De mythe Coppi blijft bestaan

Vijftig jaar na zijn dood wordt Fausto Coppi nog altijd gezien als de grootste sportman van Italië. Vooruitstrevend en eigenzinnig: Un uomo solo.

Giulia Occhini bends to kiss goodbye her companion, Italian cycling champion and two-time Tour de France winner Faust Coppi, who died from a sudden attack of bronchial pneumonia at a hospital in Tortona, Italy, January 2, 1960. Coppi's relationship with Occhini, who was nicknamed "The Lady in White," caused a national scandal in Italy when in 1953 both left their respective spouses to live together. (AP Photo)
Giulia Occhini bends to kiss goodbye her companion, Italian cycling champion and two-time Tour de France winner Faust Coppi, who died from a sudden attack of bronchial pneumonia at a hospital in Tortona, Italy, January 2, 1960. Coppi's relationship with Occhini, who was nicknamed "The Lady in White," caused a national scandal in Italy when in 1953 both left their respective spouses to live together. (AP Photo) AP

Vandaag 50 jaar geleden, ’s morgens om kwart voor negen, stierf Fausto Coppi in een ziekenhuis in Tortona, noordwest Italië. Hij werd veertig jaar. Coppi was wielrenner, maar niet zomaar een wielrenner. Anders zouden Italianen hem gedurende de halve eeuw na diens overlijden niet zo zijn blijven herdenken. Coppi was, is en blijft de grootste van alle Italiaanse sportmensen.

Vandaag houden veel Italianen stil bij monumenten van Coppi maar ook bij andere plekken die Coppi heeft aangedaan op zijn triomftochten. Kranten als La Gazzetta dello Sport staan al weken vol met foto’s, verslagen, herinneringen en essays over de betekenis van deze wielrenner voor Italië. Nieuwe boeken verschijnen over het fenomeen dat in de jaren veertig en vijftig Italianen biologeerde door zijn sportieve talenten, maar ook door zijn eigenzinnige manier van leven.

„Ik heb een engel zien fietsen”, zei Rino Negri, de grijze eminentie van La Gazzetta dello Sport, gevraagd naar zijn belevenissen met Coppi. Hij verwees naar zijn boek Un uomo solo (een man alleen) uit 1996, dat tal van anekdotes en foto’s bevat. De titel is ontleend aan de tekst die radioverslaggever Mario Ferretti in 1949 tijdens de Tour de France uitsprak: ‘Een man alleen gaat aan de leiding. Zijn shirt is wit en blauw, zijn naam is Fausto Coppi.’ Het was op de Izoard, een bergtop van 2.360 meter, waar kou en vermoeidheid elkaar vonden in het onherbergzame gebied. Het schijnt de meest fascinerende scene in het wielrennen te zijn geweest. Negri was er bij en zei veertig jaar later: „Ik huilde van verwondering. Nooit heb ik meer gehuild, omdat ik begreep dat ik het meest elementaire van sport, de grote prestatie, al beleefd had.”

Coppi was een solist, een wielrenner van de langste solo’s. In eenzaamheid en stilte voerde hij zijn strijd, vooral tegen zijn eeuwige rivaal Gino Bartali. Zij waren elkaars tegenpolen. Bartali was de man van de strijd. Coppi van het stilisme, de strategie en de souplesse, de moderne aanpak, betere voeding, beter materiaal en medische begeleiding. Biagio Cavanna, zijn blinde verzorger (‘de magiër van Novi’), verrichtte wonderen. Men sprak niet over doping, maar over magie.

Coppi was de eerste kampioen die zich liet omringen door knechten die volledig in zijn dienst reden. Dat waren over het algemeen zonen van arme landarbeiders die bescheiden financiële eisen stelden. Deze gregari waren nederig tot op het bot, want Coppi was heilig, en wie hem in de wielen reed, wachtte hel en verdoemenis, uitgesproken door Coppi en zijn devote volgelingen van de media.

Gianni Brera, in de jaren vijftig schrijver, zei: „’s Nachts is hij een heer, overdag een fakir.” Coppi droeg kasjmier truien, maatkostuums, dure zonnebrillen, reed in een Lancia Aurelia en woonde in een luxe villa. Hij won twee keer de Tour de France, vijf keer de Giro d’Italia (tweemaal de dubbel), drie keer Milaan-Sanremo, vijf keer de Ronde van Lombardije, één keer het wereldkampioenschap, één keer Parijs-Roubaix. Milaan-Sanremo won hij in 1946, na een solo van 147 kilometer en met een voorsprong van 15 minuten.

De roem van de slagerszoon nam mythische vormen aan. Latere sporthelden als Diego Maradona, Pelé, Muhammad Ali, Ayrton Senna en zelf Tiger Woods zouden hem daarin nooit overtreffen. Als getrouwd man verloor Coppi zijn hart aan Giulia Occhini. In katholiek Italië was dat een doodzonde. Niet alleen de sportliefhebbers spraken er schande van of kozen voor zijn rivaal, de vrome katholieke Gino Bartali, maar ook de paus.

Occhini was de dame in het wit (la dama bianca) die hem heimelijk aan de finish opwachtte. Het paar zou uitgroeien tot het meest controversiële van Italië. Vijftig jaar later staat hun relatie nog altijd symbool voor de ultieme liefde.

Coppi’s dood was al even mythisch. Hij liep eind 1959 tijdens een koers in Burkina Faso malaria op. De Italiaanse artsen stelden een verkeerde diagnose, longontsteking, waardoor Coppi overleed. Met naast hem zijn grote liefde.

Vandaag stappen vele Italianen op hun fiets voor een bedevaart naar Castellania, waar het museum en het monument staan. Coppi’s zoon en dochter uit zijn eerste huwelijk staan met de bewonderaars zoals elk jaar aan het graf. Mogelijk klinkt uit de omroepinstallatie weer het radiocommentaar uit 1949: un uomo solo è al comando. Il suo nome è Fausto Coppi.