Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

De wortels van de Jodenhaat

Wetenschapsbijlage 19-12-09

In de NRC-bijlage Wetenschap wordt door Leonard Rutgers het begin van de Jodenhaat geplaatst tijdens de late oudheid. Naar mijn mening is de Jodenhaat al eerder ontstaan. We hoeven alleen maar het Oude Testament open te slaan, namelijk bij het boek Ezra. Ezra was de geestelijke leider van een selecte groep van religieuze Joodse idealisten. Zij mochten uit de “Babylonische ballingschap” naar hun vaderland terugkeren en na een tocht van 900 kilometer kwamen zij in Jeruzalem aan. Ezra had de wetboeken onder zijn arm en legde de gelovigen nieuwe en consequente leefregels op, want het was daar wel een zooitje geworden in Jeruzalem. De achtergebleven Joden waren volledig afgedwaald en hadden zich zelfs ingelaten met de “heidense” omwonenden. Wat een troep was het daar in de stad der vaderen. Afgodendienst, hoererij en gemengde huwelijken met “heidenen” waren schering en inslag. Schandelijke en walgelijke toestanden waren dat en Ezra wist verscheidene mannen ertoe te bewegen hun heidense vrouwen te verstoten. Maar wat krijg je dan? Dan maak je natuurlijk vijanden bij je buren en het herboren volk Israëls moest onmiddellijk aan de slag. Wij lezen weer:… “Komt, laat ons de muur van Jeruzalem herbouwen, zodat wij niet langer een voorwerp van smaad zijn” (Jehemia 2:17). En die muur had tientallen jaren in puin gelegen, was al die tijd niet meer nodig geweest, de achtergebleven Joden leefden daar in vrede, hadden aangename relaties met de heidense buren, die zelfs aanboden bij de tempelbouw te helpen. Maar met de komst van de fanatieke geloofshervormers veranderde de stemming. Het begin van alle ellende.

Frans Mutsaers

Geleen