Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Weer

Dra zal het sneeuwen

Toen het vorige week niet eens zo hard gesneeuwd had, stond er op de Nederlandse wegen meteen 600 kilometer file. Op vijf na de langste ooit, zei de nieuwslezer van de radio met lichte opgetogenheid. Volgens mij hopen ze allemaal in stilte dat er een ogenblik komt waarop ze het volk kunnen vertellen dat in Nederland de allerlangste file ter wereld staat, ooit. Zo kom je in het Guinness Book of Records en dan ben je onsterfelijk. Daar gaat het tenslotte om. De twee gasten uit Duitsland die bij ons hadden gelogeerd en met de trein naar huis wilden, stonden na een paar uur weer op de stoep. Geen treinen naar Duitsland. Wel hadden ze de taxichauffeur 20 in plaats van 12 euro moeten betalen: de ritprijs was verhoogd met 8 euro gevarengeld.

Dit stukje wordt geschreven op 20 december. Als u het op 2 januari leest, is er misschien geen spoor van sneeuw meer te zien, maar omdat de regelmaat van de opeenvolgende werkdagen door de feestdagen wordt onderbroken, moet alles eerder worden ingeleverd. Kranten brengen het laatste nieuws. Dankzij de digitale technieken en de draadloze verbindingen gaat dat steeds sneller, maar als er veel natte bladeren op de rails liggen of er een paar centimeter sneeuw is gevallen, houdt het plotseling allemaal op.

Eens in de drie maanden krijg ik van het ministerie van Binnenlandse Zaken het tijdschrift Crisisbeheersing, waarin deskundigen op het beste papier uitleggen tegen welke rampen de natie in steeds vorderende staat van paraatheid is. Dan lopen een paar honderd jongeren op een dancefeest in Hoek van Holland te hoop tegen de agenten die voor hun leven vrezen, het vuur openen waarbij één jongere wordt doodgeschoten. Uit het eerste onderzoek blijkt al gauw dat het digitale waarschuwingssysteem niet goed heeft gewerkt. Een paar weken later verschijnt weer een nieuw rapport over de Amsterdamse Noord-Zuidlijn, waarin wordt onthuld dat er nog veel meer is misgegaan dan we al gedacht hadden. Stoppen of doorgaan? Dat is langzamerhand een shakespeariaans drama.

Hoe heeft dit land het in de vorige eeuw toch klaargespeeld, de Afsluitdijk te bouwen, een groot deel van de binnenzee in polders te veranderen, daar wegen aan te leggen, grote steden te bouwen? Hoe is het mogelijk dat we na de stormvloedramp van 1953 het Deltaplan hebben voltooid, met als bekroning de Oosterscheldedam? Voor de feestelijke opening heeft de koningin toen een paar bevriende staatshoofden uitgenodigd. President Mitterand liet zich de verse oesters goed smaken. Terwijl er aan de IJsselmeerpolders en het Deltaplan werd gewerkt, heeft het ook gesneeuwd, vaak harder dan nu. Hoe komt het dat in deze tijd het met de uitvoering van een groot project zo vaak spectaculair en langdurig misloopt?

Veel sneeuwpret heb ik op deze sneeuwdag trouwens ook niet gezien. Geen sneeuwman, geen sleetjes, alleen een paar sneeuwballengooiers. En een eenzame jogger, een zwarte figuur voorzichtig dravend over de witte stoep. Het was een onheilspellend gezicht; het deed in de verte denken aan het schilderij van Carel Willink: de Jobstijding. En toen schoot me een gedicht van Friedrich Nietzsche te binnen: Mitleid hin und her. Ik citeer er een paar regels uit, in de vertaling van Roel Houwink.

De kraaien schreeuwen /En trekken zwermend naar de stad /Dra zal het sneeuwen /Wel hem die nu een woonplaats heeft! Nu staat gij star, /Ziet om, gij dwaas, hoe lang geleden reeds /Zijt gij de wereld in gevlucht!

Nu staat gij bleek, /Vervloekt te zwerven deze winter door,

Gelijk de rook /Die steeds naar kouder luchten streeft.

De kraaien schreeuwen /En trekken zwermend naar de stad.

Dra zal het sneeuwen. /Wee hem die nu is zonder dak.

Mag ik u een gelukkig Nieuwjaar wensen.