Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Berlijn verliest imago van knuffelstad

In sommige wijken in Berlijn rijden bewoners liever niet meer in dure terreinwagens, uit vrees dat die door linkse extremisten in brand worden gestoken.

Om even voor negen uur een paar avonden geleden ziet een café-eigenaar in de Berlijnse wijk Prenzlauer Berg dat een voor zijn etablissement geparkeerde Jeep in lichterlaaie staat. Hij snelt met een brandblusser naar buiten en dooft het vuur. De politie constateert dat de brand in de wagen is aangestoken en dat er geen dader te bekennen is. De eigenaar inspecteert even later verbijsterd de verkoolde resten.

In brand gestoken of kapot geslagen luxeauto’s in Berlijn zijn allang geen voorpaginanieuws meer. Vorig weekend gingen drie dure terreinauto’s in Prenzlauer Berg in vlammen op. De Jeep was wagen nummer 213 van 2009, en bijna niemand keek er van op. Het enige dat echt opviel, was het tijdstip. Het was vroeg toen de brandstichters toesloegen: tussen zes en tien uur ’s avonds. Een paar nachten later werden op het terrein van een Berlijnse busmaatschappij die voor het Duitse leger personentransporten verzorgt, 23 bussen zwaar beschadigd. Het bedrijf gold al langer als potentieel doelwit voor aanslagen.

Nog een kerstvakantie-incident. De Deense ambassade in de Berlijnse wijk Tiergarten werd met verf besmeurd. Waarschijnlijk uit protest tegen de mislukte klimaattop in Kopenhagen. Eind oktober gebeurde hetzelfde met de Nederlandse ambassade, het trotse gebouw van sterarchitect Rem Koolhaas aan de Klosterstrasse. Er vlogen verfbommen en stenen, met als gevolg een besmeurde en beschadigde gevel.

De daders moeten volgens de politie in links-extremistische kring worden gezocht. „Het zijn waarschijnlijk autonomen en krakers en mensen die met hen sympathiseren”, meldt een politiewoordvoerder. Hun doelwitten zijn auto’s, overheidsgebouwen en de laatste tijd diplomatieke vertegenwoordigingen. De aanslag op de Nederlandse ambassade werd mogelijk gepleegd uit protest tegen de nieuwe Nederlandse kraakwetgeving.

In de Tagesspiegel zegt Rainer Wendt, de voorzitter van de Duitse politievakbond, dat men er „waarschijnlijk een beetje mee moet leven dat zulke aanslagen voorkomen”. Wendt noemt de daders terroristen, die niet alleen in Berlijn actief zijn maar ook in steden als Hamburg, Bremen en Leipzig. De hoofdstad spant echter de kroon.

Het feit dat de politie hier nauwelijks vat krijgt op het linkse geweld, heeft tot een storm van kritiek geleid. Zelfs burgemeester Klaus Wowereit, die liever de zonzijde van zijn stad belicht, bemoeit zich ermee. Het imago van Berlijn als knuffelmetropool van Europa is in het geding.

Toen enkele weken geleden het streng bewaakte pand van het Bundeskriminalamt in Berlijn-Treptow – waar de afdeling terreurbestrijding huist – doelwit was van een aanslag met verfbommen en molotovcocktails, liet een getarte wethouder zich ontvallen dat de daders „roodgeverfde fascisten” zijn. Een historische vergelijking: de Duitse naoorlogse politicus Kurt Schumacher zei ooit hetzelfde van de communisten.

De kwalificaties ‘rode fascisten’ en ‘terroristen’ leiden tot een stevig debat. „De eerste dode zal niet lang meer op zich laten wachten”, reageerde de christen-democratische politicus Andreas Gram. Hij verwijt het linkse stadsbestuur gebrek aan daadkracht. De politieke en maatschappelijke frustratie over het uitblijven van successen bij de opsporing is groot. Alleen de ultralinkse partij Die Linke, die de stad samen met de gematigd linkse SPD regeert, houdt zich op de vlakte.

De incidenten laten de grimmige kant van Berlijn zien. In Prenzlauer Berg, Mitte, Kreuzberg en Friedrichshain rijden sommige bewoners uit angst voor brandstichting liever in een onopvallende middenklasser dan in bij autonomen gehate terreinwagens of dure Audi’s en BMW’s. De politie heeft tot nu toe slechts een handvol vermeende brandstichters kunnen arresteren. De enige verdachte die nog vastzat, moest afgelopen week wegens gebrek aan bewijs worden vrijlaten.

Een belangrijke motief voor het geweld lijkt de verandering van de stad te zijn. Volkswijken als Prenzlauer Berg, Friedrichshain en Kreuzberg worden populairder bij kapitaalkrachtige Duitsers en buitenlanders. Saneringen gaan ten koste van de oorspronkelijke bewoners, en van studenten en krakers die voor weinig of niets in oudbouwwoningen huizen. Deze Gentrifizierung, een neologisme dat in de Berlijnse stadssociologie tegenwoordig veel wordt gebruikt, roept in links-extremistische kring gewelddadige reacties op.

Tijdens een debat dat de linkse Tageszeitung laatst organiseerde, blijkt op hoeveel begrip de brandstichters kunnen rekenen. „Ik kan de woede goed begrijpen”, zegt een vrouw. Ze wijst erop dat in haar buurt een investeerder een oude hal afbreekt die door jongeren wordt gebruikt. Het bedrijf wil er appartementen neerzetten. Als je bij corporaties over huurverhoging klaagt, zegt iemand anders, krijg je te horen dat je maar moet verhuizen, „naar Marzahn of zo”. Marzahn is een flatwijk in het uiterste oosten van de stad.

Bij veel ambassades in Berlijn – ook de Nederlandse – wordt nagedacht over aanvullende beveiliging. „Het wachten is op een grote klap”, zegt een diplomaat. „Die willen we liever voorkomen, of er tenminste op voorbereid zijn.”