Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

'Amerika is een angstig land'

Miljoenen Amerikanen zijn teruggezakt tot de sociale staat waaraan ze zich juist ontworsteld hadden, zegt de bekende socioloog Newman.

Katherine S. Newman Newman, Katherine S. Malcolm Stevenson Forbes, Class of 1941 Professor of Sociology and Public Affairs, Woodrow Wilson School. Director, Princeton Institute for International and Regional Studies.
Katherine S. Newman Newman, Katherine S. Malcolm Stevenson Forbes, Class of 1941 Professor of Sociology and Public Affairs, Woodrow Wilson School. Director, Princeton Institute for International and Regional Studies.

Zodra ergens in Amerika iemand onschuldigen doodschiet en een bloedbad aanricht, duikt Katherine S. Newman op. Na de schietpartij op Columbine High School, waarbij elf jaar geleden dertien tieners werden vermoord, stelde ze vast dat dit „de nieuwe standaard voor een schietpartij op een school” was geworden. Toen vier jaar geleden een verwarde melkboer op een schooltje op het Amerikaanse platteland vijf meisjes doodschoot, werd Newman door de autoriteiten ingeschakeld om uitleg te komen geven. Toen weer een jaar later een Zuid-Koreaan op de de Technische Universiteit van Virginia 32 medestudenten vermoordde, concludeerde Newman op een debatavond op de ‘Virginia Tech’ dat „deze mensen wel bij een groep wíllen horen, maar dat mislukt vaak”. In een „maatschappij zo gericht op topprestaties kan dat een zware last zijn,” zei zij.

Newman is een bekende Amerikaanse socioloog. Liever dan een moordpartij te verklaren, vertelt de hoogleraar over de stemming in de Verenigde Staten als gevolg van de economische crisis en over de aantasting van de American dream. „Het is een angstig land”.

Dat is cijfermatig wel te verklaren. Een op de vijf Amerikanen werkt op een lager niveau dan waarvoor hij of zij is opgeleid, of heeft zelfs helemaal geen werk. Een op de negen gezinnen kan de minimale afbetalingen op hun creditcards niet meer opbrengen. Ruim 120.000 gezinnen vragen elke maand een persoonlijk faillissement aan. Een op de acht mensen met hypotheken heeft een betaalachterstand. Elke maand worden 200.000 huiseigenaren op straat gezet.

Het meest ingrijpend zijn volgens Newman de problemen van wat zij noemt de missing class. Dat is het reusachtige cohort Amerikanen dat te weinig verdient om zich tot de middenklasse te kunnen rekenen, maar net weer te veel inkomsten heeft om voor de staatszorg voor de armen in aanmerking te komen. Deze Amerikanen, die zich aan de ergste armoe ontworsteld hebben, verdienen meer dan de de officiële armoedegrens (22.000 dollar bruto, tegen de huidige koers 15.000 euro per jaar), maar minder dan twee keer dat bedrag. Sommigen noemen deze groep de near poor (de bijna-armen) of de working poor. Omdat de aandacht meestal naar Amerika’s armsten uitgaat, heeft Newman deze mensen bestempeld tot de ‘vergeten klasse’ – ook al zijn het er 57 miljoen, een vijfde van alle Amerikanen.

De groep onder de armoedegrens plús de ‘missing class’ bedraagt opgeteld 96 miljoen, nagenoeg een derde van de totale bevolking; in geen ander geïndustrialiseerd rijk land is dat zo veel.

Drie jaar geleden verscheen Newmans boek The missing class: portraits of the near poor in America. Het maakte diepe indruk, met name omdat tot dan toe deze groep onderbelicht was. De vergeten klasse „is vrijwel onzichtbaar en moet het zelf maar zien te rooien”, schreef Newman. „Ze halen halsbrekende toeren uit om de geboekte vooruitgang te behouden en ze zijn niet meer dan een echtscheiding of ziekenhuisbezoek verwijderd van het opnieuw afglijden naar armoede.” Zulke tegenslagen lieten niet lang op zich wachten. Of zoals Newman in haar werkkamer op Princeton universiteit concludeert: „Nu regent het namelijk ontslagbrieven.”

En? Is de ‘missing class’ teruggezakt tot onder de armoedegrens?

„De mensen waarover ik me zorgen maakte zijn inderdaad opnieuw arm geworden. Dat ging ook vrij eenvoudig: ze waren er maar één ontslag van verwijderd.

„Dat wil alleen niet zeggen dat de groep in omvang is afgenomen, in tegendeel zelfs. De exacte getallen kennen we nog niet, maar duidelijk is dat de groep groeit. De voornaamste reden daarvoor is de neerwaartse mobiliteit van de middenklasse. Door de crisis zijn velen daarvan nu de ‘near poor’ geworden.”

Vinden degenen in de ‘missing class’ zichzelf arm?

„De mensen die eerder arm wáren, en het verschil dus kennen, zijn trots op hun behaalde rijkdom zodra ze tot de ‘missing class’ gingen behoren. Maar de Amerikanen die omgekeerd nu wegzakken uit de middenklasse en in de ‘missing class’ terechtkomen, vinden zichzelf wel arm. Armer, in ieder geval.”

Is uw conclusie dat de economische en sociale stijging vluchtig was?

„Amerikanen vertellen elkaar graag grote verhalen over het concept van sociale mobiliteit en het idee dat iedereen ‘het’ kan maken. Dat geeft een gevoel van macht.

„Tegelijkertijd geeft het daarmee ook een machteloos gevoel als jij degene bent die het nog niet gemaakt heeft. Ik heb met veel werklozen gesproken en mijn conclusie is dat de groep die het sterkst aan die gedachte van de Amerikaanse droom en zelfredzaamheid hangt, zich nu ook het meest gewond voelt. Zij zijn immers zelf verantwoordelijk voor hun lot. Amerika is geen eenvoudige maatschappij.”

Hoe is de Amerikaanse droom door deze crisis veranderd?

„De droom is onveranderd gebleven. Maar het vertrouwen in de mogelijkheid om die te verwezenlijken is ondermijnd. Er bestaat een flinke dosis argwaan nu. En de angst dat de volgende generatie het slechter zal hebben is alomtegenwoordig. Dat is nog nooit zo geweest. Helemaal nieuw voor Amerika. Daarom verkeert dit land in een vertrouwenscrisis.”

In goede tijden is het fijn om in de droom te geloven, in een neergang hebben Amerikanen in de droom geen vertrouwen meer?

„Ik weet niet of dat helemaal klopt. We laten de droom niet voor wat het is, we zijn er alleen niet meer van overtuigd dat het voor iedereen bereikbaar is.”

Daarin bestond toch juist het hele concept: iedereen kon miljonair worden? Als je maar hard genoeg werkte?

„De kern is dit: het vertrouwen erin ligt nu onder vuur. Maar laat me één ding zeggen: de ‘missing class’ gelooft in die droom.”

Gelooft of geloofde?

„Hoe het nu is? Moeilijk te zeggen, de situatie is nog te vloeiend en blijft nog wel even slecht, de groep zal dit komende jaar groeien, de wanhoop zal toenemen.

„Waar deze mensen en ik van mening over verschillen is dat zij denken dat hun doorzettingsvermogen, hun hele houding, voor een verbetering in hun levensomstandigheden zal zorgen. Ik zie dat anders. Volgens mij kun je nog wel zo veel ambitie hebben, en zo hard werken, als het werkloosheidspercentage zoals nu 10 procent bedraagt is simpelweg het een stuk moeilijker om vooruit te komen.”

Is Amerika een klassenmaatschappij?

„Voor Amerikanen is ‘klasse’ een lastig te begrijpen concept. Maar door de crisis begint er enig bewustzijn over klassen te komen, al is het voornamelijk in de vorm van ‘de superrijken versus alle anderen’. De reddingsacties voor banken en de ophef over bonussen bevestigen het idee dat er een klasse is die immuun blijkt – terwijl ‘wij’ allemaal wel geraakt worden. ‘Onze’ pensioenen worden ons afgenomen, ‘wij’ worden uit ons huis op straat gezet: blijkbaar gelden er verschillende regels voor verschillende groepen.”

Zij zien een ‘elite’ met meer macht en eigen regels? Hoe ziet u dat?

„Ik twijfel er niet aan. Dit ís een klassenmaatschappij.”

Is dat voor een Amerikaan vervelend om te constateren?

„Het heeft gevolgen. Niemand wil in een land wonen waar je geboorterecht bepalend is voor je toekomst. Maar dat is wel in toenemende mate Amerika geworden. Als je ouders een opleiding hebben, zijn de kansen op een eigen opleiding aanzienlijk groter. Als je in een arm of instabiel gezin opgroeit, ook al ben je een genie, dan wordt het moeilijk daar bovenuit te komen.”

Is daarom Amerika een ‘angstig land’ geworden?

„Sinds de Tweede Wereldoorlog tot de jaren zeventig hebben we zo veel economische groei meegemaakt, zo veel sociale stijging, het land werd almaar rijker, al het moderne comfort was eenvoudig verkrijgbaar. Maar dat evenwicht raakte verstoord: rijk en opgeleid Amerika zette de opwaartse lijn door, de rest sindsdien niet.” Newmans linkerarm wijst omhoog, de rechter blijft horizontaal.

„Onze opvatting over wat normaal is, is uit het lood geslagen. En daar kwam nog de klap van de economische crisis bij. Zij die zich eerst zeker voelden zijn nu hun pensioen kwijt, hun baan, het geld om de opleiding van hun kinderen te betalen raakte op, terwijl de creditcardschulden oplopen. Dat voelt niet goed.”

Hoe zou u de sfeer in de VS nu dan beschrijven?

„Ergens tussen benauwd en boos. Velen maken zich zorgen over de catastrofale werkloosheidscijfers. Nog meer dan dat baart de gedachte zorgen dat we flink in het rood staan bij China. Ook voor de doorsnee Amerikaan. Er is namelijk een besef dat andere landen wel groeien terwijl wij onze autonomie verliezen. Dat is ook al beangstigend.”

Dan wil ze iets zeggen. Een intermezzo. Zelf is ze ook ontstemd. „Ik kan maar moeilijk alleen maar als socioloog naar dit land kijken”. Zelf is ze „misschien een van de laatste Amerikanen met een baangarantie voor het leven” – ze heeft een vaste aanstelling aan Princeton en kan niet ontslagen worden – „maar mijn kinderen... ik zou niets liever willen dat zij konden hebben wat wij de afgelopen decennia hebben gehad”. Het bevoorrechte leven is voorbij, bedoelt ze maar. En dat zint haar geenszins.

Als er zoveel boosheid is, waarom is men zo gelaten? Waarom gaan Amerikanen de straat niet op?

„Dat is een goede vraag. Waarom is er geen protestbeweging onder onze werkende klasse? Geen revolutie? Waarom? Waarom? Waarom?

„Het antwoord is dat onze sociale mobiliteit vermengd met onze cultuur protestacties verhinderen. Anders gezegd: er zijn zo veel voorbeelden van Amerikanen die het gemaakt hebben... dat gaat opstanden tegen.”

Hoe erg moet het worden voordat Amerikanen van zich laten horen?

„Flink erger dan dit. Neem de Grote Depressie van de jaren dertig: toen bedroeg de werkloosheid geen 10 maar 25 procent, ook toen waren miljoenen zonder werk en je zou denken dat niets méér uitlokt tot opstand dan een economische catastrofe van die omvang.

„Maar zelfs toen, zelfs tóen, zei de meerderheid van de Amerikanen dat werklozen gewoon hun best niet deden. Dat ze niet hard genoeg probeerden een baan te vinden. Dat ze lui waren.”

Newman laat een ingelijste brief zien, aan de muur. Hij is aan haar gericht, werd met een typemachine geschreven door David Riesman, de socioloog en jurist die als geen ander de psyche van de Amerikanen wist te vatten en te beschrijven. Riesman schrijft in de brief dat hij in de Depressie omringd werd door medestudenten die deden alsof er niets aan de hand was. Dat iedereen die wilde werken echt wel kon werken. „Om te ‘bewijzen’ dat dit niet waar was nam ik de trein naar Detroit, probeerde ik een baan te krijgen zonder enige werkervaring. Bij de daklozenopvang ontmoette ik ingenieurs die het hele land waren doorgetrokken op zoek naar werk. Tevergeefs. Ze lieten me foto’s zien van hun vrouwen en kinderen.” Wat Riesman opviel was dat deze mensen „vertrouwen bléven hebben in het land. Ze bleven hoopvol.”

Newman valt stil. Tussen die vorige periode van alomtegenwoordige economische misère en de huidige is er niet zoveel veranderd. Grote groepen lijden, en een Amerikaanse elite kijkt afkeurend toe. „We zijn geen vergevingsgezind land”, zegt Newman. „Een zorgzaam land zijn we niet.”

Reportages over crisis in de VS op nrc.nl/minder