Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Burtons horror geeft je een goed humeur

Bij Tim Burton vervaagt het onderscheid tussen hoge- en populaire cultuur. Een geesteswereld in kunstwerken en filmrelikwieën. In het MoMA, New York.

Tim Burton: 'Blue Girl with Wine' (ca 1997, olie op doek, 71,1x55,9 cm)
Tim Burton: 'Blue Girl with Wine' (ca 1997, olie op doek, 71,1x55,9 cm)

Wie een goed humeur wil krijgen, moet naar New York. Naar de tentoonstelling in het Museum of Modern Art (MoMA) van de Amerikaanse filmregisseur en tekenaar Tim Burton. Horror en humor liggen voor hem dicht bij elkaar. In het MoMA zijn nooit eerder getoonde tekeningen, schetsen voor films, filmpjes, poppetjes en filmkostuums bij elkaar gebracht die een goed beeld geven van Burtons geesteswereld.

Burton (1958) is beroemd geworden met door hem geschreven en geregisseerde films als Edward Scissorhands, waarin Johnny Depp een soort Frankenstein-achtige jongen met scharen als handen speelt. En poppenanimatiefilms als Corpse Bride (over overspel tussen levenden en doden) en The Nightmare before Christmas, waarin een geniepig skeletmannetje, Jack Skellington, de dikke Kerstman kidnapt. Deze horrorachtige animatiefilms onderscheiden zich onder meer door een vormgeving die duidelijk geïnspireerd is door Duitse expressionistische films uit de jaren twintig.

Voor Burton ligt de schreeuw van ontzetting dichtbij de lach. ,,Er schuilt vaak een perverse humor in tragedie,” zegt hij. Dat is in al zijn filmwerk te merken. En hij is er nu ook in geslaagd de grens tussen hoge kunst en populaire cultuur te laten vervagen met deze expositie in twee zalen en een museum-filmprogramma, getiteld Tim Burton And The Lurid Beauty of Monsters, waarin allerlei monster- en sciencefiction films gedraaid worden, van Frankenstein tot When Dinosaurs Ruled The World.

In twee volgestouwde zalen laat Burton zien hoe mooi en lelijk, gruwelijk en grappig kunnen samen gaan. Nooit eerder zag ik op een expositie twee exacte kopieën van bloederig afgehakte hoofden van was (uit de film Mars Attacks) tentoongesteld worden naast grappige cartoons van monsterachtige wijven en kerels. Er hangen ook een paar ‘serieuze’ schilderijen tussen alle schetsen. Serieus wil zeggen: olieverf op linnen. Bij voorbeeld Blue Girl with Wine, een Burtonesk vrouwenportret: de vrouw is weliswaar zeer vrouwelijk , maar gehavend. Ze is een slordig in elkaar genaaide pop. Haar stevige boezem is gevat in een strapless zwart-wit gestreepte jurk. Grafisch, aandachttrekkend. En ze drinkt niet gewoon een glaasje wijn, maar op de wijnfles staat een doodshoofd: gif.

Echt gezellig wordt het nooit bij Burton. Dood, verminking, misvorming liggen altijd vlak om de hoek. Burton heeft van jongsaf getekend. ,,Niet dat ik heel goed in traditionele zin kon tekenen. Maar mijn tekenleraar had ruime opvattingen. Hij moedigde me aan. Dat heeft me gered,” vertelt Burton op de MoMA-site. Hij tekende om zijn koortsige gedachtenspinsel te uiten, vanaf dat hij puber was, vol Teenage Angst. Dat zich buitenbeentje voelen is de basis voor zijn creativiteit.

De expositie is chronologisch ingedeeld, en begint met zijn schetsboekenbladen uit zijn kinder- en puberjaren in de Californische stad Burbank. „De B-films die ik zag, de enge sprookjesverhalen die ik hoorde, plus je pogingen als kind om iets van de wereld te begrijpen, hebben me blijvend beïnvloed,” vertelt Burton.

Van het eerste zelfgetekende drakenmonsterboek dat hij als ongeveer tienjarige aan de Disney-studio’s (zijn latere werkgever) stuurt tot zijn eerste volwassen filmpjes, zie je hoe die voedingsbodem van gruwelsprookjes en humor hem inspireert tot geestige, frisse verwerking van afgekloven horror-, science fiction- en sprookjes thema’s. Zo is er een zelden vertoond filmpje van Burton met zijn versie van Hans en Grietje, twee Aziatische kinderen. Zij worden door de heks in een surreëel Pop Art-huis vastgezet, waarbij de meubels slijm spuiten.

En voort gaat het langs wanden vol schetsen met rare monsters, misvormde mensen en vissen en dansende skeletten – alsof de monsters van Jeroen Bosch geportretteerd worden door een kinderboektekenaar. Ze zijn Burtons ideeënmachine, die schetsen. Van de verschillende films die Burton maakte zijn niet alleen fragmenten van storyboards en ontwerpschetsen, maar ook kostuums, zoals de Batmanmaskers, te zien. Levensgroot spreidt een wassen Johnny Depp, in volledige Scissorhand-uitrusting, de schaarhanden dreigend naar het publiek uit. Ook zijn er krachtige, kleurrijke schetsen van een Marsmannetje met een groot brein. Zo’n idee-schets wordt dan in filmstudio's tot levensechte modellen voor de film Mars Attacks uitgewerkt, die ook op de expositie staan. Hoogtepunt zijn ook de poppen gebruikt voor de animatiefilms Corpse Bride en The Nightmare before Christmas: liefdevol vormgegeven skeletpoppen vaak, met doodshoofden die goedgemutst grimassen. Je gaat er neurieënd uit, langs het liefelijke poppenhuis bij de uitgang, waarin een van Burtons anti-helden, Stain Boy, de jongen die alleen maar vlekken kan maken, in een kamer vol bloedvlekken staat. Het lied dat je neuriet, is dan wel iets zoals het Britse soldatenliedje uit de Eerste Wereldoorlog: The Bells of Hell Go Ting-a-ling-a-ling, For You But Not For Me.

Expositie Tim Burton, Museum of Modern Arts, 11 West 53 Street, New York. T/m 26 april 2010. Inl: www.moma.org