaas gegeten.) Of dat, als je iets te vieren hebt een eierkoek ook best wel heel feestelijk is. (Alsof een onmiskenbare ammoniaklucht en een mondvol droog kruim je niet elke feestvreugde ontneemt. Het is een belediging voor de tompoes, de appeltaart en de slagroomschnitt.)

Hun slanke recepten getuigen ook al van weinig gevoel voor de zwakheden van de lekkerbek. Dan mag in de salade een half blikje tonijn of kunnen over de cracker met tomaat vijf flinters parmezaanse kaas of wordt de vis verrijkt met drie olijven. Wat moet je daarna met de rest van de tonijn, de kaas en de olijven? Bij de rechtgeaarde smulpaap overleven die een overnachting in de ijskast niet.

Er zit niets anders op dan mijn eigen plan te trekken. Mijn afslankperiode begint met de alles-moet-op-dagen, gericht op het elimineren van alle potentiële verleidingen door het leegeten van voorraadplanken en ijskast. Daarna volgen de afslankgewenningsdagen en dan begint het echte werk. Niet dat het leuk is, maar er móét wel weer wat af.

Joep Habets houdt u de komende weken op de hoogte van zijn veertigste poging om af te vallen op www.ermagwelweerwataf.blogspot.com, met calorie-arme recepten en een bemoedigend woord voor lotgenoten.